Het verdriet van Zwarte Piet

Foto: AD

Gerard Bloemink, foto AD

De VN-kritiek, de felle debatten, de demonstraties. Gerard Bloemink (70), Zwarte Piet van het eerste uur, heeft het allemaal met stijgende verbazing aangezien. Nu staat zijn eigen rol ter discussie. Voor het AD schreef Eefje Oomen zijn persoonlijke verhaal op.

De junimaand1is net voorbij – de warmste ooit, zeggen ze – als Gerard Bloemink2een bericht van de ‘pico’, de pietencoördinator, in zijn mailbox vindt.3Niks geks, de pico mailt hem altijd midden in de zomer of hij weer Zwarte Piet wil zijn bij de Utrechtse intocht. Maar dit mailtje: Gerard snapt er geen snars van.4
de pico mailt hem altijd midden in de zomer

Het gaat over ‘de gemixte bevolking van Utrecht’, over ‘het maatschappelijk debat’ en dat de leden van het intochtcomité ‘de overstap’ naar roetveegpieten maken. Dan volgt de conclusie dat ze graag zien dat iedereen mee blijft doen, dus mensen die ‘zich er niet lekker bij voelen’ moeten zich vooral melden.

Hè? Ze weten toch dat hij geen roetvegen wil? Dat het voor hem Zwarte Piet is en anders niks? Ook Gerards vrouw Gerda snapt de mail niet. Op 5 juli 2017 stuurt Gerard een bericht terug om duidelijkheid te krijgen, maar hoe vaak hij zijn inbox ook checkt: niks. Zelfs na zijn vakantie, twee weken in de caravan in het Belgische Mol5: nul. Mag hij nou nog zwart zijn of niet?6

Diepe stem

Het begint voor Gerard7 zo’n 29 jaar terug in het Catharijneconvent, het Utrechtse museum waar hij beheerder en klusjesman is. Daar krijgt hij op een dag de vraag of hij bij de stadsintocht Zwarte Piet wil zijn. En óf hij dat wil. Hij is in zijn eigen straat, de Nicolaasweg, wel vaker piet of Sinterklaas voor de buurt en vindt dat heerlijk. Sinterklaas is fijn vanwege die mooie diepe stem en piet is nóg leuker. Die is atletisch en grappig en dat past hem wel.

Hij is zelf ook een fitte kerel. Hij loopt marathons en was een lenige linksbenige voetballer bij KDS. En hij houdt van een lolletje. Snel op de zetel van de goedheiligman ploffen als die even niet kijkt – tot de kinderen hem wegtrekken: ‘Die stoel is voor Sinterklaas hoor!’8

in prachtige gehuurde pakken, voor dag en dauw geschminkt

Die eerste intocht, in 1988: geweldig. Hij met zo’n 60 andere mannen, in prachtige gehuurde pakken, voor dag en dauw geschminkt, hup, de sloepen buiten Utrecht in, en voorwaarts, over de Vecht naar de binnenstad. Daar staan de kades volgepakt. ,,En we zingen en we springen en we zijn zo blij.”

Rotgeintje

Na die eerste keer doet Gerard elk jaar mee, hoewel de intochtomstandigheden af en toe bar zijn. Slagregen, hagel, sneeuw. Gelukkig draagt hij een zwarte maillot. Eén keer worden ze met eieren bekogeld: jochies die vanaf de bruggen een rotgeintje uithalen.9

Natuurlijk verandert er in de loop der jaren van alles. Nieuwe routes. Meer meisjespieten. En de intochtzaterdag wordt een intochtzondag. Een paar dingen blijven: boten, pepernoten, liedjes, Sinterklaas, Zwarte Piet.

Ook bij de intocht van 2012, een droge, milde novemberdag, lijkt alles nog bij het oude. Maar wat Gerard niet weet10 – en bijna niemand – is dat er vanuit de Surinaamse gemeenschap een stille maar krachtige beweging op gang is gekomen om Zwarte Piet weg te krijgen. De knecht met zijn dikke lippen en oorbellen is een overblijfsel van de duistere koloniale tijd, oordeelt onder andere het Landelijk Platform Slavernij.

Zeurpiet

De beweging krijgt maar weinig aandacht, tot contact wordt gelegd met een VN-werkgroep die racisme tegen zwarte mensen bestrijdt. In die groep zit ene Verene Shepherd en die gooit op 22 oktober 2013 in tv-programma EenVandaag de knuppel in het hoenderhok. Natúúrlijk is Zwarte Piet ‘een terugkeer naar de slavernij’, zegt ze. Als zo’n beetje half Nederland over deze ‘zeurpiet’ heen valt en honderdduizenden de ‘Pietitie’ op Facebook ondertekenen, is het pietendebat een feit.11

Een deel vindt het onzin – wat nou, slavernij?

Al het rumoer leidt ook bij het Utrechtse intochtcomité tot discussie. Een deel vindt het onzin – wat nou, slavernij? – een ander deel vindt dat Utrecht open moet staan voor kritiek.12 Ze besluiten zonder ruchtbaarheid toch iets aan de bekritiseerde ‘slavenkenmerken’ te doen; de Utrechtse pieten hebben tijdens de intocht van 17 november 2013 geen dikke rode lippen meer, en geen gouden oorbellen in.

Gerard merkt de veranderingen dat jaar wel even op, maar lang denkt hij er niet over na. Die rode lippen waren toch al niet mooi, te clownachtig. En de oorbellen kunnen op andere plekken waar hij piet is nog steeds in, bijvoorbeeld op basisschool Puntenburg. Hij laat zich die ochtend gewoon pikzwart schminken, een ritueel waar hij altijd van geniet.

Zwaarbewapende commando’s

Grappig, toch, hoe je met wat verf, een pruik en een velours pak opeens iemand anders kan zijn? Iemand die kinderen vrolijk maakt en soms een beetje bang. Hij kan een bangerd inmiddels in een oogwenk geruststellen: even diep door de knieën, een knikje en dan iets zeggen als: ‘Hé, was jij er vorig jaar ook niet bij?’.13

Het blijft in 2013 kalm in Utrecht, net als in Groningen, waar de landelijke intocht is. Pas later vertelt Erik van Muiswinkel, hoofdpiet in het Sinterklaasjournaal, dat er dat jaar in Groningen acht zwaarbewapende commando’s meeliepen.

Gerards hoop dat het hele pietendebat snel overwaait, blijkt in 2014 een illusie. De Amsterdamse rechtbank veroordeelt Zwarte Piet, en ook het College voor de Rechten van de Mens komt met kritiek. En minister Asscher begint een ‘rondetafelconferentie’ voor tegen- en voorstanders.

hij kent zat zwarte mensen die er niks op tegen hebben

Gerard vindt het maar gebazel. Zwarte Piet is niks meer of minder dan een fantasiefiguur en zijn kleur heeft niks te maken met zwarte mensen. Sterker: hij kent zat zwarte mensen die er niks op tegen hebben. Waarom kunnen mensen niet accepteren dat het een kinderfeest is en zeker geen racisme?14

Kritiek

In het Utrechtse intochtbestuur groeit intussen het begrip voor de tegenstanders – vooral door gesprekken met Ans van Hoof, bestuurder van kinderopvanginstelling Ludens. Van Hoof hoort al in de jaren 80 dat leidsters en ouders met een donkere kleur last hebben van piet: een van de ouders krijgt in de stadsbus zelfs pepernoten in het gezicht gesmeten.

Het bestuur start samen met Van Hoof zorgvuldig georganiseerde ‘dialoogavonden’: pro- en antipieten kunnen er, onder begeleiding van een heuse dialoogbegeleider ‘ervaringen met elkaar delen’. Ruziën is uit den boze. Op de eerste avond, op 7 juli 2014, houdt Quinsy Gario, de bekendste anti-pietactivist, een inleiding. Gerard wordt als nestor ook voor zo’n avond uitgenodigd, maar heeft het snel gezien. Hij ziet nauwelijks bekenden en de heren achter de paneltafel spuien vooral kritiek. Gerard haalt liever herinneringen aan de goede oude tijd op.

Hoe hij in het ouderlijk huis in de Vaartscherijnstraat zijn schoen nog bij de ouderwetse kolenkachel zette. En hoe ‘s ochtends alle stoelen dan omgekeerd in de huiskamer lagen. ‘Rommelpieten’ zei zijn vader. Die heerlijke spanning. Maken zijn achterkleinkinderen dat nog mee?

In oktober 201415 – de maand dat heel Nederland over de kleur van de Pieten in het Sinterklaasjournaal speculeert – besluit het Utrechtse bestuur in alle stilte vijftien ‘confettipieten’ en vijf gekleurde tourpieten in te voeren: een verwijzing naar de Tourstart in Utrecht in 2015.

In de ban

Gerard ziet de nieuwe Pieten voor het eerst bij de intocht van 16 november. Geen gezicht, vindt hij. Wat komt er nog achteraan? Oranjepieten na een WK? Het verzoek niet-kwetsende liedjes te zingen, slaat hij in de wind. Niemand die het verschil hoort tussen ‘Sinterklaasje, kom maar binnen met je knecht’, of ‘Sinterklaasje, kom maar binnen met je piet’.

De dag ervoor is de intocht in Gouda behoorlijk verpest: 90 activisten zijn opgepakt. In Utrecht krijgen Gerard en de andere pieten instructies – goed op elkaar letten, niet in discussie gaan. Het blijft rustig.16

Dit jaar: 50 procent roetveegpieten

Zo’n driekwart jaar later, in september 2015, neemt het Utrechtse intochtbestuur een rigoureus besluit: Zwarte Piet wordt stapje voor stapje afgeschaft. Dit jaar: 50 procent roetveegpieten. In 2016: 75 procent. In 2017: 100 procent. Er wordt niet over gecommuniceerd: heibel is er al genoeg. Bij de Utrechtse openbare scholen bijvoorbeeld. Die besluiten Zwarte Piet in één keer in de ban te doen. Daar dansen Minions en Panda’s rond – tot woede van sommige ouders. Ook ODBS Puntenburg, waar Gerard wel eens optreedt, schaft piet af.

Beslist niet

Gerard krijgt dat jaar wel weer een uitnodiging voor de officiële intocht. Met een nieuw invulformulier. ,,Ben je bereid om ook als niet-traditionele piet mee te doen?” Opties: Ja, graag zelfs!; Ja, eventueel wel; Nee, liever niet; Nee, beslist niet!; Weet ik (nog) niet. Gerard kiest vier, vanzelfsprekend.

Natuurlijk vraagt hij zichzelf soms af of hij niet te star is. Gerda zegt wel eens: ‘Jij kan niet goed tegen verandering, je vindt het zelfs vervelend als ik de eettafel een stuk naar links schuif’. Maar sommige dingen zijn toch goed zoals ze zijn? Andijvie met een bal gehakt: nog altijd lekker. Zijn Samsung van tien jaar oud: nog altijd prima. Gerda: na vijftig jaar nog altijd zijn vrouw.

Tijdens het schminken voor de intocht van 15 november 2015, een winderige zondag, krabbelen sommige roetveegpieten terug: ze willen toch liever helemaal zwart, maar de pietencoördinatoren houden voet bij stuk. De Utrechtse intocht verloopt gemoedelijker dan de landelijke in Meppel. Daar zingen voor- en tegenstanders keihard tegen elkaar in.

In 2016 – het jaar waarin minister Van der Steur erkent dat de traditie in het buitenland ‘lastig uit te leggen is’ – vertelt het Utrechtse bestuur de pietencoördinatoren voor het eerst openlijk dat de knecht in hun stad historie is. De pico’s begrijpen het: om het gezellig te houden moet er iets nieuws komen.

Jonkie

De pieten krijgen een brief met de mededeling dat elke nieuweling het nieuwe uiterlijk moet accepteren. Gerard voelt zich niet aangesproken: hij is geen jonkie. Sterker, hij hoopt in 2018 als langstzittende piet zijn 30-jarige jubileum te vieren en er dan mee uit te scheiden. Dan is het mooi geweest.17

Dat er tijdens de intocht van 2016 nog maar 25 procent Zwarte Pieten zijn: Gerard merkt er weinig van. Hij is op een ‘zwart’ bootje ingedeeld. Op het Domplein danst hij naast een activiste met een bord ‘Neem stelling tegen Zwarte Piet’ en oogst applaus.

De zomervakantie van 2017 is voorbij18 en Gerard heeft nog steeds geen antwoord op dat verwarrende picomailtje. Op 11 september krijgt hij eindelijk respons. Van intochtvoorzitter Bert Buizert. Met excuses. Buizert vertelt hem dat Zwarte Piet passé is, maar dat het intochtbestuur dit jaar nog met de hand over het hart strijkt. Gerard en zijn kleinzoon Dylan mogen nog één keer Zwarte Piet zijn: de allerlaatsten van Utrecht. Hij doet het wel. Nog één keer. Maar dat 30-jarig jubileum is ‘m dus mooi door de neus geboord.19