De aanhouder: Maaike Borst over haar Ben Feringa

  • mm Maaike Borst schreef 1 bijdrage(n)

  • Print Friendly

Als ik die Nobelprijs wil winnen, piekerde Ben Feringa soms op de fiets naar het lab, moet ik misschien toch naar Amerika. Hij bleef in Groningen. Dit is zijn verhaal, verteld door Maaike Borst van Dagblad van het Noorden. Samen met Henk Blanken voorzag ze de tekst van voetnoten.

De telefoon van hoogleraar organische chemie Ben Feringa gaat om tien over half elf ’s ochtends. Het is een vaste telefoon. De hoorn, die de professor over enkele seconden met tegenzin opneemt, is gemaakt van plastic. 1)Henk Blanken: Leg eens uit waarom en hoe je de telefoon en andere voorwerpen gebruikt om het wetenschappelijke verhaal te vertellen. Maaike Borst: Met de telefoon en het plastic wilde ik de lezer de impact van wetenschap laten zien. Dat bouwen van moleculen door scheikundigen verandert onze wereld. Overigens heb ik eerst geprobeerd om in deze eerste scène al dieper de moleculaire wereld in te stappen, maar dat toch weer geschrapt om lezers niet af te schrikken. Het is balanceren.

Dat deze kunststof bestaat komt door mannen als Ben Feringa: scheikundigen die nieuwe moleculen bedenken en bouwen. Zij gaan verder waar de natuur is gestopt met creëren. De mogelijkheden zijn eindeloos.

De telefoon stoort. In zijn Groningse werkkamer overlegt Feringa met onderzoeker Wiktor Szymanski en promovendus Dusan Kolarski.De jonge Serviër Kolarski is zenuwachtig. 2)HB: Dit vond ik mooi gevonden: je gebruikt de zenuwen van een bijfiguur om de spanning voelbaar te maken. MB: Feringa zelf zegt steeds dat hij die ochtend totaal niet bezig was met de Nobelprijs. Toch moet er spanning in de scène. Krijgt hij hem, of krijgt hij hem niet? Gelukkig bleken andere mensen er wel mee bezig te zijn geweest. Vandaag valt een beslissing over zijn onderzoek. Maar er is nog iets: deze woensdagochtend 5 oktober is de bekendmaking van de Nobelprijs voor Scheikunde. Ben Feringa wordt al jaren genoemd als kandidaat. Zelfs in tekenfilmserie The Simpsons.

Feringa, een man met donkerblond haar, rond brilletje en sympathieke blik, denkt niet aan de Nobelprijs. 3)HB: Kun je toelichten waarom en hoe je hier het perspectief bij Feringa legt, maar wel zelf de alwetende verteller bent (die zijn blik als sympathiek omschrijft). Je beschrijft wat hij denkt. Hoe weet je dat? Wat wil je ermee bereiken? MB: Het perspectief verschuift hier van Kolarski naar Feringa. In tegenstelling tot Kolarski denkt hij niet aan de Nobelprijs. Het tekent zijn bezetenheid van het onderzoek en hoe hij altijd met nieuwe ideeën bezig is (onderstreept door de chaos in zijn werkkamer). In de eerste zin van de alinea lopen zijn perspectief en dat van een alwetende verteller (die zijn blik als sympathiek omschrijf) door elkaar. Dat is er bij schaven en schrappen aan het eind ingeslopen, ik wilde hem ergens kort beschrijven en dat werd hier. Beetje ongelukkig. Dat ik hier kan vertellen wat hij denkt komt omdat ik hem vaak heb horen vertellen (tegen mij en tegen anderen) over deze dag en hoe hij die heeft beleefd. Hij denkt aan moleculen. Tussen zijn vingers klemt een blauwe pen waarmee hij de ideeën in zijn hoofd vertaalt naar papier. Overal in de chaos van zijn werkkamer liggen velletjes. Op tafels, op kasten, op de grond. In de hoek, op een van die stapels paperassen, ligt een colbertje. Straks krijgt zijn dochter Emma haar bachelordiploma. 4)HB: Dit is een mooi voorbeeld van show don’t tell. Je schrijft niet alleen op dat zijn dochter een bijzondere dag heeft, maar laat het eerst zien met dat colbertje. Als dat bewust was, of een beetje, moet je het toelichten. MB: Feringa had me verteld over dat colbertje, hoe het goed uitkwam dat hij die op deze dag toevallig bij zich had. Later zag ik het op een foto van die dag liggen op zo’n stapel papieren. Toen bedacht ik dat ik het mooi gebruiken om te laten zien dat de bacheloruitreiking van zijn dochter belangrijk  is.

Die rottige telefoon onderbreekt zijn dag. 5)HB: Die herhaling heeft een functie. Alsof dat ding nog een keer rinkelt.

Om de hoorn te kunnen oppakken gaan in zijn arm miljoenen motortjes aan het werk. Eiwitmoleculen grijpen in elkaar, binden, laten los en lopen als het ware over elkaar heen in een soort roeibeweging. Zo trekken spieren samen. 6)MB: Na de aankondiging van de Nobelprijs besloot ik Feringa zo veel mogelijk te volgen. Dat viel niet mee, want hij werd overvraagd, elke minuut was volgeboekt, hij moest nog naar het buitenland enz. Voor uitvoerige detail-interviews (die je eigenlijk wil doen voor een narratief verhaal) had hij geen tijd. Gelukkig vertelt hij in zijn lezingen ook veel over hoe hij tot zijn ontdekkingen kwam, en daar kon ik wel bij zijn. Dat  voorbeeld van die arm en die spieren had ik hem een paar keer horen noemen. In de auto naar een reünie van zijn middelbare school in Emmen viel bij mij het kwartje. Die arm gebruikte hij natuurlijk ook om dat alles veranderende telefoontje aan te nemen. Toen wist ik hoe ik de wetenschap toegankelijk in een lopende scène kon verwerken. Een kader heb ik nooit overwogen, ik wilde ook mensen die normaal geen wetenschapsverhalen lezen iets te laten begrijpen van wat hij doet.

Tijdens lezingen vertelt Feringa vaak over dit soort natuurlijke moleculaire motortjes. Ze zijn de inspiratiebron voor zijn werk. Voor het publiek tilt hij dan zijn arm op om te laten zien wat ze kunnen.

Nu tilt hij de hoorn van de telefoon naar zijn oor. ,,Met Ben Feringa.’’

Kolarski stoot Szymanski aan. 7)HB: Zo maak je een scène. Je laat bijfiguren handelen.Zal het? Van het gezicht van de professor valt niets af te lezen. ,,Een moment alstublieft’’, zegt Feringa tegen de beller. Dan kijkt hij zijn bezoekers aan. ,,Kunnen jullie even naar buiten gaan?’’

Bourtangermoeras

Het land van boer Feringa reikt tot aan de grens. Bijna honderd jaar geleden staken zijn Duitse grootouders die over om werk te zoeken. Ze vonden het in het veen van het Bourtangermoeras in Zuidoost- Drenthe, waar de katholieke enclave Barger-Compascuum net was gesticht. 8)HB: Leg eens uit waarom je hier ook voor de tegenwoordige tijd kiest. En waarom je na de in medias res-scène hier met de oudste flashback begint. MB: Ik blijf hier in de tegenwoordige tijd omdat het de scène actiever maakt, en hopelijk het verhaal dichter bij de lezer brengt. Ik begin hier met de oudste flashback om zijn levensverhaal chronologisch te vertellen. Om uit te leggen hoe hij die Nobelprijs heeft verdiend, en om de spanning vast te houden (hoe werd die boerenzoon een van de beste scheikundigen van de wereld?).

Het is midden jaren zestig. Geert Feringa en zijn zoon Ben zitten op hun knieën. Ze halen de kwetsbare pootaardappelen uit de grond.9)HB: Handeling, handeling. Daar wordt het een verhaal van. MB: Ik was op zoek naar een scène uit zijn jeugd en Feringa vertelt in interviews vaker over gesprekken met zijn vader op het land. Maar dan heb je nog geen scène. Uiteindelijk fietste ik met hem op naar zijn werk (de enige mogelijkheid om nog met hem te kunnen praten) en vertelde hij over de pootaardappelen en dat je die met de hand eruit moest halen, zittend op je knieën. Nu had ik de handeling die scènes nodig hebben. Dat moet met de hand. Gelukkig heeft boer Feringa tien kinderen. Handen genoeg.

Ben, geboren in 1951, is de tweede. Hij is slim, net als zijn broers en zussen. 15 kilometer fietsen ze elke dag vanaf de Limietweg naar de middelbare school in Emmen. Lange linten pubers door het land. 10)HB: Leve de details. MB: Details zijn belangrijk. De meeste details die ik in dit verhaal gebruik zijn dingen waar Feringa zelf de nadruk op legt. Die hij belangrijk vindt. Zo blijf je dicht bij je hoofdpersoon. Ben fietst graag.11)HB: Dit zou je foreshadowing kunnen noemen omdat je hem later in het verhaal weer laat fietsen. Dat kleurt de man. Hoe? Welk beeld moet de lezer krijgen? MB: Dat fietsen werd steeds belangrijker in mijn verhaal, daarom noem ik het hier in het begin ook al expliciet, zodat ik er later op terug kan komen. Het zegt iets over zijn werklust, laat hem maar tegen de wind in trappen, daar houdt-ie van, en iets over hoe typisch Nederlands hij is. Hij houdt van buiten. Hele zomers helpt hij zijn vader.

Ben zegt weleens dat hij boer wil worden. Zijn vader neemt dat niet zo serieus. ,,Leer eerst maar eens verder’’, zegt hij dan. Dat heeft hij zelf nooit kunnen doen.

Ze praten altijd op het land. De boer heeft zijn zoon al zo veel verteld. Die jongen wil alles weten. Hoe kan het dat een plant groeit uit zo’n kleine graankorrel? Hoe zit het met de sterrenhemel? Waarom heeft een blad nerven? Vandaag praten ze over de zwaartekracht. 12)HB: Cruciale alinea met mooie voorbeelden: dit gaat over Feringa’s karakter en drijfveer. Wanneer wist je dat je deze details nodig had? MB: Zie ook noot 10. Deze scène in zijn jeugd is het moment om zijn karakter neer te zetten. Hier is hij gevormd.

Geert Feringa mag dan een eenvoudige boer zijn, hij weet veel over de wereld. Hij leest. Zijn boerderij is waarschijnlijk de enige in heel Barger-Compas waar de NRC wordt bezorgd.

Over het uitgestrekte vlakke land valt het zonlicht op hun gezichten. In de cellen van hun ogen zet de lichtenergie kleine schakelaars in beweging. Het zijn moleculen die door het licht een andere vorm aannemen. Ze schakelen hiermee eiwitten aan en uit, als minuscule machientjes, en maken zo signalen naar de hersenen mogelijk. Daardoor zien vader en zoon elkaar.13)HB: De tweede gelegenheid om de wetenschap toe te lichten. MB: Het voorbeeld van de moleculaire schakelaars in ogen gebruikt Feringa ook in zijn lezingen. Dit is de meest visuele scène, buiten op het land, dus de meest geschikte plek.

Ben Feringa weet dan nog niets van moleculaire machines. Wel weet hij door de gesprekken met zijn vader dat achter de wuivende halmen, de koeienhuiden, het vlies van de melk, de schil van de aardappels en het onkruid tussen de bieten een oneindig fascinerende wereld verscholen ligt.14)HB: Ik vond dit de mooiste zinnen, ook omdat ze zo geweldig naast die wetenschappelijke alinea ervoor komen. MB: Dit is de belangrijkste zin: hier gaat de scène over. Ik wist dat ik hier naartoe ging, maar niet hoe ik het precies ging beschrijven. Deze beelden liepen zomaar mijn pen uit.

,,Hier komen we niet uit’’, besluit Geert Feringa de zwaartekrachtdiscussie. ,,Laten we maar weer aan het werk gaan.’’ 15)HB: Handeling handeling. En dialoog is hele effectieve handeling.

De kick

Ben Feringa staat voor de zuurkast. Hij is derdejaarsstudent scheikunde. Labjas aan, plastic veiligheidsbril op. Hij doet stofjes in een glazen kolf. Hij gaat een molecuul maken. 16)HB: Je kiest uiteraard voor dit moment als derde scène. Feringa gaat een molecuul maken. Had je veel keus uit potentiële scènes? Hoe koos je? MB: Ik koos voor het maken van een molecuul als derde scène omdat Feringa dit zelf ook beschrijft als een soort Eureka-moment. Voor het eerst maakte hij iets dat niemand eerder had gedaan. Het is de aanloop voor het maken van het nano-motortje, en onderweg kan ik vertellen over Wijnberg en de spiegelbeeldsymmetrie die zo belangrijk zijn geweest voor zijn werk. Ik heb ook overwogen om nog een scène te schrijven met zijn scheikundeleraar op de middelbare school die ook heel belangrijk was, maar uiteindelijk heb ik gekozen voor scènes waarin aan het slot iets wezenlijks veranderd is. Vandaar het molecuul dat nog nooit iemand had gemaakt (en de mogelijkheden die dat opende in het hoofd van Feringa).

De natuur, de wereld van zijn vader en de boerderij, fascineert hem nog altijd. Toch koos hij scheikunde. Biologie bestudeert wat al bestaat. Bij scheikunde kun je zelf knutselen. Dat knutselen leerde hij van meneer Op de Weegh, de inspirerende scheikundeleraar die na de les extra proefjes met ze deed of gewoon ging sleutelen aan radio’s. 17)MB: Ik ging naar de reünie van de middelbare school van Feringa, vooral om deze meneer Op de Weegh te spreken. Een reünie met zijn scheikundeleraar, anderhalve week nadat hij hoort dat hij de Nobelprijs krijgt, hoe mooi wil je het hebben als journalist? Op de Weegh was er, maar wilde niets van media weten. Trots op Feringa, maar het gedoe eromheen vindt hij zwaar overdreven. Op de universiteit heeft hij een nieuwe held. Professor Hans Wijnberg, kleinzoon van uitvinder Louis Wijnberg uit de Folkingestraat in Groningen.18)MB: Hans Wijnberg is een verhaal op zich. Ik had me al erg ingehouden door maar ongeveer drie zinnen aan hem, zijn oorlogsverhaal en zijn invloed op zijn studenten te wijden, maar ook dat schrapte de eindredactie. Les: hou tot de laatste minuut voor de deadline regie over je verhaal.

Het molecuul dat student Feringa wil maken is nieuw, daar houdt Wijnberg van. Het laten reageren van stoffen is niet genoeg. Zuivere stof heb je pas na het scheiden van de oplossing. Dat is de grote kunst. Het heet niet voor niets scheikunde.

Hans Wijnberg is een meester in stereochemie: studie van spiegelbeeldsymmetrie van moleculen. Net als een linker- en rechterhand kunnen ook moleculen elkaars spiegelbeeld zijn. Ze zijn vrijwel identiek, maar de vorm kan grote invloed hebben op hoe ze reageren. Neem het bekende geneesmiddel Softenon, dat eind jaren vijftig werd voorgeschreven aan zwangere vrouwen. De linkervariant van het molecuul thalidomide hielp inderdaad tegen braken, maar de rechtervariant – die onvermijdelijk ook werd geproduceerd – bleek zeer schadelijk voor de ongeboren vrucht.

Het molecuul in Feringa’s reageerbuis is onschadelijk. Nutteloos ook. Slechts een nanometer groot: een miljardste van een meter. Toch zal hij de kick van het maken nooit meer vergeten. Het is gelukt. Hij, zoon van een Drentse boer, heeft iets volstrekt nieuws gecreëerd. Het voelt als kunst. Als dit kan, realiseert hij zich, kan er nog veel meer. 19)HB: De scène loopt af met een cliffhanger. Heb je daar bewust naar gezocht? Hoe? MB: Ik heb niet bewust gezocht naar een cliffhanger aan het slot van de scène. Dat ging intuïtief. Natuurlijk is het verleidelijk om vooruit te kijken en iets te laten doorschemeren van wat komen gaat. De lezer moet tenslotte nieuwsgierig blijven.

Leven

Ben tekent moleculen op de krant. 20)MB: Ik noem hem hier Ben in plaats van Feringa omdat het perspectief bij zijn vrouw Betty ligt. Zeshoekjes vaak, met verbindingsstreepjes naar hoofdletters: O, H, C, N, S. Dat doet hij op de raarste momenten. Soms wordt hij ’s nachts wakker en tekent hij een molecuul. Soms zitten ze gezellig te eten met vrienden en vraagt hij ineens om een papiertje. 21)HB: Leuk hoe je de setting verplaatst naar de huiselijke sfeer zonder dat meteen met zoveel woorden te zeggen. Show don’t tell.

Zijn hoofd komt nooit los van de chemie. Betty kijkt naar het gekrabbel van haar man en denkt aan hun dochters. Femke is 5, Hannah is 2. Een derde kind zou leuk zijn. 22)HB: Elke scène moet eigenlijk zijn eigen complicatie hebben en…

Ben werkte bij de Shell toen ze hem ontmoette. Wijnberg tipte hem in 1984 voor een functie bij de universiteit. Vier jaar later volgde Feringa zijn held op als hoogleraar.

Wanneer hij op de krant tekent kan hij nadenken over het ontstaan van leven. In de moleculen die essentieel zijn voor leven – DNA, aminozuren, suikers – zit een scheikundig raadsel verborgen. In levende organismen komt van die moleculen maar één spiegelbeeldvorm voor. Aminozuren zijn altijd ‘linkshandig’. DNA en suikers zijn ‘rechtshandig’.

Als je dat soort moleculen in het lab maakt, krijg je beide varianten tegelijk. Zoals bij Softenon. Feringa zoekt naar katalysatoren – stoffen die een chemische reactie gunstig beïnvloeden – die maar één vorm laten ontstaan. Zoals een linkerhand alleen in een linkerhandschoen past. Belangrijk onderzoek voor geneesmiddelen. En stiekem hoopt hij zo iets over het ontstaan van leven te leren.

Die toewijding past niet tussen 9 en 5. Dat begrijpt Betty.

Feringa houdt van familie, regelt kinderfeestjes, bakt appeltaarten en blinkt uit in sinterklaassurprises, maar de dagelijkse zorg voor de meiden rust op haar schouders. En zij werkt ook. Als ze nog een kind willen is er maar één oplossing: een au pair. 23)HB: Zijn eigen resolutie/cliffhanger.

Emma wordt geboren in 1993. 24)HB: Deze scène tekent Ben Feringa via zijn relatie met Betty. Licht eens toe of en hoe je haar hebt gesproken, wat de waarde daarvan was. En had je niet liever een dialoog opgeschreven? MB: Om meer te weten te komen over de man Ben Feringa heb ik natuurlijk ook zijn vrouw gesproken. Ook omdat hij zelf altijd zegt hoe belangrijk haar steun is geweest (en later zal blijken dat hij voor zijn gezin besluit om niet naar Amerika te gaan). Betty schetste het moment dat ze besloten een au pair te nemen als een keerpunt, ze zag in dat hij altijd eerst voor de wetenschap zou gaan. Als scène zit er eigenlijk te weinig handeling in, omdat ik ze allebei niet zo ver kreeg een gesprek hierover te schetsen). Ik heb dat opgelost (hoop ik) door hier zijn fascinatie met het ontstaan van leven te schetsen (wat dan weer mooi past bij de geboorte van Emma).

Licht

Dat molecuul doet raar.

Het is 1998. In het hoofd van Ben Feringa draait een driedimensionaal figuur rond. Het is een molecuul met een dubbele koolstofbinding. Hij verbuigt het, verplaatst atomen, verbreekt bindingen, zet het op de kop, trekt het binnenstebuiten, zet er een spiegel voor. 25)HB: Sterk beeldend beschreven. MB: Hier ben ik echt in zijn hoofd gekropen. Omdat ik hem vaak heb horen vertellen hoe hij molecuulstructuren voor zich ziet, en anderen over hem zeggen dat hij uitzonderlijke verbeeldingskracht heeft, durfde ik dat aan. Op zoek naar een oplossing voor dit raadsel. Het vergt verbeeldingskracht, sleutelen aan onzichtbare dingen. 26)HB: Prachtige zin. En de nadruk op die mooie zin leg je door de inversie in (niet: sleutelen aan onzichtbare dingen vergt verbeeldingskracht.

Hij kent dit molecuul door en door. Dat is het probleem niet. Het is een eigen creatie, uit zijn promotietijd nog. Nu wil hij dat het van vorm verandert als je er licht op schijnt. Zoals gebeurt met de schakelaartjes in je oog. Maar het doet raar. 27)HB: De kracht van de herhaling. Het herinnert de lezer aan die telefoon. Alsof die weer overgaat. Zo betrek je de scènes op elkaar, subtiel, niet te opvallend.

Tien jaar in de voetsporen van Wijnberg hebben hem succes gebracht. Hij ontdekte een verbinding die leidde tot een nieuw soort katalysatoren en die daarmee zijn naam vestigde in de internationale wetenschap. Toch maakt niets hem trotser dan een kruisje boven zijn bed.

Hij reed de Elfstedentocht. Vorig jaar. 200 kilometer op de schaats. Afzien was het. Schitterend.

Wat kan wetenschap dan soms een gruwelijk eentonig rotwerk zijn. Al tien jaar werken ze aan die moleculaire schakelaars. Het onderzoek is hot, want een molecuul dat je in twee standen kunt zetten kan dienen als een bit. Daarmee kun je rekenen, daarmee kun je digitale informatie opslaan. Onvoorstelbaar veel informatie: 240 jaar muziek op één cd. Ook in dit onderzoek gebruikt hij spiegelbeelden. Zijn moleculen schakelen – in een ideale nanowereld – van de ene spiegelbeeldvorm naar de andere. En weer terug. Aan en uit.

De werkelijkheid is anders. Moleculen zijn geen computers. Dit molecuul doet meer dan schakelen alleen. Alsof het verder doordraait. Dat zou wat zijn. Maar er mist iets in de resultaten.

De jonge jongens vogelen het uit. 28)HB: En de lezer weet wat voor jongens je bedoelt dankzij de twee  bijfiguren in de eerste scène. De talenten in zijn lab die hij net als Wijnberg met zijn enthousiasme besmet. Zij berekenen hoe ze die missende stap kunnen vinden. Zij improviseren in het lab met vloeibaar stikstof en aluminiumfolie. In twee weken hebben ze bewijs in een oranjerood goedje in de zuurkast. 29)MB: Dat het een oranjerode vloeistof was, was helaas een van de weinige beeldende details die ik van de ontdekking van het nanomotortje had (uit gesprek met een van de promovendi uit die tijd). De spanning in deze scène moest komen van het oplossen van de puzzel in het hoofd van Feringa. Zo’n Elfstedentocht erbij in schrijven helpt dan ook.

Die jongens weten niet wat ze in handen hebben. Ben Feringa weet het wel. Ergens deze weken is het plaatje in zijn hoofd in elkaar gevallen. 30)HB: Beetje onhandige zin. MB: Feringa kan zich geen precies moment herinneren waarop het kwartje viel. Ergens die weken, zegt hij. Ook mensen om hem heen herinneren zich dat niet (ook ‘die jongens’ heb ik gesproken). Dat is lastig, je wil eigenlijk het precieze moment en de precieze plek met zo veel mogelijk detail en dialoog. Maar soms moet je het zonder doen. Doorzeuren zat er in de beperkte tijd met Feringa niet in. De driedimensionale figuur is een filmpje geworden. Dit molecuul draait. Aangedreven door licht.

,,Dat is een moleculaire motor.’’

Iets dat de natuur tot in de puntjes beheerst maar dat een mens nog nooit voor elkaar heeft gekregen.

De ontdekking geeft wel een kick, zoals alle nieuwe dingen, maar niet zoals die finish in Leeuwarden dat deed. Daar had hij kilometers lang maar één doel voor ogen gehad. Wat ze hier precies hebben bereikt moet nog blijken. Deze motor komt toevallig voorbij. Dat gebeurt trouwens vaker in de wetenschap: Alexander Fleming ontdekte in 1928 penicilline omdat hij per ongeluk een raam had laten openstaan. De kunst is het te zien. 31)HB: Mooi slot aan de scène. Een verhelderend inzicht is ook een ontknoping/resolutie en deze past prachtig op de complicatie in deze scène (het molecuul doet raar).

De omweg

Op de fiets is het goed nadenken over moleculen. Ben Feringa trapt 12 kilometer van zijn huis in Paterswolde naar het laboratorium op het Zernikecomplex in Groningen. Doet hij elke werkdag. Ook als het regent. Hij vermijdt stoplichten. Kiest voor tussendoortjes en sluiproutes. Het is zoals zijn werk, bedenkt hij. Als hij vastzit, zoekt hij naar alternatieve routes. Als het nodig is neemt hij een omweg. Beter dan stilstaan. 32)HB: Kijk eens aan hoe dat fietsen van vroeger hier een hele functionele metafoor begint te worden. Wanneer en hoe besloot je dat je daar ook de slotzin van zou maken? MB: Hoe dat fietsen via sluiproutes om stoplichten te vermijden een metafoor is voor zijn onderzoek, bedacht Feringa zelf toen we samen op fietsten. Ik wist wel dat ik zijn tocht naar het werk nodig had voor het begin van deze scène (daarom fietste ik mee), maar dit was een bonus. Dat het fietsen ook in de slotzin terecht zou komen heb ik niet van tevoren bedacht. Dat gebeurde bij het schrijven van de laatste scène. Het viel in elkaar. De volgende ochtend (toen de deadline al was gepasseerd) realiseerde ik me ook pas dat ik een foto van Feringa op de fiets had moeten laten maken voor bij dit verhaal.

Het is 2011. Feringa is altijd in Groningen gebleven. Om de Nobelprijs te winnen, dacht hij soms: misschien moet ik naar het buitenland. Waar geld is. Waar je niet zo verrekte veel tijd kwijt bent om onderzoeksfinanciering aan te vragen die negen van de tien keer wordt afgewezen. Maar hij bleef. Betty en hij hebben het goed hier. De meiden hebben het goed. Hij is misschien een groot wetenschapper, maar ook gewoon een man met een gezin. 33)MB: Deze beslissing had een scène op zich kunnen zijn. Het werd een alinea.

Aangekomen op het lab loopt Lachlan Campbell-Verduyn hem tegemoet. Een Canadese promovenda uit zijn groep, superslimme meid met een schittering in haar ogen. Nog een paar weken en dan publiceren ze een artikel over haar onderzoek naar radioactieve isotopen die kunnen worden gebruikt om tumoren op te sporen. Heeft ze keihard aan gewerkt.

Lachlan houdt iets in de lucht. Het is een tijdschrift. De schittering is weg, over haar wangen biggelen dikke tranen.

,,Dit’’, zegt ze en wijst op een artikel van een andere onderzoeksgroep die conclusies trekt die zij als eerste hoopte te presenteren. ,,Dit is gisteravond gepubliceerd.’’ 34)HB: Via haar laat je zien dat en hoe wetenschap zijn tegenslagen heeft. MB: Ik had ook een van Ben zijn eigen tegenslagen kunnen gebruiken om dit te schetsen. Maar dit vertelde hij al zo mooi beeldend als een scène en bovendien zegt het ook meteen iets over de betrokkenheid bij zijn studenten en promovenda die door iedereen zo geroemd wordt.

Concurrentie in de wetenschap is moordend. Als je te laat bent is je werk voor niets geweest. Vlak na de ontdekking vertelde hij over het nanomotortje op een congres in Italië. Daar stuitte hij, naast ongeloof, op opwinding. Nu moeten we snel publiceren, wist hij. Niet in zomaar een tijdschrift. In Nature.

Hij trekt zijn jas nog maar even niet uit. Eerst die arme Lachlan troosten.

Het doet hem denken aan zijn eigen tegenslagen. Het motortje gaf hem zoveel ideeën: een nanoautootje, een nano-onderzeeër, een nano-windmolenpark. Hij wil altijd grenzen over. Krankzinnig, volgens sommigen. En wat stelde dat motortje nou helemaal voor?

In 2004, nadat hij de Spinozapremie won, kondigde hij publiekelijk de bouw van een nanoautootje aan. Zeven jaar hebben ze lopen zwoegen, het wilde maar niet lukken. Toch bleef hij erin geloven.

Wat hielp, was dat hij met eigen ogen had gezien wat zijn motortjes kunnen.

Het was een jaar of zes na de ontdekking van de nanomotor. Twee opgewonden jongemannen, promovendi, lopen zijn kamer binnen. ,,Je moet even meekomen.’’ In het lab hebben ze een bakje staan met een oppervlakte van vloeibaar kristallijn, materiaal dat ook wordt gebruikt voor beeldschermen. Een glasstaafje drijft er als een bootje bovenop. In het kristal zitten de moleculaire motortjes van Feringa. ,,Nu moet je opletten.’’

Ze schijnen licht op het bakje en de motortjes beginnen te draaien. Dat zie je niet, want het zijn moleculen. Een nanometer groot, een miljardste van een meter. Dat ze draaien weten ze al jaren. Maar gezien hebben ze het nooit. Nu maken die miljarden motortjes beweging in het oppervlakte. Het glazen bootje, tienduizend keer groter dan de motortjes, draait mee. Feringa ziet het gebeuren met zijn blote oog. 35)MB: Ik heb lang gezocht naar het eureka-moment bij de ontdekking van het nano-motortje (zie noot 29). Bij het schrijven werd duidelijk dat deze scène met het glasstaafje een veel duidelijk eureka-moment is (Feringa weet het nog precies). Het is de verbinding tussen die onzichtbare nano-motortjes en de tastbare wereld, de opening naar toepassingen voor zijn motortjes waar hij zich nog geen voorstelling van kan maken. Hier weet hij hoe groot zijn vinding eigenlijk is, en dit is dus de eigenlijke ontknoping. Daarmee was ik er nog niet, want de chronologie werkte niet. Dit moest de ontknoping zijn voordat ik terug ging naar Feringa aan de telefoon met Stockholm, maar eigenlijk was de scène met de Canadese promovenda veel later in de tijd dan dit moment. Dat heb ik opgelost door hem te laten terugblikken.

Hij kijkt en hij valt stil.

Zijn draaiende moleculen zetten de tastbare wereld in beweging. Zoals de natuurlijke motortjes zijn arm optillen. Materialen maken kan de mens al heel lang, dynamische materialen nog niet. Als dit kan, denkt hij, dan kun je uiteindelijk materialen maken die zichzelf repareren of reinigen. Een krasje in je autolak groeit dan vanzelf weer dicht, zoals een wondje in je vinger.

Hij is nog steeds stil.

Door het dolle

,,Bent u daar nog dokter Feringa?’’ 36)HB: En zo grijp je terug naar het begin.

De secretaris van het Nobelcomité hoort al een tijdje niets aan de andere kant van de lijn.

Ben Feringa is weer stilgevallen. Net als bij dat glasstaafje. Het moment is te groot. Hij krijgt de Nobelprijs voor Scheikunde, samen met Jean-Pierre Sauvage en Sir Fraser Stoddart, voor het maken van moleculaire machines.

Ja. Hij is er nog. ,,Ik ben ongelooflijk vereerd’’, stamelt Feringa. ,,En een beetje emotioneel.’’ 37)HB: Heerlijk toch om de dialoog van dat gesprek te hebben. MB: Van die eerste dag heb ik veel detail omdat ik er snel bij was, en omdat ik Feringa die eerste dagen nog redelijk uitgebreid heb gesproken over wat hem allemaal overkwam. Bovendien heeft hij het die weken aan behoorlijk wat journalisten verteld.

Het moet nog even geheim blijven. Ze bellen hem straks terug, dan komt hij live in de uitzending van de officiële bekendmaking. Deze minuten, adviseert de secretaris hem, kan hij beter nog even genieten van rust die hij niet snel weer zal vinden.

Hij roept Wiktor Szymanski en Dusan Kolarski binnen. 38)HB: Teruggrijpen op de opening maakt het verhaal rond en compact.

Alsof er niets gebeurd is maakt hij het overleg af. Dat kan nu nog. Van het leven hierna kan hij zich geen voorstelling maken. Van dit onderzoek wel.

Kolarski werkt aan een manier om nanomachientjes te gebruiken in de geneeskunde. Als je medicatie zou kunnen aan- en uitschakelen in het lichaam, hebben patiënten minder bijwerkingen en komt antibiotica niet in het milieu terecht waardoor steeds meer bacteriën resistent worden. Dat is de droom. 39)MB: Zo kon ik en passant nog een mogelijke toepassing van zijn uitvinding kwijt zonder de scène te vertragen.

,,En?’’, vraagt zijn secretaresse Tineke Kalter opgewonden als hij na de bespreking haar kamer binnenloopt en de deur dichttrekt.

,,Ik heb hem.’’

Ze schermt hem af. Hij heeft nog een half uur alleen in zijn kamer. Dertig jaar wetenschap komt voorbij. Het plezier. Het geploeter. Het reizen. Spitten in zijn moestuin als het tegenzat. Mooie moleculen die hem ontroerden.

Die bacheloruitreiking van Emma vanmiddag zal hij wel niet halen. Hij miste zoveel van die momenten. Het is het waard. Hij denkt aan zijn besluit om in Groningen te blijven. Man, wat is hij daar nu blij mee.

Natuurlijk belt hij Betty.

,,Ben je alleen?’’

,,Ja.’’

,,Ik heb de Nobel.’’

Dat is het moment waarop Ben Feringa breekt. 40)HB: Dit vind ik net te vet. Dat breken. Liever een beeldende beschrijving dan het te benoemen. MB: Betty noemde het zo: ‘hij brak’. Maar is inderdaad een beetje te veel effectbejag misschien.

Om half twaalf meldt Stockholm het grootste nieuws van zijn leven aan de wereld. Een schreeuw gaat door de Groningse universiteit. Vanuit zijn kamer hoort hij vaag het geroezemoes in de gang, maar hij concentreert zich op de telefoon. Hij beantwoordt vragen van Zweedse journalisten.

Als hij daarna zijn kamerdeur opent, ziet hij een gang vol mensen. Luid gejuich stijgt op. Iedereen is door het dolle heen. De gekte is losgebroken, ze zal nog maanden rond hem blijven hangen. Kalter, zijn nuchtere secretaresse uit Winschoten, is de enige die wijze woorden spreekt. ,,Alleen kalmte kan ons redden.’’ 41)HB: Zij was nogal belangrijk voor de research toch? MB: Zonder Tineke Kalter had ik dit verhaal niet kunnen maken. Feringa was zeker bereid met me te praten (hij vindt het Noorden belangrijk en het contact was goed door een interview dat ik al voor de hele Nobel-toestand had gedaan), maar hij zat in een achtbaan en er werd van alle kanten aan hem getrokken. Kalter hield het overzicht, en zij gunde mij waar mogelijk toegang. Zij noemde mijn naam bij het Nobelcomite, waardoor ik als een van de twaalf buitenlandse journalisten bij de uitreiking en het diner in Stockholm kon zijn. Als de hoofdpersoon zo’n moeilijk bereikbaar figuur is (in dit geval door de praktische omstandigheden), kunnen de mensen om hem heen veel betekenen, ook voor de research.

What did you see?

Patti Smith stokt. 42)HB: Het verhaal had met de voorgaande scène kunnen eindigen. Hij heeft de Nobelprijs. Kun je iets zeggen over die slotscène en de verschillende varianten? MB: Van tevoren dacht ik: dit verhaal moet eindigen in Stockholm. Ik dacht zelfs dat ik het alleen kon maken als ik bij de uitreiking zou zijn. Uiteindelijk is de slotscène in Stockholm een soort epiloog geworden. In de eerste versies was het slot veel langer (ik was er immers als een van de weinigen bij geweest en had er van alles over te vertellen) maar ik heb bijna alles geschrapt. Niet alleen omdat mijn verhaal ingekort moest worden om in de krant te passen, ook omdat de spanning op dit punt van het verhaal eraf is en de lezer geen nieuwe informatie meer wil verstouwen. Ik heb het dus beperkt tot Patti Smith, het spannendste moment van de uitreiking dat ook voor Feringa het hoogtepunt was. De link tussen het ‘falen’ van Smith en de tegenslagen die Nobelprijswinnaars moeten overwinnen haalde ik uit het stuk dat Smith zelf over de uitreiking schreef in de New Yorker. Ze zingt niet meer. Middenin de uitreikingsceremonie van de Nobelprijzen. Midden in Bob Dylans A hard rain’s a-gonna fall. De Amerikaanse zangeres, 70 jaar oud, staat op het balkon achter het podium van het concertgebouw in Stockholm. Ten overstaan van de koning en koningin, de grote geesten van de wetenschap, miljoenen televisiekijkers en een zaal vol opgedofte mensen die allemaal hun adem inhouden.

,,I’m sorry.’’ Ben Feringa kijkt vanaf het podium omhoog naar de vrouw met de lange grijze haren. Hij is zeker zo overweldigd door emoties als Patti Smith. ,,I’m so nervous’’, stamelt ze.

Zijn eigen zenuwen trekken langzaam weg. De Nobelprijs ligt in een donkerrood doosje in zijn schoot. De Zweedse koning Carl Gustaf reikte hem aan, hij maakte drie buigingen en toen ging hij weer zitten. Wat een moment. Je weet al twee maanden dat het gaat gebeuren en toch overvalt het je.

Hij gluurde net even naar Betty en zijn dochters in de zaal en kneep al zijn spieren samen in een onuitgesproken yes! van de overwinning. Tot in zijn kleine teen zette hij de motortjes aan het werk.

Patti Smith zingt weer. ,,Oh, what did you see, my blue-eyed son?’’ Bob Dylan. Naar hem luisterde hij als student, toen alles begon. Dylan zong het nooit zó. In de kraak van Smiths donkere stem zit het ploeteren van de mens verscholen. Zelfs haar falen past. Wie geen blokkades overwint wordt nooit een Nobelprijswinnaar.

Hij wil nog zoveel grenzen over. Kooldioxide omzetten in brandstof. Zoals planten doen. Dat zou wat zijn. Met een glimlach denkt hij aan de arme promovendus die hij deze krankzinnige taak heeft gegeven.

Natuurlijk, die regen blijft altijd vallen. Je moet doortrappen. 43)HB: Fietsen! MB: En daar is de fiets dus weer. Dat past niet alleen mooi in het beeld van de regen, het tekent ook man en wetenschapper Feringa. De aanhouder.

Be the first to comment on "De aanhouder: Maaike Borst over haar Ben Feringa"

Leave a comment