Het verdriet van Zwarte Piet

Foto: AD

Gerard Bloemink, foto AD

De VN-kritiek, de felle debatten, de demonstraties. Gerard Bloemink (70), Zwarte Piet van het eerste uur, heeft het allemaal met stijgende verbazing aangezien. Nu staat zijn eigen rol ter discussie. Voor het AD schreef Eefje Oomen zijn persoonlijke verhaal op.1)Rik Kuiper: Je werkt als verslaggever bij het Algemeen Dagblad. Dat is een krant waar persoonlijke verhalen veel ruimte krijgen, maar waar je niet vaak verhalende journalistiek voorbij ziet komen. Is het moeilijk om zo’n verhaal als dit in de krant te krijgen?
Eefje Oomen: Het korte antwoord: ja! Ze schrikken zich hier al de pleuris als een verhaal langer dan 1800 woorden is. En meestal ga je daar met zo’n narratief verhaal wel overheen. Erg is het niet: ik zie voor mezelf wel een lollige rol om het genre hier bekender en geliefder te maken. (En als het in de krant niet lukt, is er nog altijd de website: daar heb ik een van mijn andere narratieve verhalen gepubliceerd.)
RK: Bedoel je die mooie reconstructie over de rel rond forensisch patholoog George Maat? Heeft dat stuk nooit in de krant gestaan? En vind je dat niet jammer?
EO: Zeker jammer. Maar ik zag zelf ook wel in dat het lastig te publiceren was. Het was te lang en niet actueel genoeg voor de nieuwskrant en paste – qua onderwerp – ook niet in het zaterdagmagazine. Daar staan zelden journalistieke achtergrondverhalen in. Ik vind zelf ook niet dat ik alles hoef te publiceren: sommige verhalen maak ik meer voor mezelf, in mijn eigen tijd.

De junimaand2) RK: Het is een fijn idee om het verhaal van zo’n ervaren Piet te vertellen en tussendoor het hele debat te beschrijven. Deze insteek geeft je de kans wat grijstinten te tonen in een debat dat heel zwart-wit is. Hoe kwam je op het idee om dit verhaal te maken? En wat wilde je ermee bereiken?
EO: Ik hield een paar jaar terug voor de krant het nieuws over het pietendebat bij. Nu volg ik het nieuws minder intensief maar ik vind het onderwerp – en alles wat erachter schuilgaat (tegenstellingen, discriminatie, historie) – nog altijd interessant. Dit jaar dacht ik: ik moet een beknopte geschiedenis van het debat tot nu toe maken, zonder gaap-factor. Er moet dus een mens in; een mens die lijdt. De hoofdpersoon vond ik in AD/Utrechts Nieuwsblad. Daar beklaagde deze Gerard zich al over de gang van zaken. Wat ik me wel direct realiseerde: ik kies dan toch voor het standpunt van een pro-piet, terwijl het verhaal van een anti-piet zich natuurlijk ook prima voor zo’n narratief verhaal had geleend. En: is dat dan de juiste keuze?
RK: Beantwoord die vraag eens. Was het de juiste keuze? En daarop voortbordurend: in hoeverre moet je in zulke verhalen beide kanten van de problematiek belichten, vind je?
EO: Ik vind zo’n keuze best tricky: ik dacht dat ik zo toch eerder begrip voor pro-piet-Gerard zou kweken dan voor anti-piet-Quinsy (of iemand anders). Ik heb om een praktische en inhoudelijke reden toch voor deze constructie gekozen. A) Ik had Gerard al ‘ontdekt’ en B) ik vind mensen die iets winnen misschien wel minder interessant dan mensen die iets verliezen. Dat gevoel van ‘verlies’ speelt ook breed – in de Nederlandse samenleving. Ik had in één verhaal natuurlijk ook voor twee hoofdpersonen kunnen kiezen. Was mooi geweest, maar had me nog meer tijd en research gekost (en tijd was in dit geval zeker een factor: ik had een vaste deadline.) Mijn veronderstelling dat ik ‘begrip kweekte’ voor Gerard kwam trouwens niet 100 procent uit. Sommige lezers vonden hem juist sneu en star.
is net voorbij – de warmste ooit, zeggen ze – als Gerard Bloemink3)RK: Was Gerard meteen bereid dit verhaal aan je te vertellen? Het is natuurlijk een gevoelig thema. En hoe lang heb je met hem gesproken?
EO: Hij had al eerder in de regionale krant gestaan en was meer dan bereid er ook met mij over te praten – hij vindt dat hem onrecht is aangedaan. Ik heb een middag bij hem thuis doorgebracht; ook om af te tasten of hij geschikt was. Daarna heb ik hem nog een paar keer gebeld en gemaild om dingen precies na te vragen. Heel veel tijd voor dit verhaal had ik niet: zo’n 5 dagen. Maar ik vond dat het in zo’n kort tijdsbestek ook moest lukken. Narratief-verhaal-light, zoiets.
een bericht van de ‘pico’, de pietencoördinator, in zijn mailbox vindt.4)RK: Dit verhaal begint in de zomer van 2017. Waarom? Wat waren je afwegingen om juist hier te beginnen?
EO: Daar heb ik niet over getwijfeld. Ik vond meteen dat het moest beginnen op het moment waarop het bij hem langzaam begint te dagen dat hij nooit meer Zwarte Piet zal zijn. Dat het over en uit is.
Niks geks, de pico mailt hem altijd midden in de zomer of hij weer Zwarte Piet wil zijn bij de Utrechtse intocht. Maar dit mailtje: Gerard snapt er geen snars van.

de pico mailt hem altijd midden in de zomer

Het gaat over ‘de gemixte bevolking van Utrecht’, over ‘het maatschappelijk debat’ en dat de leden van het intochtcomité ‘de overstap’ naar roetveegpieten maken. Dan volgt de conclusie dat ze graag zien dat iedereen mee blijft doen, dus mensen die ‘zich er niet lekker bij voelen’ moeten zich vooral melden.

Hè? Ze weten toch dat hij geen roetvegen wil? Dat het voor hem Zwarte Piet is en anders niks? Ook Gerards vrouw Gerda snapt de mail niet. Op 5 juli 2017 stuurt Gerard een bericht terug om duidelijkheid te krijgen, maar hoe vaak hij zijn inbox ook checkt: niks. Zelfs na zijn vakantie, twee weken in de caravan in het Belgische Mol5)RK: Verhalende journalistiek kan niet zonder details. Maar ze moeten wel functioneel zijn, anders verdwaalt de lezer. De locatie van de caravan had hier niet hoeven staan.
EO: True! (Hoewel het op een bepaalde manier wel veelzeggend is dat de man niet ver op vakantie gaat. Hij zou een ander type zijn als hij zijn caravan naar Cádiz had gereden.)
RK: Ja, daar zit ook wel iets in.
: nul. Mag hij nou nog zwart zijn of niet?6)RK: Hier, in de laatste zin van de eerste scène, zet je het verhaal op scherp. Dit is de complicatie, het conflict, het eerste plotpoint of hoe je het ook wilt noemen. Denk jij ook in zulke termen over een verhaal: er is een probleem dat opgelost moet worden?
EO: Zeker. Zo’n verhaal kan ik niet maken zonder vooraf ‘uit te tekenen’ wat waar komt – en hoe het dan spannend wordt.
RK: Kun je daar nog iets meer over zeggen? Hoe ziet een schets van de structuur er bij jou uit?
EO: Ik maak bij elk langer verhaal altijd wel een opzetje van waar ik wil beginnen en waar ik wil eindigen (ook bij een interview, bijvoorbeeld). Bij eerdere narratieve verhalen schreef ik dan zelfs per alinea uit wat erin moest komen: een aantal steekwoorden. Dat heb ik in dit geval niet gedaan: ik heb een beetje op gevoel beslist waar er een beetje ‘Gerard’ in moest. Maar misschien is dat dus ook wel de zwakte: dat ik het nog beter had moeten ‘doseren’.

Diepe stem

Het begint voor Gerard7)RK: Op het moment dat het verhaal op spanning staat, schiet je terug in de tijd, waarna je alles chronologisch vertelt. Slim gedaan.
EO: De zwakte van dit verhaal vind ik juist dat het nogal ‘abc’ is. Ik zou nog wel eens een narratief verhaal willen schrijven dat (grondig) afwijkt van de structuur heden/verleden/heden. Maar goed: ik wilde aan mezelf (en de krant) bewijzen dat ik zo’n soort verhaal ook snel kan maken.
zo’n 29 jaar terug in het Catharijneconvent, het Utrechtse museum waar hij beheerder en klusjesman is. Daar krijgt hij op een dag de vraag of hij bij de stadsintocht Zwarte Piet wil zijn. En óf hij dat wil. Hij is in zijn eigen straat, de Nicolaasweg, wel vaker piet of Sinterklaas voor de buurt en vindt dat heerlijk. Sinterklaas is fijn vanwege die mooie diepe stem en piet is nóg leuker. Die is atletisch en grappig en dat past hem wel.

Hij is zelf ook een fitte kerel. Hij loopt marathons en was een lenige linksbenige voetballer bij KDS. En hij houdt van een lolletje. Snel op de zetel van de goedheiligman ploffen als die even niet kijkt – tot de kinderen hem wegtrekken: ‘Die stoel is voor Sinterklaas hoor!'8)RK: Dit zijn belangrijke passages. Je zet Gerard hier neer als een enthousiaste goedzak. Lezers krijgen daardoor sympathie voor hem, ook lezers die vinden dat Zwarte Piet moet worden afgeschaft. Dat doe je bewust, neem ik aan?
EO: Het eerste doel is natuurlijk: een mens maken van die man. Ik vond het ook leuk om te benadrukken dat het voor hem niet zomaar een rolletje is. Gerard is in zijn dagelijkse leven ook een soort piet. Dit deed me allemaal een beetje denken aan Erik van Muiswinkel die ik ooit heb geïnterviewd over zijn rol als Hoofdpiet en die me zeer serieus vertelde dat het de mooiste rol van zijn leven was.

in prachtige gehuurde pakken, voor dag en dauw geschminkt

Die eerste intocht, in 1988: geweldig. Hij met zo’n 60 andere mannen, in prachtige gehuurde pakken, voor dag en dauw geschminkt, hup, de sloepen buiten Utrecht in, en voorwaarts, over de Vecht naar de binnenstad. Daar staan de kades volgepakt. ,,En we zingen en we springen en we zijn zo blij.”

Rotgeintje

Na die eerste keer doet Gerard elk jaar mee, hoewel de intochtomstandigheden af en toe bar zijn. Slagregen, hagel, sneeuw. Gelukkig draagt hij een zwarte maillot. Eén keer worden ze met eieren bekogeld: jochies die vanaf de bruggen een rotgeintje uithalen.9)RK: Hier zijn we Gerard een paar alinea’s kwijt. Vind je dat problematisch? Zelf zoek ik vaak naar punten waar de hoofdpersoon en de achtergrondinformatie elkaar raken. Ik zou bijvoorbeeld proberen te beschrijven hoe Gerard dit nieuws hoorde en wat hij ervan vond, zodat het perspectief langer bij hem ligt.
EO: Mee eens. En dan te bedenken dat ik in de eerste versie nog veel meer van dit soort alinea’s had. Waarschijnlijk omdat ik het belangrijk vond dat het verhaal over méér dan Gerard ging. Dat het ook een beetje geschiedschrijving was. Die neiging om de juf uit te hangen had ik dus krachtiger moeten onderdrukken.

Natuurlijk verandert er in de loop der jaren van alles. Nieuwe routes. Meer meisjespieten. En de intochtzaterdag wordt een intochtzondag. Een paar dingen blijven: boten, pepernoten, liedjes, Sinterklaas, Zwarte Piet.

Ook bij de intocht van 2012, een droge, milde novemberdag, lijkt alles nog bij het oude. Maar wat Gerard niet weet10)RK: Dit is een slim bruggetje: ‘wat Gerard niet weet’. Heb je daar lang op zitten puzzelen?
EO: Dank je, maar ik vond het zelf nogal ruw, niet subtiel genoeg. Dus: hier is ruimte voor verbetering.
– en bijna niemand – is dat er vanuit de Surinaamse gemeenschap een stille maar krachtige beweging op gang is gekomen om Zwarte Piet weg te krijgen. De knecht met zijn dikke lippen en oorbellen is een overblijfsel van de duistere koloniale tijd, oordeelt onder andere het Landelijk Platform Slavernij.

Zeurpiet

De beweging krijgt maar weinig aandacht, tot contact wordt gelegd met een VN-werkgroep die racisme tegen zwarte mensen bestrijdt. In die groep zit ene Verene Shepherd en die gooit op 22 oktober 2013 in tv-programma EenVandaag de knuppel in het hoenderhok. Natúúrlijk is Zwarte Piet ‘een terugkeer naar de slavernij’, zegt ze. Als zo’n beetje half Nederland over deze ‘zeurpiet’ heen valt en honderdduizenden de ‘Pietitie’ op Facebook ondertekenen, is het pietendebat een feit.11)RK: Hier zijn we Gerard een paar alinea’s kwijt. Vind je dat problematisch? Zelf zoek ik vaak naar punten waar de hoofdpersoon en de achtergrondinformatie elkaar raken. Ik zou bijvoorbeeld proberen te beschrijven hoe Gerard dit nieuws hoorde en wat hij ervan vond, zodat het perspectief langer bij hem ligt.
EO: Mee eens. En dan te bedenken dat ik in de eerste versie nog veel meer van dit soort alinea’s had. Waarschijnlijk omdat ik het belangrijk vond dat het verhaal over méér dan Gerard ging. Dat het ook een beetje geschiedschrijving was. Die neiging om de juf uit te hangen had ik dus krachtiger moeten onderdrukken.

Een deel vindt het onzin – wat nou, slavernij?

Al het rumoer leidt ook bij het Utrechtse intochtcomité tot discussie. Een deel vindt het onzin – wat nou, slavernij? – een ander deel vindt dat Utrecht open moet staan voor kritiek.12)RK: Hier had ik wel meer over willen weten. Hoe ging die eerste discussie over dit onderwerp in Utrecht dan? Ik had wel willen horen wat ze daar dan tegen elkaar zeiden. Heb je overwogen dat uitgebreider te reconstrueren? Of ontbrak daarvoor de tijd?
EO: Ik heb dat wel allemaal in kaart gebracht – via verschillende leden van dat comité. Dat was dankbaar werk, want niemand had dat ooit eerder gedaan. Maar ik heb eigenlijk niet overwogen dat in het verhaal uitgebreider op te pennen. Dan was ik naar mijn gevoel weer teveel van Gerard afgedreven.
RK: Als Gerard niet bij die bijeenkomsten aanwezig was, lijkt me dat de goede keuze.
Ze besluiten zonder ruchtbaarheid toch iets aan de bekritiseerde ‘slavenkenmerken’ te doen; de Utrechtse pieten hebben tijdens de intocht van 17 november 2013 geen dikke rode lippen meer, en geen gouden oorbellen in.

Gerard merkt de veranderingen dat jaar wel even op, maar lang denkt hij er niet over na. Die rode lippen waren toch al niet mooi, te clownachtig. En de oorbellen kunnen op andere plekken waar hij piet is nog steeds in, bijvoorbeeld op basisschool Puntenburg. Hij laat zich die ochtend gewoon pikzwart schminken, een ritueel waar hij altijd van geniet.

Zwaarbewapende commando’s

Grappig, toch, hoe je met wat verf, een pruik en een velours pak opeens iemand anders kan zijn? Iemand die kinderen vrolijk maakt en soms een beetje bang. Hij kan een bangerd inmiddels in een oogwenk geruststellen: even diep door de knieën, een knikje en dan iets zeggen als: ‘Hé, was jij er vorig jaar ook niet bij?’.13)RK: Dit is mooi. Over de ‘techniek’ van de Piet. Smaakt ook naar meer. Was fijn geweest als je nog meer details naar boven had weten te halen om het verhaal mee te larderen. De perfecte schminktechniek. De ideale zak. De beste manier om te strooien.
EO: Mee eens. Hij had daar veel over te vertellen: hij ziet het Piet-zijn als een hele kunst.

Het blijft in 2013 kalm in Utrecht, net als in Groningen, waar de landelijke intocht is. Pas later vertelt Erik van Muiswinkel, hoofdpiet in het Sinterklaasjournaal, dat er dat jaar in Groningen acht zwaarbewapende commando’s meeliepen.

Gerards hoop dat het hele pietendebat snel overwaait, blijkt in 2014 een illusie. De Amsterdamse rechtbank veroordeelt Zwarte Piet, en ook het College voor de Rechten van de Mens komt met kritiek. En minister Asscher begint een ‘rondetafelconferentie’ voor tegen- en voorstanders.

hij kent zat zwarte mensen die er niks op tegen hebben

Gerard vindt het maar gebazel. Zwarte Piet is niks meer of minder dan een fantasiefiguur en zijn kleur heeft niks te maken met zwarte mensen. Sterker: hij kent zat zwarte mensen die er niks op tegen hebben. Waarom kunnen mensen niet accepteren dat het een kinderfeest is en zeker geen racisme?14)RK: Gerard is pro-Piet, noemt de gangbare argumenten en blijft daar gedurende het verhaal bij. Heb je geprobeerd te achterhalen of hij er door de jaren heen toch niet een beetje anders over is gaan denken? In literair opzicht is voortschrijdend inzicht altijd fijn, al is het maar een vleugje. Dat miste ik in het verhaal. Jij ook?
EO: Mee eens, Rik! Maar Gerard vertoonde weinig voortschrijdend inzicht – hij begrijpt er niks van. Hij is van het stugge soort. Maar ik had als schrijver het onderwerp ‘twijfel’ natuurlijk wel een belangrijker plek kunnen geven.

Kritiek

In het Utrechtse intochtbestuur groeit intussen het begrip voor de tegenstanders – vooral door gesprekken met Ans van Hoof, bestuurder van kinderopvanginstelling Ludens. Van Hoof hoort al in de jaren 80 dat leidsters en ouders met een donkere kleur last hebben van piet: een van de ouders krijgt in de stadsbus zelfs pepernoten in het gezicht gesmeten.

Het bestuur start samen met Van Hoof zorgvuldig georganiseerde ‘dialoogavonden’: pro- en antipieten kunnen er, onder begeleiding van een heuse dialoogbegeleider ‘ervaringen met elkaar delen’. Ruziën is uit den boze. Op de eerste avond, op 7 juli 2014, houdt Quinsy Gario, de bekendste anti-pietactivist, een inleiding. Gerard wordt als nestor ook voor zo’n avond uitgenodigd, maar heeft het snel gezien. Hij ziet nauwelijks bekenden en de heren achter de paneltafel spuien vooral kritiek. Gerard haalt liever herinneringen aan de goede oude tijd op.

Hoe hij in het ouderlijk huis in de Vaartscherijnstraat zijn schoen nog bij de ouderwetse kolenkachel zette. En hoe ’s ochtends alle stoelen dan omgekeerd in de huiskamer lagen. ‘Rommelpieten’ zei zijn vader. Die heerlijke spanning. Maken zijn achterkleinkinderen dat nog mee?

In oktober 201415)RK: Het dreigt hier opsommerig te worden. De intocht van 2012, 2013, 2014. Heb je daar erg mee geworsteld? (Mijn analyse is: je blijft te veel hangen in summary narrative, samenvattend proza. Je zou moeten proberen meer af te wisselen: samenvatten, inzoomen naar een scène waar mensen rondlopen en tegen elkaar praten, stukje samenvatten, volgende scène.)
EO: Absoluut voor verbetering vatbaar. Het is nu soms wat ‘boers’: de lieflijke stukjes over Gerard en de feitelijke alinea’s over de landelijke ontwikkelingen. Mijn doel was wel duidelijk, denk ik: Gerard tegen ‘the backdrop’ van de landelijke ontwikkelingen maar het kan absoluut mooier, vloeiender.
– de maand dat heel Nederland over de kleur van de Pieten in het Sinterklaasjournaal speculeert – besluit het Utrechtse bestuur in alle stilte vijftien ‘confettipieten’ en vijf gekleurde tourpieten in te voeren: een verwijzing naar de Tourstart in Utrecht in 2015.

In de ban

Gerard ziet de nieuwe Pieten voor het eerst bij de intocht van 16 november. Geen gezicht, vindt hij. Wat komt er nog achteraan? Oranjepieten na een WK? Het verzoek niet-kwetsende liedjes te zingen, slaat hij in de wind. Niemand die het verschil hoort tussen ‘Sinterklaasje, kom maar binnen met je knecht’, of ‘Sinterklaasje, kom maar binnen met je piet’.

De dag ervoor is de intocht in Gouda behoorlijk verpest: 90 activisten zijn opgepakt. In Utrecht krijgen Gerard en de andere pieten instructies – goed op elkaar letten, niet in discussie gaan. Het blijft rustig.16) RK: Hij moet toch vaak in discussies zijn beland met tegenstanders van Zwarte Piet. Was daar niet nog een scène van te maken? Dat had je mooi de kans gegeven om ook nog wat argumenten vóór de afschaffing van Zwarte Piet in je verhaal te verwerken.
EO: Ik had dit inderdaad beter uit kunnen werken. Het geval wil namelijk dat hij echt een beetje in zijn eigen wereld leeft: hij heeft helemaal geen contact met de andere pieten die wel voor verandering in zijn: hij treft de anderen maar twee keer per jaar en zegt niet veel meer dan ‘hallo’ tegen ze. De mensen om hem heen – zoals Gerda en zijn kinderen – zijn het met hem eens.

Dit jaar: 50 procent roetveegpieten

Zo’n driekwart jaar later, in september 2015, neemt het Utrechtse intochtbestuur een rigoureus besluit: Zwarte Piet wordt stapje voor stapje afgeschaft. Dit jaar: 50 procent roetveegpieten. In 2016: 75 procent. In 2017: 100 procent. Er wordt niet over gecommuniceerd: heibel is er al genoeg. Bij de Utrechtse openbare scholen bijvoorbeeld. Die besluiten Zwarte Piet in één keer in de ban te doen. Daar dansen Minions en Panda’s rond – tot woede van sommige ouders. Ook ODBS Puntenburg, waar Gerard wel eens optreedt, schaft piet af.

Beslist niet

Gerard krijgt dat jaar wel weer een uitnodiging voor de officiële intocht. Met een nieuw invulformulier. ,,Ben je bereid om ook als niet-traditionele piet mee te doen?” Opties: Ja, graag zelfs!; Ja, eventueel wel; Nee, liever niet; Nee, beslist niet!; Weet ik (nog) niet. Gerard kiest vier, vanzelfsprekend.

Natuurlijk vraagt hij zichzelf soms af of hij niet te star is. Gerda zegt wel eens: ‘Jij kan niet goed tegen verandering, je vindt het zelfs vervelend als ik de eettafel een stuk naar links schuif’. Maar sommige dingen zijn toch goed zoals ze zijn? Andijvie met een bal gehakt: nog altijd lekker. Zijn Samsung van tien jaar oud: nog altijd prima. Gerda: na vijftig jaar nog altijd zijn vrouw.

Tijdens het schminken voor de intocht van 15 november 2015, een winderige zondag, krabbelen sommige roetveegpieten terug: ze willen toch liever helemaal zwart, maar de pietencoördinatoren houden voet bij stuk. De Utrechtse intocht verloopt gemoedelijker dan de landelijke in Meppel. Daar zingen voor- en tegenstanders keihard tegen elkaar in.

In 2016 – het jaar waarin minister Van der Steur erkent dat de traditie in het buitenland ‘lastig uit te leggen is’ – vertelt het Utrechtse bestuur de pietencoördinatoren voor het eerst openlijk dat de knecht in hun stad historie is. De pico’s begrijpen het: om het gezellig te houden moet er iets nieuws komen.

Jonkie

De pieten krijgen een brief met de mededeling dat elke nieuweling het nieuwe uiterlijk moet accepteren. Gerard voelt zich niet aangesproken: hij is geen jonkie. Sterker, hij hoopt in 2018 als langstzittende piet zijn 30-jarige jubileum te vieren en er dan mee uit te scheiden. Dan is het mooi geweest.17)RK: Dit is zo’n mooi gegeven – hij wilde het nog een dertigste keer doen en dan stoppen – dat het misschien mooi geweest was het al in de eerste scène te vermelden. Waarom zeg je het hier pas, tegen het einde van het verhaal?
EO: Ja! Had inderdaad hartstikke goed aan het einde van het allereerste deel (over de zomer-mail) gekund. Misschien vond ik dat te voor de hand liggend? Terwijl juist die voor de hand liggende oplossingen vaak prima werken. Is ook zoiets: dat ik soms te ingewikkeld denk.

Dat er tijdens de intocht van 2016 nog maar 25 procent Zwarte Pieten zijn: Gerard merkt er weinig van. Hij is op een ‘zwart’ bootje ingedeeld. Op het Domplein danst hij naast een activiste met een bord ‘Neem stelling tegen Zwarte Piet’ en oogst applaus.

De zomervakantie van 2017 is voorbij18)RK: Kijk, hier keren we weer terug bij de complicatie uit het begin: mag Gerard nog zwart zijn? Het antwoord op die vraag – dat waar je de lezer toch bijna 2000 woorden voor hebt laten lezen – raffel je een beetje af, vind ik. Het was mooi geweest als je had kunnen schetsen waar Gerard was toen hij die mail las, in welke zinnen het bericht gesteld was en hoe hij daar dan op reageerde. Vloekte hij? Was hij juist blij dat hij nog een keer mocht? Je had wat meer in mogen zoomen, de lezer mee mogen nemen naar dat moment. Kun je je in die kritiek vinden?
EO: Absoluut. Daar had ik het nieuws inderdaad even echt bij Gerard ‘in moeten laten slaan’ en daar minstens één alinea voor moeten nemen. (Ten koste van die opsommerige alinea’s).
en Gerard heeft nog steeds geen antwoord op dat verwarrende picomailtje. Op 11 september krijgt hij eindelijk respons. Van intochtvoorzitter Bert Buizert. Met excuses. Buizert vertelt hem dat Zwarte Piet passé is, maar dat het intochtbestuur dit jaar nog met de hand over het hart strijkt. Gerard en zijn kleinzoon Dylan mogen nog één keer Zwarte Piet zijn: de allerlaatsten van Utrecht. Hij doet het wel. Nog één keer. Maar dat 30-jarig jubileum is ‘m dus mooi door de neus geboord.19)RK: Tot slot: heb je veel reacties op dit stuk gehad? En zo ja, gingen die dan over de vorm of vooral over de inhoud?
EO: Ik krijg in het algemeen bijna alleen maar reacties op de inhoud van mijn verhalen. Zo ook in dit geval: ‘zielig voor die Gerard’ … of … ‘wat een sneu geval dat hij niet mee wil met zijn tijd’. Er zijn altijd maar enkele collega’s die ook iets over de vorm zeggen – wat ik eigenlijk wel leuk vind, want blijkbaar vindt niemand deze afwijkende vorm dus heel gek of storend. Overigens was het Sint-comité helemaal niet gelukkig met het verhaal. Zij vonden het vervelend dat het helemaal aan Gerard ‘opgehangen’ was.

Be the first to comment on "Het verdriet van Zwarte Piet"

Leave a comment