Grootmeesters van het waargebeurde verhaal

Het is vaker druk in het hoofd van Freek Schravesande, maar wanneer hij een verhaal voor zijn krant gaat maken, wordt het daar vanbinnen pas echt menens. Een zenuwentoestand. Manisch, ja, dat is het woord ervoor. Goed dat hij alweer een poosje is gestopt met roken. Maar, mán, wat hij zichzelf los daarvan nog allemaal aandoet tijdens het schrijven – een bezoeking is het, elke keer opnieuw.

Eerst úren staren naar dat lege Worddocument. Dan voorzichtige poging nummer één tot wat mogelijk een beginalinea van een mooi stuk kan worden.

Backspace, delete, weg, weg, weg.

Nog eens. Poging twee. Staren. Twijfelen. Nee, weg er maar weer mee.

Poging drie.

Poging vier.

Kom op, misschien dat het bij de vijfde lukt.

De zesde dan? Pffft, backspace! Nog maar eens koffie halen, Keith Jarrett op de koptelefoon voor de tigste keer op repeat, diep ademhalen en, húp, poging zeven moet ‘m dan toch echt gaan worden.
… F*ck!

Staat de tekstweergave in het beeldscherm wel exact op 80 procent? Gék wordt Freek Schravesande van letters die in een groter corps voor zijn ogen dansen. Dan gaan ze voor hem ‘hijgen’. Gék wordt-ie ook van alinea’s die de lengte van zeven regels overschrijden. Acht regels is ondenkbaar, ook al staat er op die laatste regel maar één woordje. Weg ermee! Koffie. Koffie! En daarna weer helemaal van voren af aan beginnen. Net zolang tot dat openingsfragment wat hij in gedachten heeft er ook echt stáát.

‘We waren al bij Driebergen, bijna thuis. Hij zat links in de bus, ik stond nog half gebukt in het gangpad. Op dat moment haalde ik uit met rechts. Met gebalde vuist. Ik gaf een stomp, geen klap. Een man slaat niet met vlakke hand.’ Drie dagen later stond in de krant: ‘64-jarige leraar slaat 15-jarige leerling op schoolreisje tand uit de mond’.

Vervolgens kan het dan ineens van tsják-tsják-tsják gaan. Staat een verhaal van ‘m plotseling op eigen benen. Gaan de woorden en zinnen vanzelf over in galop, en is het dan vooral zaak in het zadel te blijven. Hij komt in een ‘ADHD-achtige toestand’. Losse beelden en complete scènes schieten in net zo’n rap tempo door z’n brein als ze op z’n laptop verschijnen. Om de twee alinea’s kan het perspectief wisselen, de aandacht worden verlegd, een nieuwe figuur opduiken, het verhaal een andere wending nemen. Net zoals het er in die kop van Freek Schravesande dikwijls zelf aan toegaat.

Schrijven in de Canadian Mix, noemt-ie dat.

Hij dankt de term aan zijn ontmoeting met de oprichter van de eerste skihut in Nederland. Een Rotterdammer, een grote, forse kerel, die door zijn ADHD niets van zijn leven had weten te maken, totdat hij die skihutbar op het Stadhuisplein opende. Het grandioze succes van die tent zit ‘m in de muziek die hij er draait. Een mix van totaal verschillende plaatjes, van André Hazes tot DJ Tiësto tot de polonaise, die elk steeds maar dertig seconden mogen duren – héél kort.

Schrijven in de Canadian Mix, noemt-ie dat.

Die man deed dat om de eenvoudige reden dat hij een spanningsboog heeft van nul. Maar zijn publiek vindt het fantastisch, en zo is skihutmuziek een apart genre geworden.

Later hoorde Schravesande van radiopresentator Jeroen van Inkel dat die stijl ook wel bekendstaat als de Canadian Mix. De naam verwijst naar de snelheid waarmee Canadese houthakkers van boom naar boom gaan om die om te zagen. Precies zo hak je in skihutmuziek, alles om de aandacht maar vast te houden en in die ADHD-roes te blijven.

Verrek, realiseerde Schravesande zich toen: dit is hoe ik zelf ook kan en wil schrijven. Hij heeft ook een korte spanningsboog, het kost hem moeite boeken en langere verhalen helemaal uit te lezen. Dus waarom zou hij zijn stukken niet zó maken dat ze zijn toegesneden op lezers zoals hij? Hoe vertel je een gebeurtenis zó dat je iemand moeiteloos door een artikel van 2000 woorden trekt? Nou, daarvoor heeft hij dan zijn Canadian Mix.

Be the first to comment on "Grootmeesters van het waargebeurde verhaal"

Leave a comment