Sander Koenen over Zwart ijs en het nog onvertelde verhaal

Op 29 april 2015 verongelukten poolreizigers Marc Cornelissen en Philip de Roo tijdens een expeditie in het noordpoolgebied. De enige getuige was hond Qimmiq, die mee was om ijsberen op afstand te houden.

Philip de Roo en Marc Cornelissen tijdens The Last Ice Survey (april 2015). (c) Marc Cornelissen en Philip de Roo

Het is min twaalf graden, maar het voelt als min twintig aan het begin van de pooldag in Resolute Bay.1 Tabitha Mullin – een Inuitvrouw van 51 jaar met kort, stijl, grijszwart haar en vriendelijke, kleine ogen – staat op het punt te vertrekken wanneer haar telefoon gaat.2

“Er is een ongeluk gebeurd bij Bathurst”, hoort ze politiechef Mario Turcotte zeggen. “We hebben jou en je mensen nodig, nu meteen.”

Op het zee-ijs langs de kust komt ze liever niet

Als wildlife officer kent Mullin elke uithoek van het gebied rond Resolute Bay. Ook het onbewoonde, heuvelachtige Bathurst, 150 kilometer naar het noordwesten. Ze jaagt er op kariboes en muskusossen. Op het zee-ijs langs de kust komt ze liever niet. Vooral aan de noordoostkant van het eiland kan de sterke stroming het pakijs van onderaf uithollen.3

Ze stelt Turcotte nog wat vragen, waarop ze kort en zakelijk antwoord krijgt. Hij deelt wat hij weet. Dat de twee Nederlandse jongens die hij drie weken eerder met ski’s en sleden in de baai afzette voor hun wetenschappelijke expeditie, vermoedelijk door het ijs zijn gezakt. Dat ze een noodsignaal hebben uitgestuurd. En dat een vliegtuig over de locatie is gevlogen, maar de piloten er niet zeker van zijn of iemand het ongeluk heeft overleefd.4

Hetzelfde ongemak heb ik maanden gevoeld. Kan ik dit verhaal wel schrijven?

Mullin weet om wie het gaat. Ze had Marc en Philip vlak voor de start van hun expeditie één keer ontmoet. Sterker: ze was naar de twee op zoek gegaan om ze een aanbod te doen.5

***

Marc Cornelissen en Philip de Roo arriveerden op 29 maart 2015 in de kleine Inuitgemeenschap Qausuittuq – Resolute Bay voor buitenstaanders en de noordelijkste bestemming voor lijnvluchten in Canada. Ze waren niet onopgemerkt gebleven. Philip, de lange, ranke jongen, introvert maar erg nieuwsgierig naar de mensen en de mores in het voor hem nog onbekende dorp. En Marc, potige vent, beginnend baardje, grijsblauwe ogen vol verlangen naar een nieuw avontuur.6

Marc Cornelissen trekt zijn slee met 120 kg proviand, kampeerspullen en meetinstrumenten over het zeeijs. (c) Marc Cornelissen en Philip de Roo

Na zijn eerste expeditie in 1996, een faliekant mislukte poging om vanuit het dorp met een mountainbike de magnetische noordpool te bereiken, keerde Marc regelmatig terug naar Resolute Bay. Hij had zich gehecht aan de Inuit en hun cultuur. Hij had er vrienden gemaakt die hem hielpen bij elk plan voor een nieuwe poolreis.

Dit keer zou hij samen met zijn vriend Philip een vierhonderd kilometer lange skitocht maken in een gebied dat wetenschappers ‘The Last Ice Area’ noemen – de laatste plek ter wereld waar zee-ijs zal liggen als het elders is gesmolten door de opwarming van de aarde. Gegevens over de sneeuw- en ijsdikten in dit gebied zijn schaars. Wetenschappers komen er zelden, ze vinden de risico’s te groot. Avonturiers die zich er wel wagen, hebben uitsluitend sportieve motieven. Met wetenschap houden zij zich niet bezig.

Marc vond zijn niche tussen deze groepen. Op bijna elke poolreis onderzocht hij met ijzeren discipline de conditie van het ijs. Hij prikte, boorde, mat en noteerde, bijvoorbeeld voor de Europese ruimtevaartorganisatie, die dankzij de gegevens satellietmetingen kon controleren.

***

Twee sleden vol proviand, kampeerspullen en meetinstrumenten: op vrijdag 3 april stonden Marc en Philip gereed voor vertrek. Maar ze waren nog niet uit Resolute Bay vertrokken, of de expeditie dreigde al te stranden. Nala, de hond die mee zou gaan om ijsberen weg te jagen, bleek drachtig.

Mullin hoorde erover van dorpsgenoten.7 Ze zocht de Nederlanders op in het Arctic College, waar vijf vrouwen de cursus Traditionele Inuitvaardigheden afsloten met een expositie. De vijf hadden jassen en broeken gemaakt van zadelrobbenvacht die Marc spontaan aantrok voor een fotosessie in de baai.

“Zo, verder heb ik niets nodig. Ik kan gaan”, had hij gegrapt.

Maar Mullin wist beter.

Marc en Philip zouden dwars door ijsberengebied skiën. Zonder hond waren ze afhankelijk van een passief alarm – een touw aan paaltjes rond het kamp met een sirene – dat pas af zou gaan als een ijsbeer gevaarlijk dicht was genaderd. Zo ver zou Qimmiq, haar Canadese eskimohond, het nooit laten komen.

Qimmiq was het beste ijsbeeralarm dat het dorp ooit had gehad.

Qimmiq, ‘hond’ in de Inuittaal Inuktitut, had Resolute Bay al twee jaar op rij behoed voor grote incidenten met ijsberen. Een keer redde hij het leven van twee kinderen die onderweg naar school werden verrast door een hongerig vrouwtje. Sindsdien had hij een reputatie: Qimmiq was het beste ijsbeeralarm dat het dorp ooit had gehad.

Mullin wilde haar hond eigenlijk zelf meenemen op jacht. Maar zij zou niet zo ver gaan, was met drie mensen in plaats van twee en verplaatste zich bovendien per sneeuwscooter. Marc en Philip gingen te voet over het pakijs. Ze zouden voor ijsberen een makkelijke prooi zijn.

“Jullie kunnen Qimmiq meekrijgen”, zei Mullin. “Maar je moet snel beslissen, want morgen ga ik weg.”

“Is hij gewend om een slee te trekken?”, vroeg Marc.

“Dat heeft hij nooit gedaan”, antwoordde Mullin. “Ik weet niet of hij kan trekken, maar in beren laten schrikken is hij de beste.”8

***

Elke dag als hun knalrode tent weer op het ijs stond, na een lange dag slepen met de sleden – links, rechts, links, rechts –, spraken Marc en Philip via de satelliettelefoon een audiodagboek in voor de website van hun expeditie. De eerste week hadden ze van beren geen last, bleek uit de berichten. Van Qimmiq des te meer.9

Marc vertelde over de moeizame verhouding met het ‘derde expeditielid’ in het audiodagboek van maandag 6 april, de eerste dag van de expeditie: “Qimmiq is een erg aardige hond met veel energie. Niet makkelijk om mee te werken, dus we hebben vandaag na een kleine afstand kamp moeten maken.”

Waakhond Qimmiq. (c) Marc Cornelissen en Philip de Roo

De volgende dag sprak Philip het audiodagboek in: “We kijken hoe we moeten omgaan met de hond. Hij is erg energiek, maar hij weigert zijn eigen slee te trekken. Wat betekent dat Marc en ik alle hondenvoer moeten dragen, dertig kilo extra gewicht.”

Pas na vier dagen op het ijs draaide Qimmiq bij. Marc maakte er melding van in het audiodagboek op 9 april: “We waren vrij ver van het kamp vanmorgen om wetenschappelijke metingen te doen toen Philip zag dat de hond zich met bruut geweld had losgemaakt omdat hij heel graag bij ons wilde blijven. Hij heeft zich sterk gehecht, inmiddels.”10

***

Mullin had verwacht dat ze haar hond pas rond 4 mei terug zou zien. Dan zouden twee piloten de poolreizigers bij Crescent Island van het ijs halen en terugvliegen naar Resolute Bay. Maar drie weken eerder, op weg naar huis van een succesvolle jachttrip, passeerde ze bij toeval het kamp van de mannen en reed er naartoe. Qimmiq was aangelijnd en blafte luid.

Marc kroop de tent uit, hij had het zichtbaar koud. Philip volgde rillend een paar minuten later.11

Een toevalstreffer! Hiervan was verder niemand op de hoogte

Ze waren op 6 april uit Resolute Bay vertrokken, vertelde Marc, en na een kleine week kwamen ze nu steeds meer in het ritme van de expeditie. Die dag hadden ze bijna tien kilometer afgelegd, een dag eerder veertien, in totaal ruim 64. Tot nu toe waren ze over het zee-ijs langs de westkust van Cornwallis geskied. Een dag later begon de oversteek naar Little Cornwallis Island in het noorden.

Mullin vroeg hoe Qimmiq zich gedroeg. Of het was gelukt hem zijn eigen slee te laten trekken.

“Ja, dat heeft hij geleerd”, antwoordde Marc met een glimlach. “Een beetje.”

Het was te koud om lang te praten. Mullin bedankte Marc nog eens voor het kistje sigaren dat ze voor vertrek van hem had gekregen. Al rookte ze niet, het was toch een mooi gebaar.

“Wees voorzichtig en veel plezier”, zei ze.12 Daarna vertrok ze met haar dorpsgenoten en drie dode kariboes richting Resolute Bay.

***

Mullin drukt haar neus tegen het raam van de Twin Otter, terwijl de piloten koers zetten naar Bathurst Island.13 Systematisch glijden haar ogen over het pakijs. Natuurlijk wil ze weten of haar hond nog leeft. Maar ze is aan boord van het vliegtuig als zonecommandant van CASARA, de Civil Air Search and Rescue Association. In die hoedanigheid had Turcotte vanmorgen een beroep op haar gedaan. Samen met drie andere ‘spotters’ moet ze informatie verzamelen over de locatie van het ongeluk.

Kamperen op de eindeloze ijsvlakte in de Canadese Arctische Archipel. (c) Marc Cornelissen en Philip de Roo

Een ongetraind oog zou makkelijk het overzicht verliezen. Het zou witte vlakken zien, begrensd door lijnen die doen denken aan het craquelé op een schilderij. Maar Tabitha Mullin ziet meer.

Ze haten ze en tegelijkertijd houden ze ervan – ze geven het poolgebied karakter

Blauw ijs is oud ijs, dun ijs is zwart, want daar schijnt de oceaan doorheen. Het craquelé zijn metershoge drukwallen die ontstaan wanneer wind en stroming oud ijs opstuwen. Poolreizigers kunnen er uren over doen om de natuurlijke ijsdammen te doorkruisen. Ze haten ze en tegelijkertijd houden ze ervan – ze geven het poolgebied karakter.

Mullin weet wat ze kan verwachten op de locatie van het noodsignaal. Politiechef Turcotte heeft haar gebriefd met foto’s van de eerste verkenningsvlucht en informatie die vrienden, familie en collega’s vanuit Nederland aanleverden. En dan is er nog die aanwijzing van Marc en Philip zelf: een audiodagboek op de expeditiewebsite. Het laatste bericht is van de avond voor het ongeluk, nadat de mannen kamp hadden gemaakt voor de kust van Bathurst Island ter hoogte van Payne Point.

“Hallo, dit is een update vanaf het ijs, dit is Marc”, zegt een blikken stem. “Vandaag was een goede dag, natuurlijk ook omdat het Koningsdag is in Nederland.”

Marc vertelt hoe ze naar het westen hadden moeten uitwijken. Het was warm. Veel te warm voor de tijd van het jaar. Zo warm dat hij in zijn lange ondergoed skiede. Hij vertelt dat er gelukkig geen foto’s van zijn, omdat het er bepaald niet sexy uitzag.

“Morgen gaan we verder en voordat we de kust raken meer richting het noorden, want we denken dat we dun ijs voor ons zien. (…) We zijn compleet uitgeput en klaar voor onze slaapzak en nog een warme chocolademelk. En dan houden we het vandaag voor gezien. Bedankt. Dag.”

Dun ijs. Ze wisten ervan.14

Uit het vliegtuigraam spot Mullin twee sleden. Eén op het ijs, één in een wak. Geen lichamen. Aan de skisporen ziet ze hoe de Nederlanders regelrecht naar open water zijn gekoerst. Ze waren 650 meter uit de kust. Wilden ze hun expeditie afbreken? Zichzelf in veiligheid brengen op het land? Als dat zo was, hoefden ze hooguit nog een half uur te skiën. Een half uur was het verschil tussen noodlot en succes.

Ineens ziet ze hem.15

“Qimmiq!”

Haar hond. Op de slee op het ijs.

Het dier springt op als het vliegtuig overkomt.

Qimmiq. Qimmiq leeft.

“Sorry, we kunnen niet landen. Het ijs is niet dik genoeg”, zegt een van de piloten door de intercom. Mullin protesteert niet. Ze kent de gevaren van landen op zee-ijs. Qimmiq is in leven, maar blijft alleen achter.16

***

Het duurt vier dagen voordat Mullin opnieuw naar de locatie van het noodsignaal vliegt, met een helikopter dit keer. Een gure noordnoordoostenwind raast over het ijs voor de kust van Bathurst Island. Het is veertien graden onder nul, maar door de stevige wind voelt het zeker tien graden kouder aan.

Qimmiq houdt de ijsberen op afstand. (c) Marc Cornelissen en Philip de Roo

De helikopter landt op de veilige, vaste grond van Bathurst Island, anderhalve kilometer verderop. Mullin stapt uit en fluit zo scherp als ze kan. Ze schreeuwt, “Qimmiq!”. Door een verrekijker ziet ze hoe haar hond naar de bron van het geluid zoekt. De wind drijft het zuidwaarts. Qimmiq loopt naar de kust tot hij met vier poten in het smeltwater staat. Hij twijfelt. Mullin fluit en roept, maar Qimmiq keert om.

“Hoe lang hebben we nog?”, vraagt ze aan de helikopterpiloot. Hij berekent de brandstofvoorraad. De motor moet aanblijven en de rotor blijft draaien. Uitzetten zou te riskant zijn: bij deze lage temperaturen is het altijd de vraag of de motor weer aanslaat.

“Een half uur misschien”, antwoordt de piloot.

Mullin geeft haar verrekijker aan de vrouw van Mario Turcotte, die mee is om verkenningsfoto’s te maken voor een mogelijke bergingsoperatie later in de week.

“Laat me weten wat hij doet”, zegt Mullin.

Elke keer als ze de naam van haar hond roept, zet Qimmiq een paar stappen. Is ze stil, dan staat hij als aan de grond genageld.

“Blijven roepen”, zegt de vrouw van Turcotte. “Blijven roepen!”

Misschien levert dit bij de lezer gemengde gevoelens op. Dat zou ik mooi vinden.

Qimmiq is al vier dagen op de plek waar Marc en Philip verdronken. Zijn eten dichtbij, maar onbereikbaar, in een afgesloten slede. IJsberen had hij al die tijd op afstand gehouden. Minimaal één moeder en een welp, zal later uit verkenningsfoto’s blijken.17

Mullin fluit en schreeuwt de naam van haar hond met zo kort mogelijke onderbrekingen. Ze ziet hoe hij een route zoekt via het zuiden, en uiteindelijk vindt, om het open water heen.18 19