Het verhaal over Tristan anders verteld

Rond twaalf uur zaterdagmiddag stapte in Alphen aan den Rijn een jonge man uit zijn auto. Een kwartier later had hij in het winkelcentrum Ridderhof zes een bloedbad aangericht.<fn>Niets zo lastig als een intro bij narratieve reportages. Wat laat je weg? Zeker bij een reconstructie van nieuws dat iedereen al via andere media kent, is dat heel ingewikkeld kiezen.</fn>

SCÈNE 1

[1] Het moet rond het middaguur zijn geweest toen de zwarte Mercedes zaterdag het Carmenplein in Alphen aan den Rijn opdraaide.<fn>De verteller neemt het woord en maakt meteen duidelijk dat hij niet alles zeker weet. Hij levert metacommentaar op de reportage. Daarmee neemt zijn geloofwaardigheid toe: hij vertelt niet vanuit het heden van de lezer – dan had hij de naam Tristan al genoemd – maar vanuit het verhaalheden. Als hij daar consequent aan vasthoudt, kan de lezer zich het best in zijn omni-POV verplaatsen. Door tijd en plaats expliciet in de eerste zin te noemen, geeft hij de lezer houvast. Door te spreken van ‘de zwarte Mercedes’ geeft hij de lezer het gevoel vanuit de lucht als het ware op dat plein neer te kijken. Het helikopter-cameraoog.</fn>  De bestuurder parkeerde de auto en stapte uit,<fn>Zodra de bestuurder uitstapt, kan de verteller hem beschrijven.</fn>  een man van rond de twintig, een jonge, blanke man<fn>De herhaling moet het moment rekken</fn> die de parkeerplaats overstak<fn>Het hele verhaal staat in de ovt om het idee te versterken van een drama dat in het (recente) verleden speelt. De ott zou ambigu zijn: met welk heden hebben we te maken, het reële heden of het verhaalheden?</fn>  en met een vuurwapen de eerste voorbijganger die hij tegenkwam doodschoot, willekeurig, terloops en rustig,<fn>Deze woorden accepteert de lezer als afkomstig van de gewone, afstandelijke journalistieke verteller die hij gewend is (al is ‘terloops’ al wat minder objectief waargenomen, daar zit al iets van verbijstering in).</fn> alsof hij een sigaret uitdrukte.<fn>Met deze bijzin geeft de verteller commentaar dat niet past bij wat de lezer van de gewone journalistieke reportage verwacht. De metafoor bevat een oordeel, een persoonlijke uitspraak, die de beschrijving een emotionele lading geeft waarin de lezer allicht zijn eigen verbijstering herkent.</fn>

[2] Toen beklom de man de stenen trap. Door een deur ging hij de Ridderhof binnen.<fn>De losse alinea die begint met ‘Toen’ en eindigt het met naar binnen lopen van de schutter is suggestiever, bevat meer drama.</fn>

[3] In het overdekte winkelcentrum was het druk, als op elke zaterdagmiddag.<fn>Hier wordt de verteller alwetend: hij kent kennelijk het winkelcentrum, weet dat het daar elke zaterdag zo druk is. Typisch is dat de verteller wel het verleden kent, wat logisch is vanuit het verhaalheden, maar niet de toekomst die we in het reële heden allemaal kennen. De lezer weet dus meer dan de verteller, die eerder als cameraoog een getuige is, de getuige die we allemaal hadden kunnen zijn. Daardoor neemt de identificatie van de lezer met de getuigen toe. En door het verschil in kennis groeit de spanning.</fn>  De man liep kalm langs het Kruidvat, de Zeeman, de Hubo.<fn>Door de namen te noemen identificeert de lezer zich met de bezoekers of getuigen in dat winkelcentrum. Iedereen in Nederland kent die ketenwinkels.</fn>  Rustig liep hij langs de winkels,<fn>Dit is geen goede zin. Dat liep is te weinig actief en een herhaling. Dat herhalen is op zich goed, om de tijd te vertragen en het dramatische karakter te versterken, maar het moet in andere woorden.</fn>  schietend op passanten met een van de drie vuurwapens die hij bij zich droeg.<fn>De verteller is hier nu zo alwetend dat hij ook al iets van kennis achteraf kan inbrengen. Ik aarzel of dat goed is. Had hier een vooruitverwijzing moeten staan: ‘zoals later zou blijken’? Achteraf denk ik dat het beter was geweest dit later te ‘onthullen’.</fn>

[4] Glas vloog in het rond. Mensen vielen neer, renden weg, doken ineen.

[5] De man liep door.<fn>Actie wordt actiever van kortere zinnen en alinea’s.</fn>

[6] Voor hem uit vluchtte een oudere man. Even eerder had de oude man daar nog met zijn kleindochter gelopen. Nu was hij het meisje kwijt. De oude man dook de Hubo in, knielde achter een stellingkast, radeloos en bang.<fn>Het POV verschuift van het alwetend cameraoog – wat een innerlijke tegenstelling is, vandaar mijn aarzeling bij die drie wapens – naar het POV van de oude man. In de laatste zin, met de woorden ‘radeloos en bang’, zitten we ook in het hoofd van de oude man. Daardoor wordt de volgende technische wending mogelijk.</fn>  Waar was zijn kleinkind, waar was ze nou?<fn>De erlebte Rede, herkenbaar aan de derde persoon (‘zijn kleinkind’) en de ovt. Nog directer was de vrije directe rede geweest: ‘Waar is mijn kleinkind? Waar is ze nou.’ Maar dat was duidelijk over de top.</fn>

[7] Toen de oude man weer opstond, zag hij een man en een vrouw op de grond liggen, beide badend in het bloed.<fn>Bewust is hier voor deze allitererende bijzin gekozen als laatste zin van de scene. Het is net alsof de verteller weer even het woord neemt; de oude man had zich waarschijnlijk niet zo uitgedrukt.</fn>

***

SCÈNE 2

[8] Latifa Charradi en Hajar Lemouesset waren die ochtend druk in de weer geweest met de voorbereidingen voor een modeshow in hun kledingwinkel Liyana.<fn>Nieuwe scene, nieuwe personages, nieuw POV. Het POV van Latifa Charradi en Hajar Lemouesset, want dat het druk was is hun kwalificatie. De zin contrasteert door de ogenschijnlijke kalmte – er was nog niets aan de hand die ochtend – met wat de oude man in de voorgaande alinea zag en dacht.</fn>  Ze hadden de knallen wel gehoord, maar waren er niet van geschrokken.<fn>Deze eerste alinea speelt zich in de chronologie van de gebeurtenissen net voor het wegvluchten van de oude man in de vorige alinea af. Daarom staat de zin in de voltooid verleden tijd (vvt).</fn>  Vreemd geluid. Nu geen tijd voor.<fn>Net als eerder bij de oude man zitten we met deze elliptische zinnen in hun hoofd. Is dit weer de erlebte Rede? Nee, of: niet helemaal. Dan zouden de zinnen in de ovt en derde persoon hebben gestaan. Het lijkt meer op de vrije directe rede. De gedachten woorden direct weergegeven. Dat is een ander technisch middel, een techniek die maar met moeite past in een journalistieke reportage (net als de stream of consciousness). Door er elliptische zinnen van te maken en onderwerp en gezegde weg te laten, wordt die vrije directe rede verdoezeld.</fn>  Veel meer hadden ze er niet bij gedacht.<fn>Dit is alsnog een citaataanduider als ‘dachten ze’. Dat was kennelijk nodig omdat de vrije directe rede wat schuurde.</fn>

[9] Hun modellen stonden<fn>De overgang van de vvt naar de ovt markeert de aansluiting bij het verhaalheden: we zijn weer in het nu van het verhaal.</fn>  al klaar om het podium op te gaan toen een vrouw de modewinkel binnenkwam. De vrouw had een schotwond in haar been. Toen begrepen Latifa en Hajar het. Wegwezen. Door de achteruitgang van de winkel. Weg.<fn>Hier opnieuw die vrije directe rede, inclusief de spreektaal van ‘wegwezen’. Na het voorzichtige, behoedzame eerste gebruik van die vorm kan het hier nu al gemakkelijker, ook omdat we weer de ontwikkelingen in het verhaalheden volgen. Daar gebeuren de dingen sneller en komen gedachten eerder in directe vorm en spreektaal naar boven.</fn>

[10] Ook Lennart Schellinghout hoorde het.<fn>De verteller springt naar een andere ruimte, maar de tijd blijft exact gelijk. LS hoort immers hetzelfde als de twee vrouwen Latifa en Hajar.</fn>  Hij was een deur verder aan het werk in het magazijn van de C1000, op de tweede verdieping. Een geluid alsof er iets op de grond viel. Hij liep naar beneden. Schoten, dacht hij, dat zijn schoten.<fn>Ook hier wordt het POV van het personage langzaam opgebouwd. Eerst het horen. Dan het verleden (hij was aan het werk – dat is niet iets wat je alleen op dit moment doet), naar het denken in de indirecte rede. Daar staat nu nog de citaataanduider ‘dacht hij’ bij, als aanloopje naar…</fn>  Bij de kassa’s zag hij mensen die zich klein en onzichtbaar probeerden te maken. Waar is de schutter? Nog in de buurt? Weg?<fn>… de vrije directe rede, inclusief het werkwoord ‘is’ in de ott.</fn>

[11] Bij de groenteafdeling lag een man op de grond, bloedend uit een wond in zijn zij. Die is niet op deze plek neergeschoten, dacht Schellinghout, maar bij de ingang van de winkel. Die moet zich hier naar binnen hebben gesleept.

[12] Schellinghout liep naar de kantine en zag daar een collega met een schotwond in haar schouder. Collega’s probeerden het bloeden te stelpen. Zelf pakte hij uit een kast wat bedrijfskleding. Voor die man bij de groenten. Dat lag prettiger dan de harde stenen vloer.<fn>De directe weergave van LS zijn gedachten. Waarom de tweede zin is de ovt staat en niet als hiervoor in de ott? Misschien omdat het minder indringend is, minder acuut.</fn>

[13] Een wat oudere buurtbewoonster zag de gewonde man toen ze met de roltrap de C1000 was binnengekomen en een medewerkster van de supermarkt haar meenam naar achter in de winkel.<fn>Hier opnieuw het bruggetje naar een ander personage: ze ziet wat de vorige getuige ziet. Dat bevordert opnieuw de continuïteit.</fn>  Ook de buurtbewoonster had het gehoord. Schoten. Brekend glas. Niemand leek in paniek, maar waar bleven de politie en de ambulances?

[14] Verderop hoorde Raymond Vleerlaag, die zijn boodschappen deed bij Albert Heijn, een geluid als van een klapperpistool. Medewerkers van de supermarkt dirigeerden klanten naar achteren. Het geluid kwam dichterbij en Vleerlaag realiseerde zich wat hij hoorde. Schoten. Onregelmatige knallen. Een minuut of twee lang.

[15] Toen zag hij de schutter.

[16] Buiten.

[17] Voor de Albert Heijn.<fn>Omdat we de schutter al even niet gevolgd hebben, maar alleen gehoord, versnelt het verhaal hier met kortere zinnen en alinea’s – alsof de hartslag versnelt.</fn>

[18] De man liep<fn>De herhaling van dat liep is niet zo mooi.</fn> voor de supermarkt langs. Ter hoogte van de kassa’s keek hij naar binnen. De schutter keek precies het gangpad in. Aan het eind van dat gangpad stond Vleerlaag. Misschien keken ze elkaar wel aan.<fn>Dit zou een gedachte van Vleerlaag kunnen zijn (wat het in de NRC-versie ook is), maar omdat de verteller weer aan het woord is, als omnipotente getuige, moet het anders worden geformuleerd. Nu voelt het als commentaar van de verteller, namens alle lezers, we zien allemaal hoe ze elkaar bijna aankeken.</fn>

[19] De man kwam niet de winkel in, maar knielde, zette het wapen tegen zijn hoofd, en schoot.

[20] Vleerlaag zag hoe hij omviel.

[21] Die is dood, realiseerde Vleerlaag zich toen hij met twee Albert Heijn-medewerkers naar de kassa’s liep.<fn>Het POV van een dode bestaat niet, dus kunnen we terug naar het POV waar vandaan we kwamen.</fn> Ze konden niets meer voor de man doen, zei hij tegen de twee.<fn>Dit was misschien in dialoogvorm nog sterker geweest. ‘We kunnen niets meer voor die man doen,’ zei Vleerlaag.</fn> Naast de dode man lag een wapen. Vleerlaag schoof het met een voet opzij. Als er nog een tweede schutter was, zou die het pistool niet meer kunnen vinden.

***

SCÈNE 3

[22] De eerste melding op het alarmnummer kwam kort na twaalf uur.<fn>We verspringen in tijd en plaats. Vandaar de nieuwe scene en de ***</fn> Onmiddellijk was een team agenten naar het winkelcentrum gegaan.<fn>De voltooid verleden tijd duidt aan dat we al weer wat later in de tijd zijn. De eerste zin had ook beter in de vvt kunnen staan.</fn> Daar hadden ze zich door de mensenmassa moeten dringen, voordat ze – kogelvrije vesten over hun dienstkleding – op jacht konden naar de schutter. Die moest uitgeschakeld worden.

[23] Veel slachtoffers waren toen al gevallen, zou korpschef Jan Stikvoort later zeggen.<fn>De indirecte rede en de toekomende tijd om een quote in op te bergen en de eenheid van tijd te handhaven.</fn>

[24] Even voorbij de AKO-vestiging lagen twee doden, een van hen in foetushouding. Bij de boekhandel zelf zag buurtbewoner Jolanda van der Meulen<fn>Nieuw personage, nieuw POV.</fn> – die veel mensen in de Ridderhof kent en op het lawaai afgekomen was – een zwaargewonde man op de grond liggen. Ze legde haar jas over hem heen. Wat moest ze nou?<fn>Erlebte Rede</fn> Toen herkende ze de agent. Een zwartepiet op de school van haar zoontje. Maak dat je wegkomt, zei de agent. Het was misschien nog niet voorbij.

[25] Ze liep langs de Albert Heijn. Daar werkte een vriendin achter de kassa. Kom mee, zei ze. Je leven is belangrijker dan een baan.<fn>Ook dit had dialoogvorm kunnen zijn, maar zo is het beter, het tempo is na de dood van de schutter omlaag gegaan. Ondertussen blijft het een bijzondere quote, zo zonder aanhalingstekens: de vrije directe rede.</fn> Enkele meters verderop stond de baas van haar vriendin, Luc Vlaardingerbroek. De manager van de AH-vestiging boog zich over een jongeman die door het hoofd geschoten was. Hij realiseerde zich nog niet dat het de schutter was die ogenblikken eerder een vrouw had doodgeschoten. De vrouw was de eigenaar van een modewinkel tegenover de AH. Ze lag voorover op de grond, schotwonden in haar rug. Ze was het zesde en laatste dodelijke slachtoffer.

***

SCÈNE 4

[26] In de uren daarna kamden politieagenten het hermetisch afgesloten winkelcentrum uit, op zoek naar een tweede dader.<fn>Nieuwe sprong in de tijd, nieuwe scene met meer verdichting, alsof het verteller POV weer boven de gebeurtenissen cirkelt.</fn> Ambulances reden af en aan om de zeventien gewonden naar een ziekenhuis te brengen. Twee helikopters cirkelden boven het gebied. Op straat en in de sociale media deden wilde geruchten de ronde. Er zouden twee gijzelingen zijn. Er zou ook geschoten zijn bij de voetbalclub.

[27] Kort nadat de politie had vastgesteld dat de schutter de 19-jarige Tristan van der V. was, ging een arrestatieteam de flat binnen waar hij woonde om zeker te stellen dat de recherche de woning veilig kon doorzoeken.<fn>Pas hier wordt de naam van Tristan genoemd omdat die pas nu in het verhaalheden bekend is. De toon is ook zakelijker, meer als in een ANP-bericht. Dat vergroot de afstand tussen lezer/getuige en de gebeurtenissen. Het was ook beter geweest pas hier te onthullen dat Tristan drie wapens bij zich droeg, liefst met het wapentype erbij, als de verslaggevers die detailinformatie hadden kunnen achterhalen.</fn> Ook de Mercedes waarmee de schutter naar het winkelcentrum was gekomen, werd onderzocht door de Explosieven Opruimingsdienst. Tegen vijf uur besloot het crisisteam van gemeente, justitie en politie de winkelcentra Atlas, Herenhof en Aarhof te ontruimen, inclusief de huizen boven de winkels.

[28] In de zwarte Mercedes had Tristan van der V een briefje achtergelaten.<fn>Anders dan in de NRC-versie wordt dit pas bekend gemaakt als het in het verhaalheden bekend is.</fn> Op het briefje stond een boodschap. Er lagen explosieven in drie andere winkelcentra in Alphen aan den Rijn.

[29] Die explosieven werden niet gevonden. In de loop van de nacht konden bewoners van woningen boven de winkels weer naar huis. Het winkelcentrum de Ridderhof werd schoongemaakt. De deuren zouden vandaag gesloten blijven.<fn>In de laatste zin wordt het gewrongen vooruitkijken van de NRC versie vermeden, terwijl met dat ‘vandaag’ toch van het verhaalheden naar het reële heden van de lezer wordt gesprongen.</fn>