Aafs ‘Voooooogel’

Een goed verhaal heeft niet altijd 5000 woorden nodig. Het kan ook in 450, laat Volkskrant-columnist Aaf Brandt Corstius zien. Rik Kuiper demonteerde haar Vogel.

Mijn vriend is er heilig van overtuigd dat angst besmettelijk is en daarom mag ik er niets van zeggen als mijn zoontje zonder enige vorm van A-diploma of zwemband een salto maakt vanaf een hoge rots in een rivier.1
ik heb echt een vreselijke column ingeleverd

Ik vind dat een angstaanjagende onderneming, maar als ik dat ga roepen, wordt mijn zoon ook bang en dan mislukt die salto en landt hij met zijn hoofd op een steen. Zegt mijn vriend.

Dat is natuurlijk ook zo. Angst is besmettelijk en meestal nergens goed voor.2

Maar met die theorie had mijn vriend toch zelf een probleem toen er in ons huisje in Italië een kleine vogel was binnengedrongen.3

‘Er vliegt een vogel door de slaapkamer’, zei ik met een geheel niet angstige stem tegen mijn vriend en onze kinderen. ‘O’, zei mijn vriend met een geheel niet angstige stem terug. ‘Wil jij even gaan kijken?’, vroeg ik met een ontspannen stem aan hem. ‘Nee, ga jij maar even kijken’, zei hij met een superrelaxte stem terug.4

De uren erna verliepen in volledige, gespeelde, ontspanning en dat is veel vermoeiender dan zichtbaar gespannen zijn. De kinderen, hadden wij besloten, mochten op geen enkele manier merken dat wij doodsbang waren voor de vogel, want daaraan zouden ze een levenslange angst voor vogels overhouden.5

De hele dag zetten we ramen open – ‘Dan kan het vogeltje wegvliegen’ – om ze toch maar weer te sluiten – ‘Misschien is het vogeltje al weggevlogen, we doen alle ramen nu toch maar weer dicht.’ Maar de vogel werd steeds weer gesignaleerd, op de gang, in de keuken, bij de wc. We bleven er waanzinnig ontspannen onder. ‘Wat een grappig vogeltje. Hij duikt steeds weer op!’

De kinderen gingen slapen zonder angst. Ik nam een douche om het angstzweet van me af te wassen.

Net toen ik me had ingezeept, kwam de vogel tevoorschijn. Door het glas van de douchecel kon ik hem zien. Hij fladderde wild heen en weer door de kleine badkamer. En heen. En weer. Dit was niet alleen The Birds, dit was ook nog Psycho. Dit was alles wat Hitchcock ooit aan engigheid had bedacht, en ik zat er midden in.

‘Gijsssssss’, riep ik mijn vriend zachtjes vanuit de douche, ‘Gijssssss’. De kinderen mochten me niet horen, want dan werden ze bang. ‘Voooooooogel.’

Mijn vriend stond aan de andere kant van de badkamerdeur. Hij zei later dat hij me alsmaar gesmoord hoorde zeggen: ‘Alsjeblieft, vogel, ga naar buiten. Alsjeblieft, vogel, ga naar buiten.’ Zelf wist ik dat al niet eens meer.6

De vogel vloog naar buiten. Mijn vriend stormde de badkamer in en sloot het raam.

De volgende dag kondigde mijn dochter aan dat ze bang voor vogels was.7