Toine Heijmans en de Premierbenen van Rutte

Mark Rutte1)Rik Kuiper: Even een introductie: je schrijft twee keer in de week een zogenaamde verslaggeverscolumn in de Volkskrant. Daarvoor reis je al drie jaar door het land op zoek naar verhalen die actuele kwesties van een andere kant belichten. De beste columns zijn nu gebundeld in ‘Nederland ligt er prima bij’ (Atlas Contact). Hoe selecteer jij je onderwerpen?
Toine Heijmans: Mijn eigen algemene stelregel is dat de column over Nederland moet vertellen. Vaak zijn het kleine verhalen die voor iets (veel) groters staan. Ik lees veel kranten, alle regionale dagbladen staan op m’n telefoon, luister onderweg veel radio, hou het ANP in de gaten, eigenlijk staat mijn onderwerpenradar continu aan. Kan ook zijn dat ik met een vriend in een café zit, iets hoor en dat meteen op mijn uitgedijde ideeënlijst zet. Of ik er ook daadwerkelijk wat mee doe, heeft met iets vaags als gevoel te maken. Laatst schreef ik er een over een camperdraaiplateau op een camperpark in Drenthe, daar zag ik een foto met onderschrift van, genoeg om meteen in de auto te springen. Een land dat over een camperdraaiplateau beschikt, is een schitterend land. Meestal blijf ik wat verder weg van het actuele nieuws – ik kom graag wat later aanzetten, als de nieuwsjournalisten al zijn geweest, maar af en toe begeef ik me in het oog van de storm. Verkiezingen bijvoorbeeld. Lastig als onderwerp. Maar wel heerlijk om vanaf een afstandje een paar uur naar Mark Rutte te kijken.
RK: En hoe ga je vervolgens te werk?
TH: Soms spreek ik af met mensen, soms ga ik kijken bij gebeurtenissen of bijeenkomsten, soms ga ik op de bonnefooi ergens heen. Dat worden meestal de stukken waar ik achteraf het meest tevreden over ben. Is er een koe weggelopen in Lettele, heeft iedereen het erover, dan ga ik die koe zoeken. Kost me een paar uur en heel veel aanbellen bij boerderijen, maar uiteindelijk vind ik de koe, en belangrijker, twee jagers die het echte verhaal erachter vertellen. Als een databureau uitvogelt wat de goedkoopste en de duurste straten zijn van Nederland, ga ik naar de goedkoopste en hang er wat uren rond. Mensen begrijpen meestal niet zo goed wat die gast van de Volkskrant komt doen (op straat zien ze me weleens voor politie aan). Bij Rutte heb ik een tijd gezocht naar een gelegenheid waar hij net iets buiten zijn comfortzone was. De Gelderlander vroeg lezers die hem live vragen wilden stellen, dus dat was een prachtige gelegenheid. Al met al kost het zoeken, voorbereiden en op reportage gaan me een (lange) dag. Het schrijven kost ook tijd, minimaal een halve.
is waanzinnig slecht in afscheid nemen. Die gaat niet zomaar weg, dat is een heel proces. Tot ín de lift. Tot áán de dienstwagen. De premiersbenen3)RK: Ik vroeg je een column aan te dragen waar je zelf tevreden over bent, zodat we die konden demonteren in de Verhalengarage. Je suggereerde – onder andere – deze. Wat vind je hier zelf zo goed aan?
TH: Ik ben eigenlijk nooit tevreden, maar wat ik in deze geslaagd vind is het gebruik van taal om beweging vast te leggen (plus de eerste zin, die eigenlijk al vertelt wat er na de verkiezingen gaat gebeuren en waarom). Iedereen weet dat Rutte een man van elastiek is, maar als je ‘m zo bezig ziet is het echt bijna ziekelijk, de manier waarop hij zich onder de mensen begeeft. En misplaatst: de man die hem serieuze vragen stelt, wordt weggewuifd met dat zogenaamde enthousiasme. Mensen vinden Rutte leuk omdat ie zo spontaan is, maar ik zie in die spontaniteit vooral een rookgordijn. Ik heb soms het idee dat hij het zelf ook niet goed begrijpt. Hij liegt ook echt. Dat over die ‘vrienden’ bleek gewoon niet te kloppen – dat heeft mijn Haagse collega Frank Hendrikx een dag later uitgezocht. Rutte loopt altijd om de waarheid heen, en de grote vraag is waarom hij er toch steeds mee wegkomt – nou, door amicaal te doen.
bungelen nog buiten, vertrokken is hij niet.

‘Tot ziens!’ ‘Leuk!’ ‘Uiteraard!’ ‘Yes!’ ‘Súper!’ ‘O, dan zo! Hé!’

‘Uiteraard!’ ‘Tot kijk allemaal!’ ‘Hoi hoi!’4)RK: Mooi beeldend begin. In een paar penseelstreken schets je een scène én kondig je aan waar de column over zal gaan: een premier van wie alles afglijdt, een premier die je niet aan het wankelen krijgt. Dat kun je niet van tevoren verzonnen hebben, je moet het ter plekke zien. Kijk jij nu je deze column doet anders naar gebeurtenissen dan toen je nog een gewone verslaggever was?
TH: Ja. Ik kies meestal ook net een andere plek, of andere mensen om mee te praten dan de hoofdrolspelers. Als ik mensen spreek zeg ik ook bewust dat het voor een column is. Maar het blijft wel ingewikkeld soms, omdat ik snel in de verslaggeversmodus schiet. Vaak ga ik op pad met een idee in mijn hoofd, dat ik ter plekke bijstel. Zo mocht ik langskomen bij een ‘zorgbobo’, een bestuurder die met een handdruk van drie ton was weggegaan bij een kleine zorgstichting. Ik tot de tanden toe bewapend daar naartoe, maar na ruim twee uur praten begreep ik hoe het werkelijk zat en bleef er vooral nog medelijden over. In het geval-Rutte werd mijn beeld versterkt, zelfs zo dat ik het eigenlijk niet geloofde. De manier waarop hij de show naar zich toetrekt door te gaan staan en het gesprek van de twee interviewers – goede, gelauwerde journalisten – overneemt. Het is allemaal tactiek.

Het grote tv-verkiezingsdebat laat hij schieten, maar Mark is scherp op tijd voor zijn drie kwartier met lezers van de Gelderlander. Dertig zitten klaar op de Arnhemse redactie, hun vragen uitgeprint. Jöel Hendriks wil weten waarom Mark in snelwegen gelooft en niet in spoorwegen, maar beseft: ‘hij is met vragen niet te grijpen’.

Atlas Contact, 19,99 euro.

Komt ie aan: ‘Dág!’ ‘Zo, jááá, goed hier te zijn!’

Naast me2)RK: Jij – ik – komt in elke column voor, als ik me niet vergis. Wat is de rol van de ik in jouw columns?
TH: Dat blijft een interessante kwestie. Ik ben van de generatie die leerde dat je nooit ik mag gebruiken in de krant. Nu blijf ik er nog altijd op haken, als ik het woord in een stukje van mezelf of van iemand anders zie. In columns is het functioneel: je maakt er duidelijk me dat het persoonlijke observaties zijn. Met die gedachte troost ik me dan maar.
zit Ton Odijk klaar met een vraag zwaar in zijn handen. Ton is tijdens de crisis vier keer ontslagen als assurantieverkoper, kreeg loonbeslag, is uit de ziektekostenverzekering gegooid, is gemangeld door de trage molens van het uwv maar kwam wonderwel uit zijn schuldpositie en sprokkelt nu veertienhonderd euro in de maand bij elkaar als telemarketeer en artist-manager. Zijn vraag aan Mark: ‘Reken mij eens voor hoe je met z’n tweeën rondkomt van veertienhonderd euro, als je zeshonderd euro huur betaalt?’

Hij moet nog even wachten.5)RK: Dit is slim gedaan. Je vertraagt, bouwt een heel klein beetje spanning in, waardoor de lezer toch doorleest. Zijn dat de trucs van romanschrijver Heijmans?
TH: Het belangrijkste in elk stuk is uiteindelijk spanning opbouwen. Dat kan door een enorme spanningsboog van begin naar eind, maar het kan ook met kleine boogjes zoals deze. Ik hou van vooruitwijzingen. Doe ik in mijn romans ook, al lijkt het me geen specifieke romantruc. Het is wel opletten dat het blijft kloppen.
RK: Welke literaire trucs gebruik je nog meer vaak in je verslaggeverscolumns?
TH: Geen trucs, wel middelen. Wat ik vaak doe bijvoorbeeld is alleen de voornaam van iemand noemen, en de achternaam terloops een keer halverwege. Dat voorkomt het obligate: ‘citaat’, zegt Rik Kuiper (40) uit Arnhem. Geeft toch meer vaart als je het zo doet. Spaarzaam citaten gebruiken is er ook één. Ik parafraseer liever – een hele column zonder citaten werkt ook. En als je ze gebruikt: deel ze op. ‘Ik kom’, zegt Rik, ‘uit Arnhem. Lees net wat lekkerder (soort spanningsboogje) dan ‘Ik kom uit Arnhem’, zegt Rik Kuiper (40). En verder hou ik van metaforen. Laatst liet ik campers zo wit zijn dat ze het zonlicht terugkaatsen als gletsjers. Kan allemaal.
Mark zit achter een hoge tafel naast zijn interviewers, overziet het publiek en zoekt kalm naar zijn moment. Dat komt als een meneer achterin roept of het wat harder kan, er is niks van te horen. Mark gaat staan en neemt de show in handen, brengt zijn stem op volle sterkte. Nu is hij de quizmaster des vaderlands, er kan hem niets gebeuren, en hij blijft die meneer achterin maar vragen of het goed gaat zo. Ja, het gaat uitstekend.

Wisten we al dat de ouders van Marks moeder uit Arnhem kwamen? Hij is hier trouwens als premier, campagnetijd of niet. ‘Ik ben premier van alle fractievoorzitters,’ zegt Mark, en even later: ‘Ik ben premier van alle mensen.’

Hij brengt het alsof hij het zelf gelooft, en daarom gelooft niemand het. Hij doet me ineens aan Ron Brandsteder denken. De vragen zijn vooraf niet overlegd, zeggen de interviewers, Rob Berends en Hans Gulpen, het team van Mark hoefde verder niets te weten. Dat is bij andere lijsttrekkers wel anders. Gaan we soepel van het vraagstuk van de krimp naar de verlaging van de bijstand naar het gebrek aan geld voor gehandicapten naar de legalisering van de wiet.

Mark zegt: ‘Ik heb vrienden met kinderen van zeventien, achttien jaar die in de afkick moeten.’

Wil je doorvragen, is Mark al een of ander hazenpaadje ingeslagen.

Dan is Ton aan de beurt. Het is niet eenvoudig je eigen mislukking aan de premier te melden, maar hij durft. ‘Veertienhonderd euro in de maand is geen vetpot,’ zegt Mark terug, ‘maar in Nederland kom je gelukkig nóóit onder de 95 procent van het bestaansminimum.’ Ton zegt: ‘dat klopt niet’ en ‘daar denkt de deurwaarder anders over’, maar Mark begrijpt dat Ton weer werk heeft? ‘Geweldig!’6)RK: Knappe alinea dit, een scène op zich, inclusief dialoog, die al voorbij is voor je er erg in hebt, en dat is ook precies de boodschap van die alinea.
TH: Ik schrap altijd enorm. Een eerste versie van een column is meestal 1200 woorden, en het mogen er 730 zijn. Dan kun je zo’n scène lekker uitbenen, en het werkt uiteindelijk beter als het korter is.

En dan zijn we alweer bij de inburgeringsplicht, woesj woesj ook opgelost met Jackie Chan-achtige taalbewegingen, en dan is er de kwestie over de tol die ze willen heffen op de A15 terwijl premier Mark zo tégen tol is, dus ‘ik ben niet dol op tol, maar als je de middelen niet hebt om de weg aan te leggen moet je nadenken over hoe je dat doet’. Een dubbele flikflak. Alweer.

Hoe zijn elastieken benen werken, van links naar rechts en straks terug, is prima te begrijpen door Mark te lezen, het boek van Sheila Sitalsing. ‘Rutte past in zijn tijd’, schrijft ze: hij is de ‘procesmanager’ die overblijft nu de oude machtspartijen afbrokkelen. ‘Ruttes antwoord is: haal de ideeënstrijd uit de politiek.’

Dit zou je marksisme kunnen noemen.

‘Er zijn mensen die zo de stoel onder de kont van de premier vandaan kunnen trekken,’ zei journalist Bas Haan, zich verwonderend over de leugens van Mark in de bonnetjesaffaire. Maar dat doen ze niet. En als ze het doen is de kans groot dat Mark gewoon blijft staan. Juist in de bolwerken van de VVD is het mis: veiligheid en justitie, de belastingdienst, het ene na het andere partijkopstuk stort ter aarde. Maar niet Mark. Alles kaatst af op het intergalactisch glas waarachter hij opereert. De wereld is een Showbizzquiz.

‘Hij maakt het je onmogelijk hem niet aardig te vinden,’ zegt Peter Jansen, hoofdredacteur van de Gelderlander. Zelfs Ton geeft hem een hand: ‘handig is ie wel’.
Maar nu gaat Mark écht afscheid nemen, jongens. ‘Jááá!’ ‘Tot ziens!’ ‘Tot snel!’ ‘Ja gewoon goed!’ ‘Ja leuk!’ ‘Zéker!’ ‘Dat moet je zó doen joh!’ ‘Yesss!’ ‘Já!’ ‘Tot kijk allemaal!’

Nee, die is niet zomaar weg.7)RK: De grens tussen verslaggeverscolumn en reguliere reportage is soms dun. Op welke punten – behalve die ‘ik’ verschillen de twee?
TH: Het belangrijkste is dat ik met andere ogen kijk. Altijd dus met de vraag ‘wat zegt dit over Nederland’ in mijn achterhoofd. En af en toe heb ik een mening, maar dat is ondergeschikt. Een goede column legt verbanden die je in een gewone reportage niet maakt, je hangt wat hoger boven je materiaal om het zo te zeggen. Ik betrek eerder de geschiedenis van een onderwerp erbij, of zelfs een heel ander onderwerp. Ga ik naar de rechtszaak tegen Tarik Z., de man die het NOS Journaal overviel, dan schrijf ik ook over de bezuinigingen op psychiatrische hulp. Bijvoorbeeld.
RK: Wat had in een reportage niet gekund, wat je op deze plek wel kan doen? Zit dat in dit soort slotzinnetjes, en in zo’n woord als ‘hazenpaadje’, die toch een subjectieve bijklank hebben?
TH: Ja, klopt. Wat ik ook vaak doe is de concrete inhoud weglaten, en de nieuwsmomenten. Een reportage over Mark Rutte hier zou toch eerder vertellen over de concrete voorstellen die hij doet, of de politieke actualiteit van dat moment. Wat andere politici ervan vinden. Doe ik expres niet. Ik wil dat de focus permanent bij Mark is.

Be the first to comment on "Toine Heijmans en de Premierbenen van Rutte"

Leave a comment