Rik Kuiper: de kunst van het rondhangen bij de strandwacht

Krakend onheil door de portofoon.1 Een jongen van zes jaar is zoek, klinkt het bij het paviljoen van de Reddingsbrigade in Kijkduin.2 Robin heet hij. Blond haar, blauwe zwembroek met witte stippen en een groen randje.3

Diane van der Burch (46)4 pakt haar blocnote en noteert het signalement. Zij bemenst hier vandaag de ‘kinderbewaarplaats’, waar ze kinderen opvangt die hun ouders kwijt zijn en ouders die hun kinderen zoeken. Van der Burch stelt ze gerust, terwijl de vrijwilligers van de Reddingsbrigade op zoek gaan. 5

Dat is regelmatig nodig.6 Eerder deze maand, tijdens een van de drukste strandweekenden van het jaar, waren7 er op het Haagse strand veertig tot vijftig vermissingen. Het was een seizoensrecord.8

Op zoek naar een blauwe zwembroek met witte stippen

Op deze zondag is het minder druk op het strand, maar ook nu raken er kinderen zoek. Omdat ouders niet beseffen hoe lastig het kan zijn om vanuit de branding de eigen parasol terug te vinden. Omdat ze hun kinderen niet zo’n polsbandje met een telefoonnummer omdoen, die gratis te verkrijgen is bij de Reddingsbrigade. En ook, zo waarschuwen ze9 hier, omdat de ouders niet opletten.

‘Mensen zitten tegenwoordig de hele tijd op hun telefoon’, zegt senior lifeguard Mark Beeloo (35). ‘En ondertussen laten ze de kinderen bij de zee spelen. Onbegrijpelijk vind ik dat.’

‘Ik hoor ook wel dat ouders in slaap zijn gevallen’, zegt Van der Burch.

‘Kinderen moet je nooit alleen laten’, zegt Beeloo. ‘Pas als ze een jaar of zestien zijn, snappen ze de gevaren van de zee.’10 En toch helpen de vrijwilligers van de Reddingsbrigade die ouders graag. Ook nu wandelen er twee lifeguards tussen de badgasten door op zoek naar Robin. De collega’s in de auto’s zijn alert. En in de glazen cabine op het dak van het paviljoen tuurt Bart Isendoorn (42) door zijn verrekijker, op zoek naar die blauwe zwembroek met witte stippen.

Dat doet denken aan ‘Waar is Wally’, het prentenboek vol mensenmassa’s waar je11 de bebrilde held met zijn rood-wit gestreepte shirt moet vinden. Alleen is dit serieuzer.

‘Ik deel het strand in vakjes in’, zegt Isendoorn. ‘Dan kijk ik in zo’n vakje of ik iemand zie die aan de beschrijving voldoet. Zo niet, dan ga ik naar het volgende vakje.’12

En ja, zegt hij,13 het lukt wel eens om vanuit hier een vermist kind op te sporen, al heb je meer kans als je de ouders achterin de pick-uptruck zet en over het strand gaat rijden. ‘Zij herkennen hun kind veel eerder dan wij.’

Dan klinkt er een bericht uit de portofoon. ‘De moeder van Robin komt naar de post’, zegt een collega vanaf het strand. ‘Ze wil even door de verrekijker kijken.’

En inderdaad, daar komt Astrid Tuin (37) uit Den Haag de trap van het paviljoen op, twee jongens van een jaar of tien in haar kielzog. Ze wordt opgevangen door Diane van der Burch,14 die een paar geruststellende woorden spreekt. Het gebeurt vaker, zegt ze. Iedereen kijkt mee. Ze komen altijd terug.

Tuin tuurt door de verrekijker, die ze al snel overdraagt aan de jongens.

‘Waar is hij nou?’ vraagt een van hen.

‘Nu mag ik’, zegt de ander.

Tuin wijst ondertussen naar de blauwe parasol vlak voor de post van de Reddingsbrigade. Daar zaten ze. Robin ging zich even wassen bij de zee, vertelt ze,15 want hij zat onder het zand. En toen kwam hij niet meer terug. Ze waren gaan zoeken, haar man en zij. Tevergeefs. De meest verschrikkelijke scenario’s spookten door haar hoofd.

‘Hij zit vast ergens in het zand te spelen’, zegt Van den Burch.

‘Daar zie ik hem wel voor aan’, zegt Tuin.

En dan, rond kwart voor twee, pruttelt16 de portofoon. ‘Hij is gevonden’, zegt Van der Burch. ‘Twee van onze jongens nemen hem mee deze kant op.’

Even later ziet Tuin haar zoon aankomen, geflankeerd door twee mannen in gele shirts. Ze rent naar hem toe en vliegt hem om de hals. Hij kijkt beteuterd.

‘Hij was zelf op mensen afgestapt om te zeggen dat hij zijn ouders kwijt was’, zegt een van de lifeguards.17

‘Je krijgt nu wel een polsbandje’, zegt Van der Burch. ‘Daar kun je het telefoonnummer van je moeder op schrijven. Dan gebeurt het niet nog een keer.’

En dan dient het volgende probleem zich aan.

‘Waar is papa eigenlijk?’ vraagt de broer van Robin.18

About the Author

Rik Kuiper
Rik Kuiper is verslaggever bij de Volkskrant. Vaak tikt hij nieuwsberichten en dagreportages, maar het liefst sleutelt hij aan minutieuze reconstructies van meer dan 3000 woorden. Of die nu gaan over de geboorte van een Siamese tweeling of over een fatale beklimming van Mount Everest – het maakt hem niet veel uit, als er maar interessante personages in voorkomen die geconfronteerd worden met onalledaagse problemen. Enkele jaren geleden richtte Rik met een paar andere journalisten de Conferentie voor Verhalende Journalistiek op, die elk jaar meer dan honderd journalisten trekt. Twee van Riks verhalen zijn opgenomen in het jaarboek verhalende journalistiek. Bij de Volkskrant geeft hij een cursus aan de eigen verslaggevers. En als hij journalisten één boek zou mogen aanraden over het genre? Dan is dat Writing for Story van Jon Franklin. ‘Dat is mijn bijbel’, zegt hij.