Toine Heijmans en de Premierbenen van Rutte

Mark Rutte1 is waanzinnig slecht in afscheid nemen. Die gaat niet zomaar weg, dat is een heel proces. Tot ín de lift. Tot áán de dienstwagen. De premiersbenen2 bungelen nog buiten, vertrokken is hij niet.

‘Tot ziens!’ ‘Leuk!’ ‘Uiteraard!’ ‘Yes!’ ‘Súper!’ ‘O, dan zo! Hé!’

‘Uiteraard!’ ‘Tot kijk allemaal!’ ‘Hoi hoi!’3

Het grote tv-verkiezingsdebat laat hij schieten, maar Mark is scherp op tijd voor zijn drie kwartier met lezers van de Gelderlander. Dertig zitten klaar op de Arnhemse redactie, hun vragen uitgeprint. Jöel Hendriks wil weten waarom Mark in snelwegen gelooft en niet in spoorwegen, maar beseft: ‘hij is met vragen niet te grijpen’.

Atlas Contact, 19,99 euro.

Komt ie aan: ‘Dág!’ ‘Zo, jááá, goed hier te zijn!’

Naast me4 zit Ton Odijk klaar met een vraag zwaar in zijn handen. Ton is tijdens de crisis vier keer ontslagen als assurantieverkoper, kreeg loonbeslag, is uit de ziektekostenverzekering gegooid, is gemangeld door de trage molens van het uwv maar kwam wonderwel uit zijn schuldpositie en sprokkelt nu veertienhonderd euro in de maand bij elkaar als telemarketeer en artist-manager. Zijn vraag aan Mark: ‘Reken mij eens voor hoe je met z’n tweeën rondkomt van veertienhonderd euro, als je zeshonderd euro huur betaalt?’

Hij moet nog even wachten.5 Mark zit achter een hoge tafel naast zijn interviewers, overziet het publiek en zoekt kalm naar zijn moment. Dat komt als een meneer achterin roept of het wat harder kan, er is niks van te horen. Mark gaat staan en neemt de show in handen, brengt zijn stem op volle sterkte. Nu is hij de quizmaster des vaderlands, er kan hem niets gebeuren, en hij blijft die meneer achterin maar vragen of het goed gaat zo. Ja, het gaat uitstekend.

Wisten we al dat de ouders van Marks moeder uit Arnhem kwamen? Hij is hier trouwens als premier, campagnetijd of niet. ‘Ik ben premier van alle fractievoorzitters,’ zegt Mark, en even later: ‘Ik ben premier van alle mensen.’

Hij brengt het alsof hij het zelf gelooft, en daarom gelooft niemand het. Hij doet me ineens aan Ron Brandsteder denken. De vragen zijn vooraf niet overlegd, zeggen de interviewers, Rob Berends en Hans Gulpen, het team van Mark hoefde verder niets te weten. Dat is bij andere lijsttrekkers wel anders. Gaan we soepel van het vraagstuk van de krimp naar de verlaging van de bijstand naar het gebrek aan geld voor gehandicapten naar de legalisering van de wiet.

Mark zegt: ‘Ik heb vrienden met kinderen van zeventien, achttien jaar die in de afkick moeten.’

Wil je doorvragen, is Mark al een of ander hazenpaadje ingeslagen.

Dan is Ton aan de beurt. Het is niet eenvoudig je eigen mislukking aan de premier te melden, maar hij durft. ‘Veertienhonderd euro in de maand is geen vetpot,’ zegt Mark terug, ‘maar in Nederland kom je gelukkig nóóit onder de 95 procent van het bestaansminimum.’ Ton zegt: ‘dat klopt niet’ en ‘daar denkt de deurwaarder anders over’, maar Mark begrijpt dat Ton weer werk heeft? ‘Geweldig!’6

En dan zijn we alweer bij de inburgeringsplicht, woesj woesj ook opgelost met Jackie Chan-achtige taalbewegingen, en dan is er de kwestie over de tol die ze willen heffen op de A15 terwijl premier Mark zo tégen tol is, dus ‘ik ben niet dol op tol, maar als je de middelen niet hebt om de weg aan te leggen moet je nadenken over hoe je dat doet’. Een dubbele flikflak. Alweer.

Hoe zijn elastieken benen werken, van links naar rechts en straks terug, is prima te begrijpen door Mark te lezen, het boek van Sheila Sitalsing. ‘Rutte past in zijn tijd’, schrijft ze: hij is de ‘procesmanager’ die overblijft nu de oude machtspartijen afbrokkelen. ‘Ruttes antwoord is: haal de ideeënstrijd uit de politiek.’

Dit zou je marksisme kunnen noemen.

‘Er zijn mensen die zo de stoel onder de kont van de premier vandaan kunnen trekken,’ zei journalist Bas Haan, zich verwonderend over de leugens van Mark in de bonnetjesaffaire. Maar dat doen ze niet. En als ze het doen is de kans groot dat Mark gewoon blijft staan. Juist in de bolwerken van de VVD is het mis: veiligheid en justitie, de belastingdienst, het ene na het andere partijkopstuk stort ter aarde. Maar niet Mark. Alles kaatst af op het intergalactisch glas waarachter hij opereert. De wereld is een Showbizzquiz.

‘Hij maakt het je onmogelijk hem niet aardig te vinden,’ zegt Peter Jansen, hoofdredacteur van de Gelderlander. Zelfs Ton geeft hem een hand: ‘handig is ie wel’.
Maar nu gaat Mark écht afscheid nemen, jongens. ‘Jááá!’ ‘Tot ziens!’ ‘Tot snel!’ ‘Ja gewoon goed!’ ‘Ja leuk!’ ‘Zéker!’ ‘Dat moet je zó doen joh!’ ‘Yesss!’ ‘Já!’ ‘Tot kijk allemaal!’

Nee, die is niet zomaar weg.7