Oh, shit, en dit is ook nog waargebeurd

Dwars door de journalistiek loopt een rare scheidslijn. Aan de ene kant pronkt de harde onderzoeksjournalistiek met matig geschreven onthullingen. Aan de andere kant tooien storytellers zich met al te vlot bij elkaar geharkte, zij het prachtig geformuleerde verhalen waarvan de urgentie helaas kwestieus is. Tegelijkertijd ziet de een de ander niet voor vol aan.

Cliché? Akkoord. Flauw? Mwah. Achterhaald? Nog lang niet. Nederland kent twee clubs die godlof al jaren hun best doen de journalistiek te redden, de Vlaams-Nederlandse Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) en de Stichting Verhalende Journalistiek. De eerste is van de onthullingen. De tweede van de indringende scène die in een roman niet zou misstaan.

De twee organisaties – beide geleid door vrouwen, trouwens – kunnen uitstekend met elkaar overweg. De onuitgesproken animositeit zit bij hun achterbannen. Plat gezegd: de onderzoekers vinden dat narratieve journalistiek ‘nergens over gaat’. De verhalenvertellers zijn van oordeel dat die feitenfreaks met hun CAR-databases niet kunnen schrijven.

Helaas zijn beide meer waar dan niet waar.

Verhalende journalistiek deinst te vaak terug voor Grote Onderwerpen – Jeroen Smit was met De Prooi een notoire uitzondering toen hij van uitputtend onderzoek een goed verhaal wist te maken. Liever dan te schrijven over de gewone levens van ongewone mensen – de ene helft van de opdracht die de Amerikaanse grootmeester Gay Talese zichzelf gaf – schrijven ze over het ongewone bestaan van gewone mensen.

Dat moet natuurlijk óók gebeuren. Het levert geweldige verhalen op. Maar er blijft iets liggen. Verhalende journalisten kunnen leren van hardcore onderzoeksjournalisten (Wat? Lees Mark Lee Hunter en Luuk Sengers. Hoe je je research zo inricht dat het effectief is en het niettemin een leesbaar verhaal oplevert, bijvoorbeeld.

Omgekeerd hebben die trouwe VVOJ’ers iets te halen bij de conferentie over Verhalende Journalistiek, 15 en 16 mei in Amsterdam. De kunst van het schrappen bijvoorbeeld. Of de charme van onvolledigheid. Of de magie van een dialoog.

Al jaren beweer ik dat journalisten betere verhalen moeten vertellen, en die beter moeten vertellen. Ze moeten onderzoek doen en met nieuws komen dat de lezer ondanks 101, tweets en Facebook nog niet kent – en nooit gekend zou hebben als zij het niet hadden uitgezocht. En ze moeten die verhalen dwingend opschrijven, onontkoombaar, met de verbeelding van fictie – terwijl de lezer weet: o, shit, en dit is ook nog waargebeurd.

Be the first to comment on "Oh, shit, en dit is ook nog waargebeurd"

Leave a comment