Sander Koenen over Zwart ijs en het nog onvertelde verhaal

Op 29 april 2015 verongelukten poolreizigers Marc Cornelissen en Philip de Roo tijdens een expeditie in het noordpoolgebied. De enige getuige was hond Qimmiq, die mee was om ijsberen op afstand te houden.

Philip de Roo en Marc Cornelissen tijdens The Last Ice Survey (april 2015). (c) Marc Cornelissen en Philip de Roo

Het is min twaalf graden, maar het voelt als min twintig aan het begin van de pooldag in Resolute Bay.1)Henk Blanken: Meteen maar de kernvraag. Je vertelt het verhaal over de tragische dood van twee Nederlandse poolreizigers maar vertelt het ook niet, omdat dit stuk een spin-off is van het boek dat je aan het maken bent. Dat lijkt ons lastig. Sander Koenen: Dat is ook lastig. Ik wil een essentieel onderdeel van het boek nog niet prijsgeven: wat is daar gebeurd? Daarom kies ik hier voor een verhaallijn die begint wanneer Marc en Philip aankomen in Resolute en doorloopt tot hond Qimmiq van het ijs wordt gehaald. Een rond verhaal, maar zeker niet het héle verhaal. Tabitha Mullin – een Inuitvrouw van 51 jaar met kort, stijl, grijszwart haar en vriendelijke, kleine ogen – staat op het punt te vertrekken wanneer haar telefoon gaat.2)HB: Mullin is in dit verhaal je hoofdpersoon. Je vertelt vanuit haar perspectief. Waarom koos je Mullin? SK: Marc en Philip kunnen geen hoofdpersoon zijn. Zij overlijden halverwege het verhaal en kunnen vanaf dat moment niet meer handelen. Dit is overigens ook een uitdaging die ik moet tackelen in het boek, want wat er na hun overlijden allemaal gebeurt is een essentieel onderdeel van het verhaal. Politieagent Frank Vezina is een optie, maar die raakt pas betrokken vanaf het ongeval, erg laat in het verhaal dus. Met Vezina als hoofdpersoon wordt het verhaal één grote terugblik. Dat kan, maar het is minder spannend. Mullin is de enige die van begin tot eind betrokken is bij de gebeurtenissen. Ze is heel toevallig de eigenaar van de hond én spotter bij de verkenningsvlucht. Een bizarre dubbelrol, want ze moet op zoek naar Marc en Philip, maar wil tegelijkertijd weten of haar eigen hond nog leeft.

“Er is een ongeluk gebeurd bij Bathurst”, hoort ze politiechef Mario Turcotte zeggen. “We hebben jou en je mensen nodig, nu meteen.”

Op het zee-ijs langs de kust komt ze liever niet

Als wildlife officer kent Mullin elke uithoek van het gebied rond Resolute Bay. Ook het onbewoonde, heuvelachtige Bathurst, 150 kilometer naar het noordwesten. Ze jaagt er op kariboes en muskusossen. Op het zee-ijs langs de kust komt ze liever niet. Vooral aan de noordoostkant van het eiland kan de sterke stroming het pakijs van onderaf uithollen.3)HB: Foreshadowing zoals het moet. Later blijkt hoe cruciaal dat verschijnsel is. Had je het nog wat meer kunnen aanzetten en onheilspellender kunnen maken? SK: Ja. Maar ik heb er in het hele verhaal voor gekozen om de feiten zo ‘schoon’ mogelijk op te schrijven. De werkelijkheid is volgens mij al dramatisch genoeg.

Ze stelt Turcotte nog wat vragen, waarop ze kort en zakelijk antwoord krijgt. Hij deelt wat hij weet. Dat de twee Nederlandse jongens die hij drie weken eerder met ski’s en sleden in de baai afzette voor hun wetenschappelijke expeditie, vermoedelijk door het ijs zijn gezakt. Dat ze een noodsignaal hebben uitgestuurd. En dat een vliegtuig over de locatie is gevlogen, maar de piloten er niet zeker van zijn of iemand het ongeluk heeft overleefd.4)Rik Kuiper: Waar het wringt is dat er twee mensen zijn overleden, maar het verhaal over die hond gaat. Dat is verrassend, maar ook wat ongemakkelijk. Ik weet niet meer precies wat er ook al weer met Marc Cornelissen en Philip de Roo gebeurd is. Dát wil ik wel lezen, maar op de een of andere manier komt dat maar niet aan bod en gaat het – kort door de bocht – alleen over die hond. SK: Hetzelfde ongemak heb ik maanden gevoeld. Kan ik dit verhaal wel schrijven? Bagatelliseer ik hiermee niet de twee mensenlevens die verloren gingen? Ik denk dat het goed is om óók dit verhaal te schrijven. Het ligt minder voor de hand. Het geeft aan hoeveel méér er gebeurt rond zo’n tragisch ongeval dan wij lezen in de krant of zien op tv.

Hetzelfde ongemak heb ik maanden gevoeld. Kan ik dit verhaal wel schrijven?

Mullin weet om wie het gaat. Ze had Marc en Philip vlak voor de start van hun expeditie één keer ontmoet. Sterker: ze was naar de twee op zoek gegaan om ze een aanbod te doen.5)HB: Cliffhanger: wat had Mullin met die twee Nederlanders? Dat werkt, maar Mullin reageert wel erg onderkoeld. Was ze niet ontdaan door het bericht? SK: Hier ben ik (nog) niet achter, omdat Mullin er niet veel over heeft verteld. Ik probeer een tweede gesprek met Mullin te krijgen om hierop door te kunnen vragen. Dat is tot op heden niet gelukt.

***

Marc Cornelissen en Philip de Roo arriveerden op 29 maart 2015 in de kleine Inuitgemeenschap Qausuittuq – Resolute Bay voor buitenstaanders en de noordelijkste bestemming voor lijnvluchten in Canada. Ze waren niet onopgemerkt gebleven. Philip, de lange, ranke jongen, introvert maar erg nieuwsgierig naar de mensen en de mores in het voor hem nog onbekende dorp. En Marc, potige vent, beginnend baardje, grijsblauwe ogen vol verlangen naar een nieuw avontuur.6)HB: Hier introduceer je de twee eigenlijke hoofdpersonen. Het perspectief is onduidelijk. Kon je niet dichter bij Mullin blijven, de hoofdpersoon van dit verhaal? SK: Op dit moment weet Mullin nog niet van het bestaan van Marc en Philip af. Dat komt pas later, ze ontmoet de twee voor het eerst als ze haar hond aanbiedt. Ik wil de twee neerzetten en dat lukt niet goed (genoeg) aan de hand van Mullins eerste ontmoeting.

Marc Cornelissen trekt zijn slee met 120 kg proviand, kampeerspullen en meetinstrumenten over het zeeijs. (c) Marc Cornelissen en Philip de Roo

Na zijn eerste expeditie in 1996, een faliekant mislukte poging om vanuit het dorp met een mountainbike de magnetische noordpool te bereiken, keerde Marc regelmatig terug naar Resolute Bay. Hij had zich gehecht aan de Inuit en hun cultuur. Hij had er vrienden gemaakt die hem hielpen bij elk plan voor een nieuwe poolreis.

Dit keer zou hij samen met zijn vriend Philip een vierhonderd kilometer lange skitocht maken in een gebied dat wetenschappers ‘The Last Ice Area’ noemen – de laatste plek ter wereld waar zee-ijs zal liggen als het elders is gesmolten door de opwarming van de aarde. Gegevens over de sneeuw- en ijsdikten in dit gebied zijn schaars. Wetenschappers komen er zelden, ze vinden de risico’s te groot. Avonturiers die zich er wel wagen, hebben uitsluitend sportieve motieven. Met wetenschap houden zij zich niet bezig.

Marc vond zijn niche tussen deze groepen. Op bijna elke poolreis onderzocht hij met ijzeren discipline de conditie van het ijs. Hij prikte, boorde, mat en noteerde, bijvoorbeeld voor de Europese ruimtevaartorganisatie, die dankzij de gegevens satellietmetingen kon controleren.

***

Twee sleden vol proviand, kampeerspullen en meetinstrumenten: op vrijdag 3 april stonden Marc en Philip gereed voor vertrek. Maar ze waren nog niet uit Resolute Bay vertrokken, of de expeditie dreigde al te stranden. Nala, de hond die mee zou gaan om ijsberen weg te jagen, bleek drachtig.

Mullin hoorde erover van dorpsgenoten.7)HB: We zijn weer terug bij Mullin. En het antwoord op de cliffhanger. De twee Nederlanders hebben een andere hond nodig. SK: Feitelijk begint de verhaallijn dus hier. Ze zocht de Nederlanders op in het Arctic College, waar vijf vrouwen de cursus Traditionele Inuitvaardigheden afsloten met een expositie. De vijf hadden jassen en broeken gemaakt van zadelrobbenvacht die Marc spontaan aantrok voor een fotosessie in de baai.

“Zo, verder heb ik niets nodig. Ik kan gaan”, had hij gegrapt.

Maar Mullin wist beter.

Marc en Philip zouden dwars door ijsberengebied skiën. Zonder hond waren ze afhankelijk van een passief alarm – een touw aan paaltjes rond het kamp met een sirene – dat pas af zou gaan als een ijsbeer gevaarlijk dicht was genaderd. Zo ver zou Qimmiq, haar Canadese eskimohond, het nooit laten komen.

Qimmiq was het beste ijsbeeralarm dat het dorp ooit had gehad.

Qimmiq, ‘hond’ in de Inuittaal Inuktitut, had Resolute Bay al twee jaar op rij behoed voor grote incidenten met ijsberen. Een keer redde hij het leven van twee kinderen die onderweg naar school werden verrast door een hongerig vrouwtje. Sindsdien had hij een reputatie: Qimmiq was het beste ijsbeeralarm dat het dorp ooit had gehad.

Mullin wilde haar hond eigenlijk zelf meenemen op jacht. Maar zij zou niet zo ver gaan, was met drie mensen in plaats van twee en verplaatste zich bovendien per sneeuwscooter. Marc en Philip gingen te voet over het pakijs. Ze zouden voor ijsberen een makkelijke prooi zijn.

“Jullie kunnen Qimmiq meekrijgen”, zei Mullin. “Maar je moet snel beslissen, want morgen ga ik weg.”

“Is hij gewend om een slee te trekken?”, vroeg Marc.

“Dat heeft hij nooit gedaan”, antwoordde Mullin. “Ik weet niet of hij kan trekken, maar in beren laten schrikken is hij de beste.”8)HB: Opnieuw een cliffhanger/foreshadowing waar het moet, aan het eind van een scene. De dialoog werkt, maar is opnieuw wat onderkoeld. Je hebt Mullin gesproken. Was die vrouw zo zakelijk? SK: Ik heb haar slechts één keer kunnen spreken in Resolute. Ze is iemand die niet het achterste van haar tong laat zien. Ik hoop dat ik haar nog eens kan spreken en dat ze daarbij meer de diepte in wil gaan. Dat zal helaas telefonisch moeten, een reis naar Resolute kost zo’n tienduizend euro.

***

Elke dag als hun knalrode tent weer op het ijs stond, na een lange dag slepen met de sleden – links, rechts, links, rechts –, spraken Marc en Philip via de satelliettelefoon een audiodagboek in voor de website van hun expeditie. De eerste week hadden ze van beren geen last, bleek uit de berichten. Van Qimmiq des te meer.9)HB: Het perspectief verschuift weer naar de twee Nederlanders. Je bron was het audiodagboek? SK: Ja. Gelukkig documenteerden Marc en Philip hun expeditie erg goed. Dat helpt mij enorm bij de reconstructie.

Marc vertelde over de moeizame verhouding met het ‘derde expeditielid’ in het audiodagboek van maandag 6 april, de eerste dag van de expeditie: “Qimmiq is een erg aardige hond met veel energie. Niet makkelijk om mee te werken, dus we hebben vandaag na een kleine afstand kamp moeten maken.”

Waakhond Qimmiq. (c) Marc Cornelissen en Philip de Roo

De volgende dag sprak Philip het audiodagboek in: “We kijken hoe we moeten omgaan met de hond. Hij is erg energiek, maar hij weigert zijn eigen slee te trekken. Wat betekent dat Marc en ik alle hondenvoer moeten dragen, dertig kilo extra gewicht.”

Pas na vier dagen op het ijs draaide Qimmiq bij. Marc maakte er melding van in het audiodagboek op 9 april: “We waren vrij ver van het kamp vanmorgen om wetenschappelijke metingen te doen toen Philip zag dat de hond zich met bruut geweld had losgemaakt omdat hij heel graag bij ons wilde blijven. Hij heeft zich sterk gehecht, inmiddels.”10)HB: De hond Qimmiq wordt meer en meer de hoofdpersoon van het verhaal. SK: De hond staat centraal in het verhaal, hij is in bijna alle scènes aanwezig. Omdat je niet vanuit een dier kunt schrijven, vervult Mullin de rol van hoofdpersoon.

***

Mullin had verwacht dat ze haar hond pas rond 4 mei terug zou zien. Dan zouden twee piloten de poolreizigers bij Crescent Island van het ijs halen en terugvliegen naar Resolute Bay. Maar drie weken eerder, op weg naar huis van een succesvolle jachttrip, passeerde ze bij toeval het kamp van de mannen en reed er naartoe. Qimmiq was aangelijnd en blafte luid.

Marc kroop de tent uit, hij had het zichtbaar koud. Philip volgde rillend een paar minuten later.11)HB: Voor de schrijver een geweldig fijn toeval. Door deze ontmoeting van Mullin en de twee Nederlanders kun je het perspectief van Mullin weer oppakken. SK: Een toevalstreffer! Hiervan was verder niemand op de hoogte, totdat dit verhaal gepubliceerd werd.

Een toevalstreffer! Hiervan was verder niemand op de hoogte

Ze waren op 6 april uit Resolute Bay vertrokken, vertelde Marc, en na een kleine week kwamen ze nu steeds meer in het ritme van de expeditie. Die dag hadden ze bijna tien kilometer afgelegd, een dag eerder veertien, in totaal ruim 64. Tot nu toe waren ze over het zee-ijs langs de westkust van Cornwallis geskied. Een dag later begon de oversteek naar Little Cornwallis Island in het noorden.

Mullin vroeg hoe Qimmiq zich gedroeg. Of het was gelukt hem zijn eigen slee te laten trekken.

“Ja, dat heeft hij geleerd”, antwoordde Marc met een glimlach. “Een beetje.”

Het was te koud om lang te praten. Mullin bedankte Marc nog eens voor het kistje sigaren dat ze voor vertrek van hem had gekregen. Al rookte ze niet, het was toch een mooi gebaar.

“Wees voorzichtig en veel plezier”, zei ze.12)HB: Had je dit onheilspellende afscheid nog wat kunnen aanzetten? SK: In een van de eerdere versies had ik dat gedaan, maar het lag er naar mijn smaak te dik bovenop. De lezer weet dat het tragisch eindigt, maar hier zijn drie mensen nog volkomen onbezorgd en overtuigd van de goede afloop. Daarna vertrok ze met haar dorpsgenoten en drie dode kariboes richting Resolute Bay.

***

Mullin drukt haar neus tegen het raam van de Twin Otter, terwijl de piloten koers zetten naar Bathurst Island.13)HB: Je gaat hier over naar de tegenwoordige tijd, waardoor je aansluit op de eerste scene. De jongens zijn verdwenen en Mullin moet op zoek. Voor de lezer is die sprong in de tijd niet meteen duidelijk, het wordt dat pas aan het eind van deze alinea. SK: Dit is de moeilijkste overgang in het verhaal. De scène van de toevallige ontmoeting staat behoorlijk los van de rest en was moeilijk in te passen. Een witregel moet de lezer een klein beetje helpen, maar ik geef toe: het is niet ideaal. De redactionele suggestie om de scène in zijn geheel te laten vervallen heb ik niet opgevolgd. Ik vind de ontmoeting belangrijk genoeg om de moeilijke overgang te rechtvaardigen. Systematisch glijden haar ogen over het pakijs. Natuurlijk wil ze weten of haar hond nog leeft. Maar ze is aan boord van het vliegtuig als zonecommandant van CASARA, de Civil Air Search and Rescue Association. In die hoedanigheid had Turcotte vanmorgen een beroep op haar gedaan. Samen met drie andere ‘spotters’ moet ze informatie verzamelen over de locatie van het ongeluk.

Kamperen op de eindeloze ijsvlakte in de Canadese Arctische Archipel. (c) Marc Cornelissen en Philip de Roo

Een ongetraind oog zou makkelijk het overzicht verliezen. Het zou witte vlakken zien, begrensd door lijnen die doen denken aan het craquelé op een schilderij. Maar Tabitha Mullin ziet meer.

Ze haten ze en tegelijkertijd houden ze ervan – ze geven het poolgebied karakter

Blauw ijs is oud ijs, dun ijs is zwart, want daar schijnt de oceaan doorheen. Het craquelé zijn metershoge drukwallen die ontstaan wanneer wind en stroming oud ijs opstuwen. Poolreizigers kunnen er uren over doen om de natuurlijke ijsdammen te doorkruisen. Ze haten ze en tegelijkertijd houden ze ervan – ze geven het poolgebied karakter.

Mullin weet wat ze kan verwachten op de locatie van het noodsignaal. Politiechef Turcotte heeft haar gebriefd met foto’s van de eerste verkenningsvlucht en informatie die vrienden, familie en collega’s vanuit Nederland aanleverden. En dan is er nog die aanwijzing van Marc en Philip zelf: een audiodagboek op de expeditiewebsite. Het laatste bericht is van de avond voor het ongeluk, nadat de mannen kamp hadden gemaakt voor de kust van Bathurst Island ter hoogte van Payne Point.

“Hallo, dit is een update vanaf het ijs, dit is Marc”, zegt een blikken stem. “Vandaag was een goede dag, natuurlijk ook omdat het Koningsdag is in Nederland.”

Marc vertelt hoe ze naar het westen hadden moeten uitwijken. Het was warm. Veel te warm voor de tijd van het jaar. Zo warm dat hij in zijn lange ondergoed skiede. Hij vertelt dat er gelukkig geen foto’s van zijn, omdat het er bepaald niet sexy uitzag.

“Morgen gaan we verder en voordat we de kust raken meer richting het noorden, want we denken dat we dun ijs voor ons zien. (…) We zijn compleet uitgeput en klaar voor onze slaapzak en nog een warme chocolademelk. En dan houden we het vandaag voor gezien. Bedankt. Dag.”

Dun ijs. Ze wisten ervan.14)HB: Mullin was gebriefd, maar tot in welk detail wist ze van het audiodagboek? Je vertelt weer vanuit haar perspectief, maar rekt het wat op. SK: Dat klopt. Tijdens de briefing van de spotters was de politie op de hoogte van de inhoud van de audiodagboeken. De familie had de autoriteiten op het bestaan ervan gewezen. De inhoud was minder relevant in de voorbereiding van de tweede verkenningsvlucht (die van Mullin), omdat piloten de locatie van het ongeval al hadden vastgesteld. Maar voor de lezer bevat juist dit fragment cruciale informatie. Bij het schrijven van dit verhaal vochten de alwetende verteller en het perspectief van de hoofdpersoon voortdurend om voorrang. Dit gevecht vind ik de grootste uitdaging van verhalende journalistiek. Het is aan de schrijver om, zonder de waarheid geweld aan te doen, het mooiste verhaal te produceren.

Uit het vliegtuigraam spot Mullin twee sleden. Eén op het ijs, één in een wak. Geen lichamen. Aan de skisporen ziet ze hoe de Nederlanders regelrecht naar open water zijn gekoerst. Ze waren 650 meter uit de kust. Wilden ze hun expeditie afbreken? Zichzelf in veiligheid brengen op het land? Als dat zo was, hoefden ze hooguit nog een half uur te skiën. Een half uur was het verschil tussen noodlot en succes.

Ineens ziet ze hem.15)HB: Goed hoe het verhaal hier versnelt met kortere alinea’s. SK: De hartslag van Mullin zal flink omhoog zijn gegaan. Bij voorkeur gaat die van de lezer een beetje met die van haar mee…

“Qimmiq!”

Haar hond. Op de slee op het ijs.

Het dier springt op als het vliegtuig overkomt.

Qimmiq. Qimmiq leeft.

“Sorry, we kunnen niet landen. Het ijs is niet dik genoeg”, zegt een van de piloten door de intercom. Mullin protesteert niet. Ze kent de gevaren van landen op zee-ijs. Qimmiq is in leven, maar blijft alleen achter.16)HB: Onderkoeld, die reactie. SK: Landen was geen optie. Het zou mensenlevens in gevaar brengen. Hoezeer ze haar hond ook terug wilde, dit was overduidelijk een no-go. Mullin sprak heel rationeel over dit moment. Als het aankomt op risico’s inschatten zijn de Inuit heel nuchter.

***

Het duurt vier dagen voordat Mullin opnieuw naar de locatie van het noodsignaal vliegt, met een helikopter dit keer. Een gure noordnoordoostenwind raast over het ijs voor de kust van Bathurst Island. Het is veertien graden onder nul, maar door de stevige wind voelt het zeker tien graden kouder aan.

Qimmiq houdt de ijsberen op afstand. (c) Marc Cornelissen en Philip de Roo

De helikopter landt op de veilige, vaste grond van Bathurst Island, anderhalve kilometer verderop. Mullin stapt uit en fluit zo scherp als ze kan. Ze schreeuwt, “Qimmiq!”. Door een verrekijker ziet ze hoe haar hond naar de bron van het geluid zoekt. De wind drijft het zuidwaarts. Qimmiq loopt naar de kust tot hij met vier poten in het smeltwater staat. Hij twijfelt. Mullin fluit en roept, maar Qimmiq keert om.

“Hoe lang hebben we nog?”, vraagt ze aan de helikopterpiloot. Hij berekent de brandstofvoorraad. De motor moet aanblijven en de rotor blijft draaien. Uitzetten zou te riskant zijn: bij deze lage temperaturen is het altijd de vraag of de motor weer aanslaat.

“Een half uur misschien”, antwoordt de piloot.

Mullin geeft haar verrekijker aan de vrouw van Mario Turcotte, die mee is om verkenningsfoto’s te maken voor een mogelijke bergingsoperatie later in de week.

“Laat me weten wat hij doet”, zegt Mullin.

Elke keer als ze de naam van haar hond roept, zet Qimmiq een paar stappen. Is ze stil, dan staat hij als aan de grond genageld.

“Blijven roepen”, zegt de vrouw van Turcotte. “Blijven roepen!”

Misschien levert dit bij de lezer gemengde gevoelens op. Dat zou ik mooi vinden.

Qimmiq is al vier dagen op de plek waar Marc en Philip verdronken. Zijn eten dichtbij, maar onbereikbaar, in een afgesloten slede. IJsberen had hij al die tijd op afstand gehouden. Minimaal één moeder en een welp, zal later uit verkenningsfoto’s blijken.17)HB: Mooi dat hier de eerdere typering van de hond als ijsberenhond terugkomt. SK: Dit feit is relevant. Het verhaal is rond. Qimmiq had het leven van Marc en Philip niet kunnen redden. Maar zijn reputatie maakte hij waar.

Mullin fluit en schreeuwt de naam van haar hond met zo kort mogelijke onderbrekingen. Ze ziet hoe hij een route zoekt via het zuiden, en uiteindelijk vindt, om het open water heen.18)RK: De resolutie is afgeraffeld. Het zijn een paar regels en opeens sta je als lezer weer op straat. Boem, klap afgelopen. Had je dat niet kunnen uitspinnen? Een betere eindscène was geweest het moment dat zij de hond weer bij zich had. SK: Deze keuze houdt verband met het moeilijke punt dat je eerder al aanstipte (4): het gaat hier over een hond die terugkeert bij zijn baasje, terwijl op 650 meter afstand twee mensen zijn omgekomen. Hier uitpakken met een scène die veel blije emoties oproept voelt voor mij niet goed. Ik heb daarom – en uit piëteit voor de nabestaanden – voor een semi-open einde gekozen. Misschien levert dit bij de lezer gemengde gevoelens op. Dat zou ik mooi vinden. Met dit niet-klassieke einde tart ik mogelijk de spelregels van het verhaal. Ik ben benieuwd hoe verschillende lezers erop reageren.

19)PS. Henk Blanken was als tegenlezer betrokken bij dit verhaal

Be the first to comment on "Sander Koenen over Zwart ijs en het nog onvertelde verhaal"

Leave a comment