De tragische oplichter van Carel Grol

In Zeeuws-Vlaanderen begrijpt niemand wat Henk bezielde. Bijna een halve eeuw had hij een administratiekantoor in Axel. Henk kwam bij mensen thuis, regelde hun belasting, dronk soms een wijntje mee. Gewoon, zoals dat gaat. Toen ging hij ineens zijn klanten belazeren, en nu is Henk hoofdverdachte in een miljoenenfraude.

Henk zat in de trein.1)Henk Blanken: Eerst even wat voorgeschiedenis. Hoe kwam je op het idee voor dit stuk? Hoeveel tijd ging er zitten in het onderzoek? En in het schrijven?
Carel Grol: Ik zag een klein stukje in de Zeeuwse media. Toen het politiebericht. Toen een klein item twee jaar geleden op Omroep Zeeland. Toen dacht ik: dit is een groter verhaal. Waarom doet iemand zoiets? (Daar ben ik nog steeds niet achter.) Ik heb gebeld en gemaild met de politie, ik heb twee curatoren gebeld, ik heb curatorenverslagen gelezen, ik heb telefonisch gesproken met een makelaar in Terneuzen. En via hem ben ik uiteindelijk op de gedupeerden gekomen. Daarna moest ik er nog naar toe – Zeeuws-Vlaanderen ligt niet om de hoek. Heen en weer reizen, naar Axel en Terneuzen, duurde een dag. Ik heb vier uur interviews gehouden met gedupeerden, en ook de omgeving gezien. Ik ben ’s avonds, in een hotel in Terneuzen, om acht uur begonnen met alles uit te schrijven met pen. Omdat er toch niets anders te doen was, heb ik het ook grotendeels uitgeschreven. Om twee uur, half drie, was ik klaar. Daarna is het nog een keer nagekeken etc., maar het geraamte stond, toen.
Het was 27 februari 2018, het vroor, uit het noordoosten waaide een toendrabries, waardoor de gevoelstemperatuur naar -10 gezakt was. Henk was een autorijder, maar deze dinsdag liet hij zich vervoeren door de NS. Hij maakte een lange reis.3)HB: De toon van een reportage is belangrijk. In het zinnetje ‘Henk maakte een lange reis’ klinkt iets van melancholie door. Dat wordt versterkt doordat het hele stuk in de verleden tijd staat. Was dat je bedoeling? En hoe kijken ze nu bij het Financieele Dagblad tegen zo’n narratieve reportage aan?
CG: De toon is misschien onbewust gekozen. Wel: alles in verleden tijd. (Lastig, ik worstel altijd met tijden.) Maar de eerste zin moet pakkend zijn, en iemand die een lange reis maakt, zal wel een verhaal hebben. Want anders reis je niet.

De voorbije jaren was Henk op de vlucht voor zijn omgeving. Weg uit Zeeland. Naar verluidt hield hij zich schuil in Groningen. Er waren ook geruchten dat hij was uitgeweken naar Polen. Want Henk zat diep in de problemen.

En toch ging hij terug, op deze koude dag. Vanaf Bergen op Zoom stopt de trein op dit traject bij elk dorp. Rilland-Bath, Krabbendijke, Kruiningen-Yerseke. Steeds dieper de provincie in.

Henk is een echte Zeeuw. Hij komt, zoals dat heet, ‘van de overkant’. Uit Zeeuws-Vlaanderen.

Daar heeft hij zijn hele leven gewoond. Zeeuws-Vlaanderen is een historische aberratie: mensen voelen zich er vaak meer Belg dan Hollander, hun dialect lijkt meer op Vlaams dan op Nederlands. Terneuzen, havenstad met een ruig imago, is er de grootste plaats. Een kleine tien kilometer zuidelijker ligt Axel.
In dat stadje wonen nog geen tienduizend mensen. Drie kerken, een molen, een watertoren. Een pleintje met een onuitspreekbare naam, vernoemd naar een Poolse generaal die het dorp in september 1944 bevrijdde van de Duitse bezetter. Nog niet eens zo heel lang geleden droegen mensen hier klederdracht. Erpelkappers heten de inwoners.2)HB: Je neemt ruim de tijd om de sfeer in Zeeuws-Vlaanderen te beschrijven. Aarzelde je niet of dat te lang zou duren?
CG: Nee. Ik had eerst nog wat meer sfeer, maar dat heb ik er uitgehaald. Dat was te lang. Zeeuws-Vlaanderen is voor veel mensen ook het einde van de wereld. Dat verdient wel enige omschrijving.

Henk komt uit Axel. Maar dat wist vast niemand in de trein.

Sowieso is hij geen opvallende man. Hooguit valt zijn geringe lengte op. Voor een Nederlander is Henk vrij kort. Amper een meter zeventig. Beetje gedrongen ook. 71 jaar. Witte haren. Bril. Een buik die met de jaren steeds groter is geworden.

Verder is hij eerder slonzig dan chic. Nooit snelle auto’s gehad of mooie pakken, eerder de bovenste knoopjes van zijn hemd wat ver geopend. Hij spreekt Zeeuws-Vlaams, waarbij de klinkers wat veranderen, soms wat lettergrepen worden ingeslikt en de ‘g’ wordt uitgesproken als ‘h’.

De trein reed verder. Kapelle-Biezelinge. Goes. Buiten bleef het hard vriezen. Eindbestemming: Middelburg. Nog vijf minuten en Henk zou er zijn. In de hoofdstad van zijn provincie. In Zeeland, waar hij al lang niet meer was geweest.

Deze dag werd hij er verwacht.4)HB: Doordat die hele eerste scene zich in de trein afspeelt, en je de tussenliggende stations benoemt, is het net alsof de lezer met Henk meereist en de wat bedrukte stemming voelt. Met dat laatste zinnetje voer je de subtiele spanning op. Maar je stelt de feitelijke complicatie uit. Waarom schrijf je hier niet meteen dat Henk zich moet melden bij de politie?
CG: Opbouw van de spanning. Hij wordt verwacht: door wie? Ik vermoedde dat als ik nu al schrijf dat de politie er bij betrokken was, ik de clou van het verhaal zou weggeven.

*****

Riet Mattheijssen heeft kort haar, een bril met modern montuur, en een Zeeuws-Vlaams accent: als ze bij haar kinderen in de Randstad is, wordt haar vaak gevraagd of ze Belg is.

Riet is geboren in Graauw, ook in Zeeuws-Vlaanderen, amper twintig kilometer van Axel. Maar de liefde bracht haar naar dit stadje. Want met haar echtgenoot landde ze in Axel, tientallen jaren geleden alweer, al hield de liefde geen stand.
Riet wilde wel in Axel blijven wonen, dus kocht ze in 1998 alléén een woning. Ze was geen financieel specialist en de enige die ze kende met kennis van bankzaken, dat was Henk. Want Henk, zo wist iedereen in Axel, zat ‘in de financiën’.

In Axel en omgeving wist iedereen: als banken moeilijk doen over een hypotheek, kun je soms nog terecht bij Henk

Riet kende hem via het Waterschap, waarvoor Henk ook werk deed. Hij stond goed bekend. Dus regelde Henk ook de hypotheek en verzekeringen voor Riet. Die verhuisde, in Axel, naar een huis met een tuin.

Ze zag hem verder nooit. Wat moet je ook met een financieel adviseur als je verder niet heel vermogend bent en alles op rolletjes loopt? Als je gewoon jaar in, jaar uit keurig wat geld apart legt, om later – ooit – nog eens te gebruiken? Een polis loopt wel door.5)HB: Nog een handig toegepast stijlmiddel, die je-vorm. Met de tweede persoon enkelvoud geef je haar gedachten weer, zonder in een direct quote terecht te komen. Hoe bewust doe je dat?
CG: Ja. Dat was hier bewust.

*****

Dat veranderde toen ze stopte met werken.6)HB: Zo spring je subtiel naar de derde scene. Het begint mis te gaan.
CG: Hier moest een overgang komen inderdaad. Dit geeft ook aan waar het om gaat.
Haar hele leven, uitgezonderd de periode dat haar kinderen klein waren, had ze voor het Waterschap gewerkt. In 2012 ging ze met pensioen, ze had er toen zo’n veertig dienstjaren op zitten.

Alles wat Riet de voorbije decennia had opgebouwd aan pensioenrechten kwam vrij te vallen. Dat waren geen tonnen, maar toch behoorlijke bedragen van iemand met meer dan dertig dienstjaren. Lijfrentes, koopsompolis, noem maar op.

Het geld kwam haar toe, maar wat moest ze daarmee?

Ineens was daar Henk. Hij wist wel wat. Deposito­. Geld vastzetten voor een bepaalde duur, tegen een vast percentage. De rente was toen al hard aan het zakken. Zijn aanbod: 4,8 procent voor een jaar. Het geld werd vastgezet bij verschillende banken en was per jaar opvraagbaar.

Riet dacht erover na. Ze kende Henk al meer dan tien jaar en hij had haar zaken goed geregeld. Waarom niet? Had ze een zorg minder. Ze stemde ermee in. Dus ging ze, op de fiets, naar het administratiekantoor van Henk, een paar straten verderop.7)HB: Dat ze op de fiets naar dat kantoor ging, versterkt het beeld van de kleine plaats met bescheiden mensen. Ik neem aan dat je al dat soort details gretig hebt verzameld?
CG: Dat is misschien wel wat me het meest heeft verbaasd. Had Henk in Rotterdam of een andere grote stad gewoond, dan had ik dit nooit geschreven. Maar daar, in Zeeuws-Vlaanderen, waar iedereen elkaar kent. Dat maakt het zo raar. Belazerd door je buurman.

De papieren werden in orde gemaakt. In verschillende overboekingen werd het spaargeld overgeheveld naar het kantoor van Henk.

Riet zag ook wel dat het kantoor nogal versleten was, maar wat zou dat? Het was er niet vies.8)HB: Zie de vorige vraag. Het was er niet vies, denkt ze. En dat tekent haar prachtig. Bovendien denk je als lezer – die natuurlijk al weet dat Henk een oplichter is – : arme vrouw, ze moest eens weten…
CG: Ja. Dat was opvallend. Iedereen noemde het een bende binnen. Maar Riet zei alleen: het was er niet vies. Was het er maar vies, dat had haar veel ellende gescheeld.

*****

Dat Henk in de financiën zat, is voor de mensen in Axel vanzelfsprekend: zijn vader deed het ook al. Henk bezat een administratiekantoor dat ook verzekeringen afsloot, hij regelde hypotheken en had tot negen jaar geleden, voor de crisis, toen de regels nog wat soepeler waren, een bankvergunning. Een alleskunner dus.

Zijn bedrijfspand was gevestigd in de Wilhelminastraat. Een doodgewoon, betegeld straatje in Axel. Een pastorie uit 1925 aan het begin van de straat, twee panden verderop een fietsenwinkel. Huizen met twee verdiepingen van rode baksteen. Woningen kosten hier nauwelijks meer dan een ton.

Op nummer 44 hield hij kantoor. Een grote etalage in een straat met verder bescheiden woonhuizen. De gevel is van steen en hout. Dubbele beglazing. Achter deze grote ruiten hingen advertenties van huizen. Woningen die te koop stonden in Axel en omgeving. Dorpjes met namen als Zaamslag, Koewacht en Vogelwaarde.

Zelf woonde hij iets buiten Axel, in een verbouwde boerderij. Zijn werkgebied was heel Zeeuws-Vlaanderen. Begrensd door water aan de noord- en westzijde, en door België aan de zuid- en oostzijde. Een land in een land. Dat doorkruiste Henk in zijn oude Mercedes, al reed hij de laatste jaren in een Japanner. Een rode.

*****

Patrick Engels leerde Henk kennen via zijn vrouw, Lucie. Beiden, Patrick en Lucie, zijn begin zestig. Patrick: kalend, bril met rond montuur, duidelijke stem, en werkend door het hele land, in de explosieveiligheid in de petrochemische industrie. Lucie: lang haar, rode bril, yogadocent in Zeeuws-Vlaanderen.

Henk hielp Lucie al dertig jaar met de opgave van de btw, die ze als kleine zelfstandige elk kwartaal moet doen. Altijd naar volle tevredenheid.

Lucie kende hem weer via haar oom en tante. Via via, zoals dat gaat, zeker in de tijd dat er nog geen internet bestond, alle banken overal een kantoor hadden en zaken in guldens gingen.

‘‘We zijn weer een week verder. Nog steeds heb ik niets ontvangen. Binnenkort heb ik het geld echt nodig’’

Zo onopvallend als Henk oogde, zo sterk was hij als schaker. Een van de beteren in de regio. Hij speelde simultaantoernooien: in zijn eentje tegen een reeks andere tegenstanders, lopend langs meerdere schaakborden, om op steeds een ander bord een zet te doen.9)HB: Een goed moment voor de hamvraag. Dat Henk een sterke schaker is en simultaans speelt, tekent hem, de man die slimmer wil zijn dan de rest bij elkaar, een einzelgänger. Ik neem opnieuw aan dat je zoiets ook dankbaar opschrijft. Maar de vraag is natuurlijk wel hoe ver je kunt gaan in het portretteren van zo’n man zonder hem zelf te hebben gesproken. Heeft dat lastige keuzes opgeleverd? Welke?
CG: Lastig was dat ik hem niet heb kunnen spreken. Maar dit, het detail dat hij een goede schaker was, is een geschenk. Omdat dit hem zo kenmerkt. Qua: als hij een goede violist was, of een verdienstelijk handbalkeeper, dan zei dat niets over hem. Maar het leverde me weinig lastige keuzes op. Wél was het lastig om hem überhaupt te karakteriseren. Hij was namelijk echt doodgewoon. Pas na anderhalf uur aan tafel zei iemand: ja, Henk kan goed schaken. Toen dacht ik: hebbes!

Om zoiets te doen moet iemand analytisch zeer sterk zijn, en een stevig geheugen hebben. Die eigenschappen vertaalden zich bij Henk ook in zijn kennis van financiële zaken.

Ooit had hij de hypotheek van Lucie geregeld, in het huis in Terneuzen waar ze nog steeds woont. Gewoon, een ruim hoekhuis in een woonwijk. Die hypotheek was niet zo vanzelfsprekend. Lucie was zelfstandig ondernemer.

In Axel en omgeving wist iedereen: als banken moeilijk doen, kun je soms nog terecht bij Henk.

Vier keer per jaar kwam Henk langs, in het hoekhuis in Terneuzen. Hij gaf weleens een tip over belastingconstructies. Omdat hij de regels kende en wilde helpen. En als hij daarna geen andere afspraak had, bleef Henk weleens een halfuurtje hangen bij Patrick en Lucie. Dan dronk hij nog een glaasje wijn, en vertelde hij over zijn kleinkind. Verzot was hij op dat jochie.10)HB: Het liefst, zeggen predikers van storytelling als Jon Franklin en Jack Hart, kies je als verteller een sympathiek hoofdpersoon. Dan kan de lezer zich makkelijker inleven. Hier laat je zien dat Henk niet alleen een oplichter is, maar ten minste een beetje gelaagd als karakter.
CG: Dat is niet zo heel bewust gedaan. Maar ik moet toch zo’n man wat typeren. Dus heb ik op tig verschillende manieren aan gedupeerden gevraagd: wat was hij nou voor iemand, die Henk. Zo kwam ik uit op zijn kleinzoon.

Ja, zo’n man die jarenlang eens in de drie maanden bij je aan tafel zit, wordt bijna een vriend. Toen Patrick en Lucie eens rode wijn hadden meegenomen na een vakantie in Frankrijk gaven ze Henk ook een flesje.

*****

‘Beste Patrick,

Ik heb op dit moment een heel aantrekkelijk financieel aanbod.’

Zo begon de mail die Patrick kreeg, op vrijdag 24 april 2015, iets voor halfzes.

‘Ik leg het even in het kort uit. Een poos geleden ben ik meegegaan in een onroerendgoedproject met een geldbedrag. Dat bedrag was van mijzelf, aangevuld met geld van een paar andere partijen. Op 1 mei 2016 komt dit geld weer vrij en hebben we 8% rente verdiend. Nu is het echter zo dat een van de andere partijen graag wil uitstappen. Ze weet dat dat niet kan. (…) Dus als je dit aantrekkelijk vindt en wil instappen, dan zijn er weer veel mensen gelukkig.

Groeten van Henk’

Patrick had gespaard. En nog wat geld gekregen ­ uit een erfenis. En wat kreeg je nou op de bank? Een half procent? Daarbij: wat kon er gebeuren ­ in een jaar? Bij een man die je bovendien al jaren kende en in diezelfde twaalf maanden nog vier keer zou zien. Iemand met bewezen verstand van financiële zaken.

Na een weekend bedenktijd en nog wat gesprekken met Henk, besloot Patrick in te gaan op het aanbod, ook al had hij verder weinig informatie over het vastgoed. Met eigen geld, met geld van Lucie en met geld van zijn moeder. Geld dat bestemd was voor een nieuwe auto. Of om eerder te stoppen met werken. En, in het geval van zijn moeder, om uiteindelijk goede zorg te krijgen.

Het geld werd halverwege mei overgemaakt. Van bank naar bank, van rekening naar rekening. Gewoon een legale transactie.

*****

Terwijl Patrick zijn geld overmaakte, was Riet, in het voorjaar van 2015, al bezig haar geld terug te krijgen van Henk. Want ze dacht: ik heb er zoveel geld naartoe gebracht, ik wil nu weleens iets opnemen.

Dat begon met reguliere verzoeken. Ik heb geld gestort, dat wil ik terughebben, mailde Riet. Henk deed moeilijk.

Op donderdag 26 maart schreef Riet: ‘Hoelang gaat het nog duren?’

En 2 april: ‘We zijn weer een week verder. Nog steeds heb ik niets ontvangen. Binnenkort heb ik het geld echt nodig.’

Henk antwoordde op 13 april. ‘Ja hoor, die mailtjes heb ik gelezen. Het is nogal druk geweest en rond de paasdagen waren we vier dagen gesloten.’

Repliek van Riet, een dag later: ‘Weer een slapeloze nacht gehad. Krijg ik het geld nog van je terug?’

Na twee maanden mailen en bellen kreeg Riet een deel van haar inleg. Maar ze wilde eigenlijk wel alles terug. Zo snel mogelijk.

Mail van Riet, op donderdag 27 augustus: ‘Wanneer kan ik mijn geld verwachten?’

Antwoord van Henk, op 28 augustus: ‘In het oude systeem duurde het meestal minimaal een maand. (…) Dus het begint eraan te komen. De banken hebben dit veroorzaakt.’

Riet, op 2 september: ‘Ik weet nog niet voldoende. Ik weet nog steeds niet wanneer ik het geld kan verwachten.’

Antwoord van Henk, 9 september: ‘Ik zal het wat minder gecompliceerd uitleggen. Het komt steeds verder in onze richting. Deze maand wordt zeker uitbetaald.’

Het geld kwam niet. Ze ging naar het kantoor aan de Wilhelminastraat. Daar kreeg Riet te horen: als ze zo graag geld wilde, kon ze toch haar hypotheek verhogen?

Ze was verbijsterd. Het was toch haar geld?!

Mail van Riet aan Henk, op 5 oktober: ‘Nu krijg ik niet eens meer fatsoenlijk antwoord van je. De ene keer merk ik dat je de hoorn op de haak gooit, de volgende keer zeg je dat je niet kunt praten omdat je in de auto zit. Je maakt mij niet wijs dat je niet handsfree kunt bellen.’

Riet besprak de situatie met haar zoon. Die was resoluut. Er moest een advocaat bij komen. Riet dacht toen nog: een advocaat hoeft toch niet? Het geld zou vast wel komen, zo was haar overtuiging.

*****

Henk kwam niet opdagen op de afspraak bij Patrick en Lucie. Het was vrijdag 15 april 2016.

Lucie had weleens twijfels gehad. Henk was een keer te laat met het doorgeven van de btw. En afgelopen zomer was er gedoe met een voorschot, dat hij ook pas na veel aandringen wilde uitkeren. Nu miste hij een afspraak.

Op vrijdag 22 april, een week later dan gepland, zat hij weer bij hen in de woonkamer. In Terneuzen, zoals altijd, om de btw af te handelen. Terwijl hij daar zo bij hen aan tafel zat, dacht Lucie nog: hoe kan ik zo achterdochtig zijn? Ze voelde zich er bijna schuldig over. Deze man hielp haar al sinds de jaren tachtig.

Het was die dag een standaardbijeenkomst. Henk aan tafel. Voor komen rijden in een wat sleetse auto. Nietszeggend overhemd. Conversaties in het Zeeuws-Vlaams.

Binnenkort zou het jaardeposito vrijvallen van Patrick en Lucie. Daar konden ze mooi een nieuwe auto van kopen.

*****

Wat ze op dat moment niet wisten, was dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) al een last onder dwangsom had opgelegd aan het assurantiekantoor. In december had de AFM contact opgenomen met Henk, in januari waren mensen van de toezichthouder langsgekomen in de Wilhelminastraat.11)HB: Hier stap je voor het eerst uit het point of view van de slachtoffers die niet weten wat de lezer wel weet: dat ze bedonderd worden waar ze bij zitten. Dat verschil in kennis zorgt voor de spanning. Nu heb je de flashback naar het onderzoek van de AFM nodig. Was dat een moeilijke keuze?
CG: Enigszins, omdat dit het ritme van het verhaal wat onderbreekt. Maar het was essentieel. Omdat het belangrijke informatie was.

Het woord ‘faillissement’ was doorgekrast en met pen vervangen: ‘Kantoor gesloten vanwege oplichting’

Daarna is er nog herhaaldelijk per telefoon en mail contact geweest.12)HB: Werkwoordstijden blijven lastig. Had dit niet de onvoltooid verleden tijd moeten zijn? Met de ott suggereer je dat je naar het heden springt. Dat wilde je niet, want de alinea loopt verder in de ovt.
CG: Ja, OVT was beter. Maar tijden, dat was, is (en zal blijven) een worsteling voor mij.
De AFM vertrouwde het niet en verzocht om informatie. Die kreeg de toezichthouder niet. Omdat ‘niet meer buiten twijfel staat dat de bedrijfsvoering (…) mogelijk niet beheerst en integer is’, legde de AFM een last onder dwangsom op.

Henk had geld geleend. Van Riet, van Patrick en Lucie, en van nog veel meer mensen in Zeeuws-Vlaanderen. Terwijl het administratiekantoor niet over de benodigde vergunningen beschikte om geld aan te trekken. Alles piepte en kraakte. Het kantoor van Henk stond op omvallen.

De dwangsom van de AFM bedroeg vijfduizend euro per dag, met een maximum van vijftigduizend euro. Op 21 maart 2016 was die last onder dwangsom opgelegd.

Een maand later zat Henk daar gewoon, op vrijdagmiddag, aan tafel in Terneuzen. De btw te doen voor Lucie. Alsof er niets aan de hand was.

*****

Op zaterdag 18 juni 2016, om tien uur ’s avonds, zaten Patrick en Lucie op de bank. Telefoon. De broer van Lucie belde. Ze schrok. Zo laat? Hij was al wat ouder. Er zou toch niets verkeerd zijn gegaan?

Maar nu stelde hij de vraag. Of ze de krant hadden gezien. Het administratiekantoor van Henk is failliet. Het stond op pagina 2 van de PZC, naast het bericht dat FC Twente toch in de eredivisie bleef. Kop boven het verhaal: ‘Axels kantoor laat klanten berooid achter’.

Voor Patrick en Lucie stond de wereld even stil. Die nacht sliepen ze niet.

Acht kilometer zuidelijker beleefde ook Riet die zaterdag een slapeloze nacht.
Ze was net terug van een fietsvakantie in België, met vriendinnen. Direct daarna kreeg ze twee kleinkinderen over de vloer. Op dat moment las ze het bericht over het faillissement. Met twee kinderen die om haar heen dartelden moest ze zich sterk houden. Maar ook haar wereld kwam met een klap tot stilstand.

*****

Na het faillissement kwamen er mensen kijken op nummer 44 in de Wilhelminastraat. Ze waren stomverbaasd. Van boven tot onder stond het pand vol met papieren. Kasten vol. Mappen, polissen, losse papieren. Stapels tot aan het plafond.

Alles stond door elkaar: schadepolissen naast hypotheekdossiers, formulieren, brieven, correspondentie.

Alsof er in al die jaren nooit iets was weggegooid. Dat gold ook voor het pand: daar was ook niets aan gedaan. Volledig verwaarloosd. Bij binnenkomst een balie uit vervlogen tijden. Kapotte computers. Geen flatscreens. Wel lag er ergens in het pand nog een typemachine.

Kort na het bankroet hing er een briefje op het raam. ‘Kantoor gesloten vanwege faillissement’, stond erop geschreven. Iemand had dat laatste woord doorgekrast, en er met pen iets anders bij gezet. ‘Kantoor gesloten vanwege oplichting’, luidde de nieuwe tekst.

*****

Het eerste curatorenverslag komt uit juli 2016, enkele weken na het faillissement.13)HB: Opnieuw de ott waar je van mij best in de ovt verder had kunnen gaan.
CG: Zie voorgaande – mijn worsteling met tijden.
‘De failliete vennootschap heeft in de afgelopen jaren van diverse­ particulieren geld aangetrokken. Particulieren kregen een rente toegezegd die hoger was dan de door de banken geboden rente. (…) In een groot aantal gevallen is de rente niet betaald.’

Toen diverse partijen hun hoofdsommen of rente opeisten, kon Henk daar niet aan voldoen. Negen partijen hebben het faillissement van de vennootschap aangevraagd.14)HB: En als je de tijden consequent had willen gebruiken, had hier moeten staan: zouden het faillissement aanvragen.
CG: Zie voorgaande – mijn worsteling met tijden.
Tot 2009 had Henk een bankagentschap. Daarmee was hij een soort tussenpersoon voor een bank. In een gesprek met de curator claimde Henk dat, toen hij geen bankagent meer was, mensen ‘toch naar hem toe kwamen met de vraag of hij hun geld kon beheren’. Particulieren leenden hem ‘grote bedragen’, aldus het curatorenverslag.

Toen zijn bankagentschap werd ingetrokken, had zijn bedrijf al een negatief eigen vermogen.

Henk is na het bankroet – zowel zijn administratiekantoor als hij als persoon is failliet gegaan – één keer bij de curator geweest. De lezing ­ van Henk: het grootste deel van de geleende bedragen is doorgeleend aan zijn eenmanszaak. Die leed al langere tijd verlies.

Uit het curatorenverslag: ‘De verliezen van de eenmanszaak zouden zijn opgevangen met de geleende gelden. Daarvan is daarom niets meer over. Volgens de bestuurder zijn met de geleende gelden geen activa gekocht of andere investeringen gedaan. Ook is er niet mee belegd.’

Het tweede curatorenverslag komt uit oktober. In de anderhalf jaar voor het faillissement is negentigduizend euro in contanten opgenomen, zo blijkt uit onderzoek van de bankafschriften.

Het derde curatorenverslag verschijnt in januari 2017. De curator nodigde Henk uit voor een tweede gesprek op kantoor. Maar Henk, zo staat in het verslag, ‘gaf aan niet tot de financiële middelen te beschikken om vanuit zijn huidige verblijfplaats naar Middelburg te komen’.15)HB: Ik ben er misschien wat overgevoelig voor, maar het gebruik van de ott in de zinnen over de verslagen van de curator doorbreken de mooie, beschouwende, soms relativerende toon. Kun je uitleggen waarom je dat zo hebt gedaan?
CG: Ik heb de tijden uit de curatorenverslagen integraal overgenomen. Daar heb ik niet in gesneden, wat ik wellicht wel had moeten doen.

Een enkele reis van Groningen, waar Henk zich naar verluidt schuilhield, naar Middelburg kost zonder korting 25,30 euro. Reistijd met de trein: vier uur en veertig minuten.

*****

De curator sprak in zijn verslag van 73 gedupeerden. Het gros deed geen aangifte. De politie hield het op ‘21 slachtoffers’. Op zijn minst: de politie kan niet uitsluiten dat er nog meer gedupeerden zijn. Uit schaamte zullen veel mensen geen aangifte hebben gedaan.

Een andere verklaring, die bleef rondzingen in Zeeuws-Vlaanderen: er zat ook zwart geld bij Henk. Maar dat zijn geruchten.

Zeker is dat mensen veel geld zijn kwijtgeraakt. Vaak ging het om tienduizenden euro’s, bij een enkeling om een ton of meer.

Henk verdween na het faillissement. Gevlucht. Hij scheidde van zijn vrouw. Of zij nooit iets in de gaten heeft gehad? Hier wordt alles betwijfeld.

Lucie heeft hem na het bankroet nog gebeld. Niet op zondag. Gewoon, op maandagochtend. ‘Hoe kon hij dit doen?’

Henk nam niet op. Lucie sprak in op zijn voicemail.

*****

Het gros van de gedupeerden bestond uit alleenstaande oudere dames. Zoals Riet. Henk had inzicht in hun financiën. Hij wist alles. Een telefoontje of zo’n mail – ‘Ik heb op dit moment een heel aantrekkelijk financieel aanbod’ – kwam dus allerminst toevallig. Henk strooide zijn aas uit. En daar werd in gebeten.

Juist dat, willens en wetens te zijn belazerd door iemand die je jarenlang kent en die zo je vertrouwen heeft geschonden, gaat er na twee jaar nog moeilijk in, hier in Zeeuws-Vlaanderen.

Waarom heeft-ie het zo gedaan? En waar is het geld? Volgens Patrick zijn die twee vragen vrijwel even belangrijk. Hij gelooft er niets van dat het geld allemaal verdwenen is. Maar waar het wel is? Wist hij het maar. Dat zou, hoe gek het ook klinkt, nog enige rust geven.

Kreeg-ie maar een antwoord.

*****

Op 27 februari 2018 rond 13.15 uur reed een intercity het station van Middelburg binnen.16)HB: Heel mooi zijn de laatste scenes. Henk die aankomt per trein, waardoor de spanning die je in het begin oproept, mooi wordt opgeheven. En opnieuw zit er iets van deernis in je toon. Henk is tot op zekere hoogte ook maar een sukkel.
CG: Nou ja, hij is ergens ook een tragisch figuur. Al heeft hij willens en wetens oude mensen opgelicht. Maar het blijft ergens een morsige man die ineens een volstrekt onbegrijpelijke richting op slaat. Dat is toch fascinerend.
Tussen de andere dik ingepakte reizigers die uitstapten in de snijdende kou wandelde ook een kleine man, met wit haar en een behoorlijke buik. Een verdienstelijk schaker, al is dat niet af te zien aan iemands uiterlijk.

Het was Henk. Van ‘de overkant’.

Hij werd verwacht, in Middelburg. Door de politie. Henk had een oproep gekregen dat hij zich moest melden. Henk op de vlucht? Misschien voor de gedupeerden, maar niet voor de politie.

Henk stond gewoon ingeschreven in de gemeente waar hij inmiddels woonde. Hij kreeg een verzoek zich te melden. En Henk kwam, op de afgesproken datum en tijd die op zijn uitnodiging stonden. Hij werd opgewacht op het station, aangehouden en overgebracht naar een politiecellencomplex in Middelburg.

Naar verluidt hield hij zich schuil in Groningen. Er waren ook geruchten dat hij was uitgeweken naar Polen

De recherche had een jaar onderzoek gedaan naar zijn handelingen, en die van zijn administratiekantoor. Er hadden drie man op deze zaak gezeten, al was dat dan niet fulltime.

Op vrijdag 2 maart, om halfvier ’s middags, volgde een persbericht. Er was een ‘grote fraudezaak’, aldus de politie, ‘die de gemoederen in Axel en omgeving flink bezig heeft gehouden’.

Henk was spil in een piramidespel. ‘Slachtoffers hebben te goeder trouw hun spaargeld ingelegd in de hoop hiermee een hogere opbrengst binnen te halen dan bij reguliere banken en beleggingsfondsen’, stond in het politiebericht.

Twee dagen heeft hij vastgezeten voor verhoor. In verzekering gesteld, zoals dat heet in politiejargon. Daarna mocht hij gaan.

‘Te zijner tijd zal de man zich voor de rechter moeten verantwoorden voor zijn daden’, aldus het politiebericht. ‘In afwachting hiervan mag hij de tussenliggende tijd thuis doorbrengen.’

Henk wordt verdacht van een beleggingsfraude van twee miljoen euro.

*****

Riet verhuisde. Ze heeft haar huis in Axel gedwongen moeten verkopen. Ze woont nu in Terneuzen. In een kleiner appartement. Met uitzicht over de Schelde, dat wel.17)HB: De licht relativerende toon van dit verhaal, het melancholieke, deed me denken aan de grote oude man Ton van Dijk die onder andere voor de toenmalige Haagse Post prachtige lange reportages schreef, vaak ook over misdaad, en vaak na langdurig onderzoek. Ken je zijn werk?
CG: Nee. Ik ken hem niet.

De meesten van haar vrienden en kennissen wonen nog in Axel. Ze tennist er nog. Dus rijdt ze elke week een keer of drie op een neer naar het stadje waar ze bijna veertig jaar woonde.

Patrick zal langer moeten doorwerken. Er kwam geen nieuwe auto. En, misschien nog wel het moeilijkste, hij moest tegen zijn moeder van in de tachtig zeggen dat het geld weg was. Daar heeft hij nachten van wakker gelegen.

Wilhelminastraat 44 is vorig jaar juni verkocht, samen met nummer 42, dat ook hoorde tot het bedrijfspand. Er was één bieder. Verkoopprijs: zestigduizend euro.

Het pand is opgeknapt. De buitenkant is geschilderd. Voor de ruit van nummer 44 hangt een briefje, met een 06-nummer dat geïnteresseerden kunnen bellen. Het staat nog steeds te huur.

Reconstructie

Verantwoording: Het FD heeft geprobeerd contact op te nemen met Henk. Via de curator kwam geen reactie. Mobiele nummers waren afgesloten, vaste lijnen buiten werking. Henk was directeur van nog een bv. De curatoren die het faillissement afwikkelen, meenden dat er geen noemenswaardige activiteiten of activa in die bv zaten.
Wel stond die bv ingeschreven op een huisje in een vakantiepark in de provincie Groningen. Het huisje was, zo bleek uit het Kadaster, niet zijn eigendom. Bij het vakantiepark werd de telefoon wel opgenomen. Henk had er gezeten. In onderhuur. Ze hadden hem al een tijdje niet meer gezien.

Be the first to comment on "De tragische oplichter van Carel Grol"

Leave a comment