Op de dag dat Wilders wint en Vrij Nederland begint te verdwijnen

Op de maandag dat Vrij Nederland verdwijnt (‘of een maandblad wordt, wat op hetzelfde neerkomt,’ reageerden oud-redacteur Piet Piryns en andere fans bedroefd), wordt Geert Wilders door het volk uitgeroepen tot politicus van het jaar.

Het een heeft alles met het ander te maken, maar misschien was dat niet zo opgevallen als het zich niet beide op deze maandag had afgespeeld. Nu kunnen we er niet omheen. Het betekent iets, maar wat?

De teloorgang van het 75 jaar oude weekblad markeert de volgende fase in het verval van de Nederlandse journalistiek. Wat alomtegenwoordig en gezaghebbend was, is nu armlastig en wordt gewantrouwd. Dat duurde wel tientallen jaren. De onttakeling verloopt traag, als een slopende ziekte.

Nu VN vol marketeersoptimisme wordt omgebouwd tot maandblad en online platform – ik abonneer mij voor een jaar – staat vast dat een van de vitale organen van de Nederlandse journalistiek is aangedaan. Alsof een nier uitvalt.

Nog leeft het vak. Het toont zich vitaal als de NPO schittert of de kwaliteitskranten al hun talent inzetten bij de aanslagen in Parijs. Maar de journalistiek is ook sterk vermagerd, lijdt aan een vervelende schimmel (die ze winstmaximalisatie noemen), mist al wat vingerkootjes en het zicht in één oog en is soms wat in de war.

Wilders

Wat heeft dat met Geert Wilders te maken? Wil ik suggereren dat hij verantwoordelijk is voor het wegkwijnen van VN? Of bedoel ik dat Wilders zijn triomf dankt aan de teloorgang van de pers?

Het eerste is onzin, het tweede overdreven. Maar er is wel een verband. Het weekblad VN dat ik eind jaren zeventig begon te lezen – en dat me deed besluiten journalist te worden – is alles wat Wilders niet is (behalve pro-Israël).

VN was toen uitgesproken links. Een blad van en voor een intellectuele voorhoede, kritisch en vernieuwend, voor de duvel niet bang, en overtuigd van het eigen morele gelijk, ook als dat – bij Buikhuisen bijvoorbeeld – misplaats bleek.

De journalistiek van VN was journalistiek op z’n best. Bij VN werden vak en beroepsgroep uitvergroot: de romantiek die alle journalistiek aankleefde leek aan de Raamgracht romantischer, net als de verontwaardiging, of de schrijfdrift – van Martin van Amerongen bijvoorbeeld.

Als Wilders’ woede zich tegen de pers richt, praat hij niet over journalisten van De Telegraaf, maar over VN-achtige journalistiek. In zijn populistische sjabloon ‘is’ alle media vooringenomen, elitair, leugenachtig, onverantwoordelijk, spilzuchtig (de NPO) en inderdaad links.

Democratie

De tegenstelling tussen VN en Wilders is groter dan het weekblad of de PVV-leider. Het gaat om hun idealen. VN wortelt in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wilders loopt zich warm voor de derde. Bij VN denk je aan mei ’68, bij Wilders aan 9/11. Bij het weekblad aan ongebreideld optimisme, bij de politicus aan dito populisme.

Het kwijnen van de een en de bloei van de ander zeggen uiteraard iets over de staat van het land. De journalistieke traditie waarvan VN ‘het best gelukte’ exemplaar was, is volgens veel journalisten onmisbaar voor een democratie omdat ze de burger informeert en de macht controleert. Volgens Wilders zijn we beter af zonder.

VN verdwijnt niet, reageerde hoofdredacteur Frits van Exter op een tweet van mij. ‘Over Wilders ben ik minder zeker’, voegde hij eraan toe.

Ik hoop dat Van Exter gelijk krijgt en VN als maandblad en digitaal platform annex onderzoeksclub nog jaren blijft verschijnen. Maar ik zie aankomen dat het verval van de journalistiek niet bij VN stopt.

Het is geen beste tijd voor linkse idealen. Een herrijzenis van VN zoals Van Exter voor ogen staat – ik ken er in de wereld van de media geen voorbeelden van. Toch, als het ergens moet beginnen te lukken, dan maar bij VN.